Rinus Kiel over Bijbel, cultuur en wetenschap

Reageren? Zie home-page                                                                                

======================================================

Home
Site-map
Updates
Deze site + mijzelf
Bijbel en theologie
Israel - volk en land
Filosofische items
Denken en cultuur
Wetenschap
Actualiteiten
Klimaat
Presentaties
Boeken
Weblinks

(Bijbel en theologie / Uittocht, intocht)

Up Wie was Mozes Aantal IsraŽlieten Kaart van woestijn Schelfzee Sinai/Horeb Verovering Kanaan Richterentijd

Het aantal IsraŽlieten dat door de Schelfzee ging

Nieuw 22/02/2000 - laatste wijziging 31/03/2010

Zoek op deze website

Samenvatting: hoe groot was het volk IsraŽl dat onder Mozes de woestijntocht aanvaardde en uiteindelijk na 40 jaren over de Jordaan het beloofde land, Kanašn binnentrok? Wat is daar aan zinnigs over te zeggen?

 

Populatie Doortrektijd Aantal Numeri

 

Inhoud:

Vaststelling van de periode van het verblijf in Egypte

Gegevens uit de Septuagint (LXX)

Problemen met de genoemde grote aantallen

Hoe lossen we dit probleem op?

Overeenstemming met de bevolkingsaantallen in de archeologie

Vaststelling van de periode van het verblijf in Egypte

    Hebben we nu een datum voor de uittocht (1400 v.C., zie hoofdpagina), dan rest ons de periode van het verblijf in Egypte te berekenen, als eerste aanzet tot de bevolkingsgrootte. Nu, dat lijkt eenvoudig genoeg. In Exodus 12:40-41 lezen we dat IsraŽl 430 jaar in Egypte had gewoond. Probleem opgelost! Maar zo gemakkelijk krijgen we het niet.

Het eerste probleem is, dat God tegen Abraham twee dingen zegt:

1.      In Genesis 15:13: ďWeet voorzeker, dat uw nakomelingen vreemdelingen zullen zijn in een land, dat het hunne niet is, en dat zij hen dienen zullen, en dat die hen zullen verdrukken, vierhonderd jaar Vaak wordt aangenomen dat hier een variant op de 430 jaar wordt gegeven, maar dat lijkt onwaarschijnlijk; een afronding van 30 jaar is ongebruikelijk. Dit wordt gezegd vlak na de verbondssluiting. Volgens veel uitleggers wordt hier bedoeld de periode van het verblijf in Egypte, maar als dit cijfer al juist zou zijn, IsraŽl is zeker de eerste 70 jaar niet onderdrukt in Egypte, en ook niet in Kanašn. We zullen hier moeten denken aan de tijd van vreemdelingschap, vanaf het moment dat Isaak, de eerste nakomeling, wordt geboren, tot aan de uittocht. Dan is de vreemdelingschap voorbij. Zie onderstaande tabel.

Vanaf Isaaks geboorte tot Jacobs geboorte = 60 jaar, Jacob gaat als 130-jarige naar Egypte, samen 190 jaar. Dan blijven van de 400 jaar nog 210 jaar over tot de uittocht.

2.      In Genesis 15:16: ďHet vierde geslacht echter zal hierheen wederkeren, want eerder is de maat van de ongerechtigheid der Amorieten niet vol.Ē Zie Exodus 6:15-22: Levi-Kehath-Amram-Ašron-Eleazar. Nog sterker: Amram trouwde met zijn tante Jokebed (Exodus 6:19). Deze genealogie staat vast. Maar ook Numeri 26:19-21: Juda-Perez-Hezron-Ram-Amminadab. Deze opeenvolging wordt ook in andere Bijbelgedeelten geciteerd. Of Amminadab zelf nog de uittocht meemaakte, is niet zeker, maar zijn zoon Nachson wordt vele malen genoemd als de militaire leider van de stam van Juda.

Dus 210 (of 215) jaar in Egypte en het vierde geslacht maakt de uittocht mee, die twee zaken harmoniŽren met elkaar, maar we komen dan wel in de problemen met de grootte van het volk IsraŽl. En dat is het tweede probleem.

Gegevens uit de Septuagint (LXX)

Van Abraham tot de exodus   Profetie betreffende
0 jaar Abraham geboren -1905   onderdrukking
na 75 jaar Belofte aan Abraham -1830 begin 430 jaar van nageslacht
na 25 jaar Isaak geboren -1805 | begin 400 jaar
na 60 jaar Jakob geboren -1745 | van onderdukking
na 130 jaar Jakob naar Egypte -1615 | |
is totaal 215 jaar in Kanašn   V V
na nog 215 jaar uittocht uit Egypte -1400 einde 430 jaar einde 400(405) jr.

 

Nu zijn er twee Ďversiesí van het Oude Testament. De eerste is de versie waarop al onze vertalingen zijn gebaseerd, de zgn. ĎMasoretischeí versie. Die is waarschijnlijk ontstaan ergens rond het jaar 100 en na lange tijd voorzien van tekentjes die de klinkers aangeven. Voor ons doel is van belang dat de verblijftijd in Egypte hier aangegeven wordt als 430 jaar.

In de andere versie, de zgn. Septuagint (LXX) een vertaling in het Grieks van een vroegere Hebreeuwse tekst van het Oude Testament, die rond 250 v.C. tot stand kwam in AlexandriŽ, nemen de genealogieŽn in Genesis 5 en 11 meer tijd in dan in de Masoretische tekst. Ook in 1 Koningen 6:1 (zie hoofdpagina) geven beide versies andere getallen. Voor ons is belangrijk dat de LXX voor het verblijf in Egypte en Kanašn een tijd van 430 jaar aangeeft. Paulus in Galaten 3:16-17 zegt eveneens, dat 430 jaar de periode is tussen de belofte aan Abraham en de uittocht. We komen dan voor het verblijf in Egypte op 215 jaar. Flavius Josephus, de Joodse geschiedschrijver uit de eerste eeuw, gaat ook uit van een periode van 215 jaar. Ik volg die opvatting. Zie de tabel.

    Persoonlijk heb ik lange tijd de Masoretische tekst als maatgevend beschouwd en ging daar ook van uit. Maar vele problemen verdwijnen als we in plaats van de Masoretische tekst de LXX gebruiken. Ook verschillende christen-onderzoekers doen dat, om redenen die ik hier nu niet bespreek. Jezus en de apostelen hebben dat blijkbaar ook gedaan, gezien de citaten uit het Oude in het Nieuwe Testament. Sommige citaten staan helemaal niet in het Masoretische Oude Testament, bijv. Hebr. 1:6: ďHem moeten alle engelen Gods huldigenĒ. Verwezen wordt naar Deut. 32:43, maar daar is niet zoiets te vinden. Echter, wel in de LXX. Daar staat (ik citeer mijn Engelse uitgave): ďRejoice, ye heavens, with him, and let all the angels of God worship him. . .Ē. En het citaat van Paulus in Galaten hierboven is m.i. helder. Voor mij genoeg redenen om de Alexandrijnse LXX als maatgevend te beschouwen, zeker als het over dateringen gaat. Ondanks onzekerheden in de tekst van sommige varianten van de LXX. Maar hierin komen ze alle overeen. Zie voor meer gedetailleerde bespreking hiervan Septuagint-Masoreten.

Hierboven zagen we dat de genoemde vierhonderd jaar aanleiding gaven tot een verblijfstijd van 210 jaar, en ook hier is enige afronding mogelijk. Met deze 215 jaar en vier generaties kan IsraŽl geen miljoenenvolk geweest zijn. Daaraan zijn een hele serie logische, populatiestatistische en archeologische consequenties verbonden.

Problemen met de genoemde grote aantallen

De Bijbel schijnt aan te geven dat de aantallen bij uittocht en intocht ongeveer gelijk zijn. Weliswaar zijn er kinderen geboren en was IsraŽl zeer vruchtbaar, maar er zijn ook velen in de woestijn gevallen vanwege hun ongeloof. Dus stellen we beide aantallen ongeveer gelijk. Maar hier begint het grote probleem: volgens Exodus 12:37 waren er 600.000 man, ongerekend de kinderen. In twee volkstellingen gehouden in de woestijn, schijnen die getallen goed overeen te komen. In Numeri 1:46 geeft een telling bij de berg Horeb van de strijdbare mannen van 20 jaar en ouder: 603.550 man; in Numeri 26:51 wordt deze groep nogmaals geteld, na de slachting in de velden van Moab ter zake van Bašl-Peor, en dan komen we op 601.730 strijdbare mannen. Dus dat schijnt aardig te kloppen. Vanuit deze getallen kunnen we komen op een totaal van tenminste 2 miljoen mensen. Daarbij nog Ďeen menigte van allerlei slagí, plus natuurlijk het vee dat meeging. Maar er zijn problemen. Laten we eerst kijken naar enkele problemen, zoals die uit de Bijbeltekst zelf blijken:

1.      De doortocht door de Schelfzee. Om duidelijke Bijbelse redenen ben ik van opvatting dat dit de Golf van Akaba is, waarbij de Horeb/SinaÔ dus in het huidige ArabiŽ ligt, ongeveer halverwege de lengte van de Golf van Akaba. De bergketen Djebel-al-Lawz is een goede kandidaat. (Zie resp. de pagina's over de Schelfzee en de Horeb). Volgens de Bijbel ging het volk in ťťn nacht door de zee (Exodus 14:20 en 24). In welke formatie ging IsraŽl door de zee? Ďbij vijvení (Statenvertaling) / Ďten strijde toegerustí (NBG51) / Ďals een geordend legerí (NBV). Mozes was generaal in de 18e dynastie (Josephus). Marsorde van het leger was daar in rijen van vijf. Mozes zal zijn ervaring als generaal sterk hebben laten meewegen. Hij wist hoe je een hele tros voetvolk efficiŽnt moest verplaatsen. Laten we aannemen dat er 2 miljoen mensen waren, dat men 1 meter achter elkaar liep, en dat men een tempo van 5 km per uur aanhield. Dat betekent 400.000 rijen, en dus 400 km tros. Bij 5 km per uur betekent dat 80 uur. Plus het oversteken van de laatste rij door dit water van Ī 18 km breed = Ī 3,5 uur. 83,5 uur is meer dan ťťn nacht. Bovendien: de snelheid zal minder bedragen hebben: ook zwangere vrouwen, kinderen en ouderen. Bovendien: vee. Bovendien: een menigte van allerlei slag. Een realistischer schatting is 200 uur. Dat is ruim 16 nachten.

Het is mijn inschatting dat het hele volk in die 215 jaar is uitgebreid tot niet meer dan Ī 30.000 mensen. Dan komen we op 6.000 rijen = 6 km. Die gingen op 1,2 uur de Schelfzee in. Plus de doortocht voor de laatste rij nog Ī 3,5 uur. Dan komen we op 4,7 uur. En als we dit ruim nemen, dan komen we op 7 uur. Wat ruimschoots binnen ťťn nacht ligt. Zie Doortrektijd.

2.      Mozes sprak alle IsraŽlieten regelmatig toe. Je kunt 2 miljoen mensen niet toespreken, ook niet als je een goede stem hebt.

3.      Heel het volk keek Mozes na als hij de tent der samenkomst binnenging. Het tentenkamp moet min. 5 km in doorsnee zijn voor 2 miljoen mensen met tenten en vee; weinigen konden Mozes horen en zien!!

4.      Exodus 23:29-30: het land niet snel veroveren wegens gevaar voor wilde dieren; pas als je met zoveel bent dat je het land kunt vullen. IsraŽl is nu met Ī 5 miljoen, het land is vol. IsraŽl bij de intocht moet aanzienlijk kleiner geweest zijn.

5.      De val van Jericho: een volk van 2 miljoen had nooit kunnen vernemen dat de muren van Jericho vielen, zelfs niet als ze in rijen van 50 liepen; ze waren dan ruim 6 km van de muren van Jericho af! In rijen van 5 was IsraŽl 64 km van Jericho verwijderd! In beide gevallen logistiek volstrekt onbestaanbaar. Met 30.000 in rijen van 5 = 6.000 rijen. Zeg dat ze 1 meter van elkaar liepen, dat is een afstand van 6 kilometer. In dat geval liepen ze ongeveer 950 meter van het centrum van Jericho, dus zoín 850 meter van de stadsmuur. (Jericho had een oppervlakte van 34.400 m2, dus een doorsnede van Ī 200 m.) Op die afstand is een instortende stadsmuur zeker te horen en de daarmee gepaard gaande stofwolk te zien. Bovendien kan men zo in ťťn dag 7 maal rond de stad lopen, dat is dan nl. 42 km, voor mensen uit die tijd een niet ongebruikelijke afstand voor een dag. In een rustig tempo kon men die afstand afleggen in 9 ŗ 10 uur. In Jozua 6:15 lezen we dan ook dat ze op die dag vroeg opstonden, bij het aanbreken van de dageraad. Zo konden ze die afstand eenvoudig afleggen en nog voor donker de stad zien instorten.

6.      De volken in Kanašn zijn talrijker dan IsraŽl. Deuteronomium 4:38: ď. . . om volken, groter en machtiger dan gij, voor u uit te verdrijvenĒ, / 7:17: ďWanneer gij bij uzelf zoudt zeggen: Deze volken zijn talrijker dan ik, hoe zou ik dan in staat zijn hen te verdrijven?. . .Ē / 7:22: ďDe Here, uw God, zal deze volken langzamerhand voor u uit verdrijven; gij zult hen niet in korte tijd mogen vernietigen, opdat het wild gedierte u niet te talrijk worde.Ē Dit wordt niet tot een miljoenenvolk gezegd / 7:7: ď. . .veeleer zijt gij het kleinste van de volken.Ē

a.       Tegenwerping 1: Als IsraŽl zo klein was, waarom waren de Egyptenaren dan zo bang voor dat volkje? In Exodus 1:8-10 lezen we: "Toen kwam er een nieuwe koning over Egypte, die Jozef niet gekend had. Deze nu zeide tot zijn volk: Zie, het volk der IsraŽlieten is groter en talrijker dan wij. Welnu, laten wij met beleid tegen hen optreden, opdat zij zich niet vermenigvuldigen en zich, als wij in oorlog komen, bij onze tegenstanders aansluiten, tegen ons strijden en uit het land wegtrekken".

    Antw.: a) Hoe groot was het volk Egypte? Daar weten we tamelijk weinig van. Als Jacob met zijn familie in Egypte aankomt (70 man plus een hele stoet knechten etc.), is dat een hele gebeurtenis. Abraham wordt door farao met alle egards ontvangen. Kennelijk vertegenwoordigde Abraham een macht, die door Egypte niet genegeerd kon worden. b) Aan de andere kant: hoeveel vreemdelingen heeft Nederland? Enkele procenten van de bevolking. Maar ook hier horen we van bepaalde zijde dergelijke geluiden: vijfde colonne, en ze doen werk voor ons. Houden dus, maar ook: klein houden. De uitspraak van farao kan die van een volksmenner zijn, die overdrijft voor politieke doeleinden.

b.      Tegenwerping 2: We lezen in Deuteronomium 4-6b-8: "Wat is dat grote volk wijs en verstandig!í Want welk volk, hoe groot ook, heeft goden zo dichtbij als wij de HEER, onze God, telkens als wij hem om hulp roepen? En welk volk, hoe groot ook, heeft wetten en regels zo rechtvaardig als het onderricht dat ik u nu geef?"

    Antw.: Het woord vertaald met groot is het Hebreeuwse gadol, wat meer overeenkomt met het Engels great dan met het Engelse large. We vinden dit bijv. ook in het Hebreeuwse woord voor hogepriester cohen hagadol. Dus groot is hier gebruikt in de zin van belangrijk, vooraanstaand, en niet: groot in omvang of aantal. Groot dus vanwege Gods bemoeienis met hen, moreel boven de volken uitstekend, ze zullen 'hoofd' zijn en geen 'staart' (Deut. 28:13). In Deuteronomium 7:7 lezen we: "Het is niet omdat u talrijker was dan de andere volken dat hij u lief kreeg en uitkoos Ė u was het kleinste van allemaal!". Het woord ma'at voor Ďkleinsteí dat hier gebruikt wordt, betekent klein, weinig, van weinig waarde. Deze uitspraak is niet voor tweeŽrlei uitleg vatbaar, lijkt mij. De context is bepalend. Bovendien: Egypte was al een natie toen Abraham daar voor de eerste keer toevlucht zocht. En ook in MesopotamiŽ waren al vele naties geweest. De vorming van de stammen van IsraŽl tot een natie was pas laat op gang gekomen. Daarom dus: de kleinste.

7.      Opgravingen na de intocht (als we die stellen in 1360 v.C.) schatten een bevolkingsaantal van hoogstens 100.000 inwoners, inclusief Kanašnieten plus nomaden.

Hoe lossen we dit probleem op?

    Als we dus Schrift met Schrift vergelijken kunnen we niet deze twee tegenstrijdige opvattingen naast elkaar laten bestaan. En omdat de opvatting die uitgaat van een grootte van het volk IsraŽl van Ī 30.000 het beste past bij alles wat we verder in de Bijbel vernemen, kan de andere, die van >600.000 strijdbare mannen, leidend tot zoín 2 miljoen IsraŽlieten, niet kloppen. Maar hoe dan?

In de orthodoxe theologie wordt de historische Bijbelkritiek principieel afgewezen. De tekstkritiek echter, die zoekt naar de beste tekst in overeenstemming met de hele Schrift, wordt aanvaard als een nuttig hulpmiddel om te komen tot een Bijbeltekst die het oorspronkelijk zo dicht mogelijk benadert. Dit hulpmiddel passen we hier toe.

    Velen hebben al geprobeerd om dit probleem op te lossen. De moderne theologie neemt de tekst zoals die is en laat de tegenstrijdigheden staan. De letterlijke betekenis wordt van geen waarde geacht. Men ziet het als overdrijving, religieuze bluf om de eigen godheid omhoog te steken. Orthodoxen op de glijdende weg van deze theologie roepen dat we de tekst niet mogen overvragen: we mogen er niet van verwachten wat er volgens hen niet in zit. Zij passen zich aan de consensus aan en verloochenen hun eigen, Bijbelse geluid.

    Gelukkig zijn er mensen (geweest) die zich er niet zo goedkoop van afmaakten, en die als echte wetenschappers serieus onderzoek hebben gedaan. Daarmee zijn nog niet alle oneffenheden gladgestreken maar momenteel zijn er verklaringen die een hoge realiteitsgraad hebben en die zonder meer als Ďbruikbaarí kunnen worden gekwalificeerd. De originele teksten hebben we niet, we moeten het doen met de tekst zoals die voor ons ligt.

    Van alle onderzoekers is het werk van prof. Colin Humphreys op dit gebied het meest grondig, en het meest consistent, dat wordt in een nevendocument besproken. Ik beweer niet dat hiermee het laatste woord is gezegd of geschreven, of dat er in andere Bijbelboeken dan Numeri geen punten van onderzoek zijn overgebleven. Ik geef slechts aan, dat er oplossingen zijn die de tekst recht doen, in zichzelf consistent zijn, en in akkoord met de andere Schriftgedeelten zijn. Persoonlijk vind ik dit al heel wat!

Overeenstemming met de bevolkingsaantallen in de archeologie

    Als IsraŽl in 1360 v.C. dus Kanašn binnenkomt, zitten we in het Laat Brons IIA, volgens Bietak en vele IsraŽlische archeologen. Hoe is de bevolkingssituatie dan nadat IsraŽl binnenkwam? Op de grens van Midden en Laat Brons zijn vele steden verwoest, die in de Laat Brons periode weer langzaam aan herbouwd werden. Ook werden nieuwe steden gebouwd. Het aantal bewoners in en buiten de vestigingen wordt dan op ruim 100.000 geschat.

    Nu zijn de meeste opgravingen niet op de centrale heuvelrug gedaan maar daarbuiten. En daar werd gezocht naar verwoeste steden uit de tijd van Jozua, omdat men uitging van een massale intocht van meer dan 2 miljoen IsraŽlieten, die vele steden verwoestten en zich daarin en het omringende land gevestigd hadden. Van dit alles was in de laagvlaktes en de Ďfoothillsí echter niets te vinden. Dit heeft geleid tot allerlei onzinnige theorieŽn over het al dan niet binnenkomen van IsraŽl in Kanašn, die zich aan de Bijbeltekst weinig gelegen lieten liggen, wat in de archeologie helaas nogal eens gebruikelijk is. Maar als we uitgaan van maximaal 30.000 dan is er geen probleem. IsraŽl vestigde zich deels aan de overkant van de Jordaan, op een deel van de centrale heuvelrug, een deel van het Jordaandal en op een stukje van de Ďfoothillsí.

    Ze hadden kennelijk een goede verstandhouding met de koning van Sichem, want ze konden op de Ebal en de Gerizim hun voorgeschreven ritueel uitvoeren, kennelijk zonder gestoord te worden. Er is in de periode van 1360-1320 geen enkel archeologisch gegeven dat in strijd is met dit scenario.

    We gaan het vraagstuk van de grote aantallen die in Exodus en Numeri worden genoemd, onderzoeken in de volgende pagina's:

 

Populatie Doortrektijd Aantal Numeri

 

 

Up Wie was Mozes Aantal IsraŽlieten Kaart van woestijn Schelfzee Sinai/Horeb Verovering Kanaan Richterentijd