Rinus Kiel over Bijbel, cultuur en wetenschap

Reageren? Zie home-page                                                                                

======================================================

Home
Site-map
Updates
Deze site + mijzelf
Bijbel en theologie
Israel - volk en land
Filosofische items
Denken en cultuur
Wetenschap
Actualiteiten
Klimaat
Presentaties
Boeken
Weblinks

(Bijbel en theologie / Toekomst)

Up Verkondiging Natuurverschijnselen Afname moraal Grote afval Terugkeer Israel Thuishalen gemeente Anti-christ Terugkeer Jezus Binding satan Opstanding martelaren Vrederijk Eindoordeel Nieuwe hemel en aarde

c) de toename van de liefdeloosheid, afname van de moraliteit, uitlopend op het rijk van de anti-christ

Nieuw 14/01/2001 - laatste wijziging 14/07/2001

Zoek op deze website

Jezus zegt:

"...doordat de wetteloosheid toeneemt, zal bij velen de liefde bekoelen [de liefde is immers de vervulling van de wet]" (MatteŘs 24.12).

Bij Paulus lezen we:

"Weet dat de laatste dagen zwaar zullen zijn. De mensen zullen ego´stisch zijn, geldzuchtig, zelfingenomen en arrogant. Ze zullen God lasteren, geen ontzag tonen voor hun ouders, ondankbaar zijn en niets heilig achten. Ze zullen harteloos zijn, onverzoenlijk, lasterziek, onbeheerst en wreed. Ze zullen het goede haten en onbetrouwbaar, roekeloos en verblind zijn. Het genot zullen ze meer liefhebben dan God..." (1 TimoteŘs 3:1-4).

In Openbaring lezen we, aansluitend aan de steeds zwaarder wordende oordelen, telkens zaken als:

"...evenmin braken ze met hun leven van moord [daaronder zeker ook te verstaan de wereldwijde massale abortus op verzoek en de toenemende trend om euthanasie te plegen om allerlei niet medisch noodzakelijke redenen, maar zeker ook de in de 21e eeuw toenemende terreur van hoofdzakelijk islamitische groepen of eenlingen], en toverij [ook inhoudende het gebruik van verdovende middelen], van ontucht [allerlei vormen van afwijkend sexueel gedrag, waaraan onze cultuur zo rijk is geworden, en de sanctionering daarvan], en diefstal [dat nauwelijks nog als misdaad wordt gezien en waartegen nauwelijks wordt opgetreden]" (Openb. 9:21 e.a.).

Wie de krant leest, ziet de treffende illustratie van deze woorden bij de vleet. Niet alleen worden deze dingen gedoogd, c.q. getolereerd, nee, zij worden bij wet vastgelegd als zijnde normaal gedrag en normale situaties, en degenen die zich daartegen verzetten, worden in toenemende mate ge´soleerd.

    Deze beoordeling betekent niet, dat ik blind zou zijn voor de werkelijk grote vooruitgang die er op velerlei terrein de laatste decennia is geweest. Die is er, en ik maak er met groot plezier gebruik van. De grote openheid onder jonge mensen, de grote inzet bij velen van hen voor wat zij als goed en gewenst zien, de ongekende communicatiemogelijkheden (Internet bijv.!), de kans voor zeer velen om te reizen en te trekken en kennis te maken met andere landen, volken, gewoonten en opvattingen, dat zijn allemaal verrukkelijke dingen. Maar er is ook een keerzijde en het zou niet verstandig zijn, die uit het oog te verliezen.