Rinus Kiel over Bijbel, cultuur en wetenschap

Reageren? Zie home-page                                                                                

======================================================

Home
Site-map
Updates
Deze site + mijzelf
Bijbel en theologie
Israel - volk en land
Filosofische items
Denken en cultuur
Wetenschap
Actualiteiten
Klimaat
Presentaties
Boeken
Weblinks

(Filosofische items / Communicatie)

Up

De morele dimensie in het gesprek met anderen

Nieuw 14/10/2001

Zoek op deze website

Samenvatting: Je zou het niet geloven, maar het christelijk geloof valt schijnbaar beneden de maat van de huidige seculiere morele maatstaven. Over hoe de seculiere moraal slechts twee dimensies kent (mens en medemens) en steeds wisselende tegenstellingen, waarvan de meest recente is, die van onderdrukker en onderdrukte. De bijbelse moraal kent drie dimensies (God, mens en medemens) en is daardoor moeilijk grijpbaar voor de huidige volksvoorlichters.

Deze pagina ontleent heel wat aan een artikel in het l'Abri-blad LEV van zomer 2001.

Wie wel eens geprobeerd heeft, met ongelovigen te spreken over de liefde van God, zal regelmatig tegengesproken worden met argumenten over de terreur in Noord-Ierland, het verschijnsel van de kruistochten, en het gegeven, dat God kennelijk homohuwelijken verbiedt, hoewel die mensen van elkaar houden, of dat de christenen tegen abortus zijn, en daarmee deze vrouwen juist in de handen van illegale aborteurs drijven. Is dat dan beter? Ook zal soms gewezen worden op de uitroeiingspraktijken van de in Kanašn binnenkomende IsraŽlieten, die barbaars genoemd worden. Zelfs predikanten noemen die dan ook liever "achteraf verdichte verhalen om bestaande situaties te verklaren", om zo onder de klem van deze geschiedenissen uit te komen. In een discussie bij Sonja Barend onlangs over de plaats van vrouwen in de politieke partij SGP kon het al helemaal niet op. Die noemen zich christen en die discrimineren vrouwen! Schande!! Nu, in dit laatste geval moet ik zeggen dat ik de SGP-argumenten ook niet deel. Maar goed. Wat is hier aan de hand?

    Eerst een sprong terug in de tijd. In de begintijd van de christelijke gemeente groeide deze explosief. Daarvoor waren verschillende redenen. Maar zeker ťťn daarvan was, dat het christelijk geloof een hoogstaande moraal meebracht, die liefde en vrede uitstraalde, maar ook oordeel over een verworden cultuur. Paulus nam geen blad voor zijn mond als hij de heidenen toesprak. En men zag die hoogstaande moraal in praktijk gebracht door de christenen. Zij waren geheel anders: betrouwbaar in hun persoonlijk en huwelijksleven, hadden een serieuze seksuele moraal, waren gastvrij voor ieder die dat nodig had, dienstbaar als er een beroep op hen gedaan werd, al betekende dat soms dat ze beduveld werden. Het deerde ze niet. Deze praktische christelijke moraal stond in schril contrast met de beschamende verhalen die de Grieken over hun goden in omloop hadden: hun hoofdgod Zeus nam vaak verschillende gedaanten aan met als enige bedoeling om vrouwen te verleiden tot sexuele gemeenschap met hem. Serieuze Grieken vroegen zich af, hoe ze kinderen op een fatsoenlijke manier konden opvoeden, als hun goden - die toch een voorbeeld moeten zijn voor de mensen - zich zo onbeschoft gedroegen. Het christelijk geloof had een praktisch antwoord op deze vragen. Dat verklaart voor een deel de snelle uitbreiding van de gemeenten.

    In onze tijd lijkt het andersom: velen vinden onze verlichte en tolerante tijd moreel veel hoogstaander dan de God van de Bijbel. De god die velen in onze tijd voor ogen staat is een god, die liefde is, d.w.z. liefde van eenzelfde niveau als in onze cultuur acceptabel is. In feite is dat de afgeplatte 'liefde', die vrijwel opgaat in tolerantie en acceptatie: niemand de voet dwars zetten, begrijpend en vooral 'non-directief' zijn. Dat liefde vlijmscherp kan zijn en mensen pijn doen, nl. waar ze hen wil lostrekken van het kwaad, is niet acceptabel. Elk persoonlijk of collectief 'kwaad' of wat daarvoor wordt aangezien, roept direct de reactie op: "Hoe kan een god die liefde is, nou zoiets toelaten!!". Goed was dit te zien bij de reacties op de militaire acties die de door de USA geleide coalitie in Afghanistan uitvoerde. Direct reactie van de Wereldraad van kerken, die deze acties ten strengste afkeurde. Direct ook gingen mensen de straat op om daartegen te protesteren, omdat 'er ook onschuldige burgerslachtoffers kunnen vallen'. Terwijl er voordien (op 11-9-2001) duizenden onschuldigen door van-het-kwaad-bezeten duivels aan hun verwerpelijke doelen waren opgeofferd. Het mededogen van de massa kwam toen niet in demonstraties tot uitdrukking. Vreemd! Omdat het Amerikanen waren? Of omdat er toch niets meer aan te doen was? Ik weet het niet. 

    Toen wij in 1944 bevrijd werden door de geallieerden, zijn door hun beschietingen tientallen burgers van mijn stad omgekomen. Ons huis was verwoest. Maar wij omhelsden de soldaten. Ook zij wier familieleden en vrienden door HUN beschietingen waren omgekomen. Omdat die bevrijding werd ervaren als een groot goed. Maar ook onder de bevrijders waren honderden gesneuveld bij de slag om onze stad. Zij, noch wij, hebben gejammerd over het feit, dat er slachtoffers vielen. Dat grote verdriet was er, en het is gedragen en samen gedeeld. Het grote kwaad was niet de oorlog, maar het nazisme, dat ALLES vernietigt en de geesten vergiftigt. Wij wisten: als wij van de Nazi-tirannie bevrijd willen worden, dan zal dat bloed kosten. Het kwaad zit te diep en de vijand is onmenselijk wreed. Wat waren wij blij dat er Britten, Amerikanen, Canadezen, Polen waren, die bereid waren hun leven op het spel te zetten om ons van de tirannie van die diep gehate vijand te bevrijden.

"Er is geen grotere liefde dan je leven te geven voor je vrienden" (Johannes 15:13), zegt Jezus.

Zij toonden ons hun liefde in het offer van hun leven. 

    De Bijbel kent een liefde die verre uitgaat boven de verbleekte versie daarvan in onze tijd. Een liefde die ook een ander aspect heeft: de haat tegen alles wat God tegenstaat en zijn werk kapotmaakt. In Psalm 139 lezen wij

"God, breng de zondaars om, Ė weg uit mijn ogen, jullie die bloed vergieten Ė ze spreken kwaadaardig over u, uw vijanden misbruiken uw naam. Zou ik niet haten wie u haten, HEER, niet verachten wie tegen u opstaan? Ik haat hen, zo fel als ik haten kan, ze zijn mijn vijand geworden." (Psalm 139:19-22).

Dit is in de Bijbel ook de taal van de liefde, de liefde tot Gods schepping en zijn mensen, het niet kunnen verdragen dat dat door anderen wreed om zeep wordt gebracht. God heeft de wereld lief, zegt de Bijbel. Toch straft God de toenmalige wereld met een allesvernietigende vloed, waaruit Hij alleen Noach en zijn familie redt. Wat zou er gebeurd zijn, als God dat niet had gedaan, vroeg ik mij dikwijls af. Het antwoord is: dan zou met Noachs dood de laatste rechtvaardige zijn omgekomen, en de wereld in de handen zijn gevallen van figuren als Lamech, zeg maar, van het kaliber van Bin Laden. Wellicht zou dat de fysieke ondergang van de aarde hebben betekend, want de mensen waren toen buitengewoon intelligent, leefden lang en waren vitaal. En dan geen gerechtigheid, maar alleen het ultieme kwaad! Had God het zo moeten doen? Was Hij dan een God van liefde geweest. In de ogen van velen vandaag, ja. Want dan waren er (aanvankelijk althans) geen 'onschuldigen' omgekomen... Gelukkig omvat Gods liefde ook zijn toorn over, zijn afschuw tegen, de zonde. Omdat die alles kapot maakt wat het leven leefbaar maakt. En daarom was die (bijna)alles-vernietigende vloed toen, een bewijs van zijn liefde. Zonder die uiting van zijn liefde waren wij er nooit geweest!! Overigens zijn die mensen die in de vloed omkwamen, ook toen niet door God afgeschreven. Alleen, op zijn aarde kon Hij ze niet laten blijven. Later komen we hen tegen in 1 Petrus 3:18-20.

    En hier is dan dus de opgave voor ons, christenen: allereerst onszelf weer te binnen brengen wat de liefde betekent die God ons wil leren. Ik heb de indruk dat wij ook in dit opzicht te vaak met de geseculariseerde wereldse en kerkelijke wolven in het bos meehuilen. We zullen opnieuw naar de Bijbel moeten gaan en biddend leren - met elkaar - hoe oneindig groot en diep Gods liefde voor zijn schepping en ons, mensen, is.  En vervolgens mogen wij, kleine mensen, daarvan weer iets gaan vertonen in ons eigen leven, in ons familie- en gezinsleven en in ons maatschappelijk en politiek leven. Het rampzalige aantal echtscheidingen zowel in reformatorische als evangelische kringen toont aan dat wij geen benul meer hebben van de bijbelse liefde, maar ons hebben aangepast aan de 'standaard' van onze tijd. Eerst moeten wij zelf op onze knieŽn, en weer leren wat liefde echt is.

    Gewapend met deze vernieuwde kennis en ervaring van wat echte liefde is, zijn wij pas in staat het gesprek met onze cultuur over evangelie en morele waarden weer op te pakken. Eerder niet. Tot zolang blijft het wauwelen en meepraten en verontschuldigen. Dat wij daarnaast gedegen kennis moeten hebben van datgene waarover wij willen praten, lijkt vanzelfsprekend, maar gezien de aantallen discussies waarin het aan deze meest elementaire zaken ontbrak, ben ik niet helemaal zeker of ik hiermee wel echt een open deur intrap.

free web hit counter