Rinus Kiel over Bijbel, cultuur en wetenschap

Reageren? Zie home-page                                                                                

======================================================

Home
Site-map
Updates
Deze site + mijzelf
Bijbel en theologie
Israel - volk en land
Filosofische items
Denken en cultuur
Wetenschap
Actualiteiten
Klimaat
Presentaties
Boeken
Weblinks

(IsraŽl - volk en land)

Up Israel en de kerk Over Jakob en Esau Beloften Abraham Beloofde land Tekst Zacharia 12-14 De staat IsraŽl Antisemitisme Israelische bezetting

Gods beloften aan Abraham en hun reikwijdte

Nieuw 15/11/2000

Zoek op deze website

Samenvatting: Over de beloften van God aan Abraham: aardse en geestelijke, reikwijdte en condities

    Op verschillende plaatsen in het boek Genesis vinden we beloften, die God doet aan Abram, wiens naam wordt veranderd in Abraham. Wat God belooft, is soms gebonden aan bepaalde voorwaarden, en soms is dat onvoorwaardelijk. We moeten dat goed onderscheiden. Mensen zijn verantwoordelijk, daarom bindt God bepaalde beloften aan voorwaarden. Maar soms belooft Hij dingen ďzomaarĒ, zonder voorwaarden vooraf. Denk maar, dat Hij er plezier in heeft om zijn goedheid te laten merken.

De eerste belofte staat in Genesis 12:2 en 3:

"Ik zal je tot een groot volk maken / ik zal je zegenen / ik zal je aanzien geven / een bron van zegen zul je zijn. Ik zal zegenen wie jou zegenen, wie jou bespot, zal ik vervloeken. Alle volken op aarde zullen wensen gezegend te worden als jij.í"

God neemt Abraham niet apart om hem te isoleren, maar om de hele wereld te zegenen. En dat kon alleen maar op deze manier, kennelijk. Deze belofte lijkt onvoorwaardelijk, maar is het niet. Eraan vooraf gaat de opdracht om zijn familie te verlaten, en Abraham doet dat. En vervult op die manier de voorwaarde.

 De tweede belofte staat in vs 7:

"Ik zal dit land aan jouw nakomelingen geven". Geen voorwaarden.

De derde belofte vinden we in Genesis 13:14,15, nadat Lot naar Sodom was verhuisd:

"Kijk eens goed om je heen, kijk vanaf de plaats waar je nu staat naar het noorden, het zuiden, het oosten en het westen. Al het land dat je ziet geef ik aan jou en je nakomelingen, voor altijd. En ik zal je zoveel nakomelingen geven als er stof op de aarde is: ze zullen even ontelbaar zijn als alle stofdeeltjes op de aarde."

Herhaling van de land-belofte en de belofte van een groot volk.

De vierde belofte staat in Genesis 15:4 en 5, na de ontmoeting met Melchizedek:

"Nee, niet je dienaar [EliŽzer uit Damascus] zal jouw bezittingen erven, maar een kind dat jijzelf zult verwekken". / "Kijk eens naar de hemel,en tel de sterren, als je dat kunt; ...Zo zal het ook zijn met jouw nakomelingen".

De belofte van een groot volk wordt verder ingevuld: een echte zoon van Abraham. Hij gelooft God (dat is: hij vertrouwt God volkomen) en op dat vertrouwen rekent God Abraham als een rechtvaardige. Later laat Abraham zich dan door zijn vrouw overhalen om een kind bij de slavin Hagar te verwekken. Het was dan toch ook zijn zoon. Maar de Heer bedoelde het toch iets andersÖ

De vijfde belofte (Genesis 17) komt in het kader van een verbond, d.i. een overeenkomst tussen God en Abraham. Er is door velen gewezen op de treffende overeenkomst met de verdragen tussen een heerser en de van hem afhankelijke vazallen: de heerser beloofde vrede, rust en welvaart, maar vroeg daarvoor als tegenprestatie onderwerping, schatting, en meestal bewaking van de grenzen van het koninkrijk. Wat belooft God?

"...je zult de stamvader worden van een menigte volken. Je zult voortaan niet meer Abram heten [zijn naam tot dan toe] maar Abraham, want ik maak je de vader van vele volken. Ik zal je bijzonder vruchtbaar maken. Er zullen veel volken uit je voortkomen en onder je nazaten zullen koningen zijn. Ik sluit een verbond met jou en met je nakomelingen, met alle komende generaties, een eeuwigdurend verbond: ik zal jouw God zijn en die van je nakomelingen. Heel Kanašn, het land waar je nu als vreemdeling woont, zal ik jou en je nakomelingen voor altijd (Hebr. 'olam', eeuwig, nooit eindigend) in bezit geven, en ik zal hun God zijn".

En wat moest Abraham doen?

"Jij moet je houden aan dit verbond met mij, evenals je nakomelingen, generatie na generatie. Dit is de verplichting die jullie op je moeten nemen: alle mannen en jongens moeten worden besneden [en dan volgen nadere voorschriften voor de besnijdenis]".

Er is ook een sanctie:

"Een onbesnedene, een mannelijk persoon van wie de voorhuid niet verwijderd is, moet uit de gemeenschap gestoten worden, omdat hij het verbond verbroken heeft".  

De belofte van land en volken wordt nu heel uitgebreid herhaald, en bovendien doet God dit in de vorm van een verbond, een contract van (wederzijdse) bijstand. Nu is Abrahams deel een heel wonderlijk, het lijkt een erg simpele zaak, en ook een beetje vreemd. De voorwaarde die God Abraham oplegt, lijkt op het gebod in de hof van Eden. God legt ons geen lasten op, maar Hij wil ons vertrouwen testen, ook al snappen wij Hem niet precies.

    De belofte van de zoon wordt nog eens herhaald (zesde keer) in Genesis 18:10, waar de Heer Zelf Abraham bezoekt met twee dienaars.

    Is het nu zo met dit verbond, dat God zijn beloften niet meer nakomt, wanneer zal blijken dat het volk van Abraham de voorwaarden niet meer naleeft? Nee, om een ons niet bekende reden, vervult God toch zijn beloften aan Abraham, al wordt die vervulling wel opgeschort, en soms voor lange tijd. We vinden dat in het oude en nieuwe testament regelmatig terug. Ik citeer enkele plaatsen:

Exodus 2:24: God hoorde hun jammerkreten [uit Egypte] en dacht aan het verbond dat hij met Abraham, Isaak en Jakob had gesloten.

Exodus 2-6: Regelmatig wordt gerefereerd aan God als de God van Abraham, Isaak en Jacob.

Exodus 32:13 (gouden kalf): Mozes pleit bij God vanwege zijn beloften aan Abraham, Isaak en Jacob.

En zo gaat dat door. Maar de toon verandert:

       2 Kon. 13:23 (met IsraŽl, het 10-stammen rijk, gaat het bergafwaarts): Maar de HEER was de IsraŽlieten genadig. Hij kreeg medelijden met hen en was met hen begaan vanwege het verbond dat hij met Abraham, Isaak en Jakob gesloten had. Hij wilde de IsraŽlieten niet uitroeien en verstootte hen niet, zoals hij dat tot op de dag van vandaag niet heeft gedaan. Er kan echter met God niet eindeloos gespot worden.

Maar ook:

       Jes. 41:8,10: Maar jou, IsraŽl, mijn dienaar, Jakob, die ik uitgekozen heb, nakomeling van Abraham, mijn vriend,Ö Wees niet bang, want ik ben bij je, vrees niet, want ik ben je God. Ik zal je sterken, ik zal je helpen, je steunen met mijn onoverwinnelijke rechterhand.

       Micha 7:20: U bewijst Jakob uw trouw en Abraham uw goedheid, zoals u gezworen hebt aan onze voorouders, in de dagen van weleer.

En in het nieuwe testament:

       Matt. 8:11 (Jezus): ...dat velen uit het oosten en uit het westen zullen komen en met Abraham, Isaak en Jakob zullen aanliggen in het koninkrijk van de hemel. Hier zie je het begin van de volken die ook met Abraham gezegend zullen worden.

       Romeinen 11:1 (Paulus betoogt): Heeft God zijn volk soms verstoten? Beslist niet. Ik ben immers zelf een IsraŽliet, een nakomeling van Abraham. (Er was reden om te denken, dat God het met zijn volk heeft laten afweten. Maar Paulus bestrijdt dat krachtig.)

       In Galaten 3 legt Paulus het allemaal nog eens precies uit.

God is met Abraham iets begonnen en brengt dat ook tot een goed einde. Niet alleen de belofte van alle volken die gezegend worden, maar ook de belofte van een groot volk, en van het bezit van het land. Maar op zijn manier!

Up Israel en de kerk Over Jakob en Esau Beloften Abraham Beloofde land Tekst Zacharia 12-14 De staat IsraŽl Antisemitisme Israelische bezetting