|
Rinus Kiel over Bijbel, cultuur en wetenschap Reageren? Zie home-page
====================================================== |
|
(Israël - volk en land) Het aan Abraham en Israël beloofde land Nieuw 22/02/2000 - laatste wijziging 14/11/2003
Inleiding In grote
gebieden van de theologie gaat men ervan uit, dat er pas na de Babylonische
ballingschap sprake is geweest van het op enige schaal te boek stellen van Israëls
geschiedenis. In dat voetspoor menen dan ook vele archeologen dat zij aan deze
boeken geen boodschap hebben. Alles wat daar geschreven staat over het land dat
aan Abraham c.s. beloofd is, kun je dan dus maximaal als vrome verhalen afdoen,
die geen enkele relevantie hebben voor je wetenschappelijke onderzoeken. Nu, iemand
die dat graag geloven wil, zal zich zeker niet door zoiets triviaals als
logische argumentering laten tegenhouden. Het onderstaande is dan ook niet
bedoeld voor de hierboven beschreven personen, maar voor hen, die de Bijbel
beschouwen als Gods betrouwbare Woord en regelmatig opgeschrikt worden door
allerlei ontkenningen en twijfelzaaierij. Het onderwerp
van deze pagina is: wat is de omvang van het land dat door God aan Israël werd
beloofd? We gaan dat na aan de hand van een aantal Bijbelgedeelten. Eerst de
kaart, waarop door streeplijnen globaal het gebied is ingetekend, dat
door God aan Abraham en zijn volk is beloofd. In de tijd van David en Salomo, en
later tijdens de regering van de Makkabeeën, heeft Israël inderdaad ongeveer
deze omvang gehad. En ook de toekomstige omvang van het land, zoals in Ezechiël
47 en 48 geschetst, schijnt daarmee overeen te komen, al zijn niet alle
geografische details even duidelijk. Kaart van het beloofde land
Wat zegt de Bijbel?
Genesis 12:7 Maar de HEER verscheen aan Abram en zei: ‘Ik zal dit land aan jouw nakomelingen geven.’ Toen bouwde Abram op die plaats een altaar voor de HEER, die aan hem verschenen was. Note: De eerste toezegging van het land aan Abraham en zijn
nageslacht. Nog ongekwalificeerd. Die dag sloot de HEER een verbond met Abram. ‘Dit land,’ zei hij, ‘geef ik aan jouw nakomelingen, van de rivier van Egypte tot aan de grote rivier, de Eufraat.' Note: De eerste toezegging van het land, die hoewel nog
globaal, toch ook al iets gespecificeerd is: vanaf de rivier van Egypte
(vermoedelijk de Wadi el Arish), tot aan de Eufraat. 'Heel Kanaän, het land waar je nu als vreemdeling woont, zal ik jou en je nakomelingen voor altijd in bezit geven, en ik zal hun God zijn.’ Note: Weer een herhaling van de land-belofte:
heel Kanaän. En: voor altijd. (Hebr. olam = voor
altijd, altijddurend, nooit eindigend, altijd, voortdurend bestaan, eeuwig,
onbegrensde of oneindige toekomst, eeuwigheid. Wordt ook gebruikt voor het
bestaan van God van en tot in eeuwigheid.) 'Ik zal je zoveel nakomelingen geven als er sterren aan de hemel zijn en dit hele gebied aan hen geven, en alle volken op aarde zullen wensen zo gezegend te worden als jouw nakomelingen.' Note: Dit is een belofte aan Isaak, terwijl hij in Gerar was.
Abrahams nageslacht zal 'dit hele gebied' gegeven worden. Egypte valt
daar niet onder, maar bijv. wel het gebied van de Filistijnen. 'Moge hij [God] jou en je nakomelingen de zegen van Abraham geven, zodat je het land waar je nu nog als vreemdeling woont en dat God aan Abraham heeft gegeven, in bezit krijgt.’ Note: Hier zegt Isaak, in zijn zegen aan Jacob, deze het land
toe dat God aan Abraham gaf. Ook zag hij de HEER bij zich staan, die zei: ‘Ik ben de HEER, de God van je voorvader Abraham en de God van Isaak. Het land waarop je nu ligt te slapen zal ik aan jou en je nakomelingen geven...' Note: God belooft aan Jacob, en aan zijn nageslacht, in
Bethel het 'land waarop je nu ligt te slapen'. '...Ik geef jou het land dat ik aan Abraham en aan Isaak heb gegeven; ook aan je nakomelingen geef ik dit land.’ Note: Weer terug in Bethel, belooft God Jacob en zijn
nakomelingen het land dat Hij Abraham en Isaak gegeven had. Toen hij [Jozef] zijn einde voelde naderen, zei hij tegen zijn broers: ‘God zal zich jullie lot aantrekken: hij zal jullie uit dit land wegleiden en je naar het land brengen dat hij onder ede aan Abraham, Isaak en Jakob heeft beloofd...' Note: Jozef zegt zijn broers in Egypte toe, dat God hen zal
brengen naar het land, dat aan de vaderen onder ede beloofd is. Dat graf van
Jozef is in oktober 2000 in het nieuws geweest, toen het door de Palestijnen is
verwoest en omgebouwd tot moskee. '...Daarom ben ik [God] afgedaald om hen uit de macht van de Egyptenaren te bevrijden, en om hen uit Egypte naar een mooi en uitgestrekt land te brengen, een land dat overvloeit van melk en honing, het gebied van de Kanaänieten, de Hethieten, Amorieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jebusieten...' Note: In Gods opdracht aan Mozes komt ook weer de belofte
voor, hen te brengen naar een mooi en uitgestrekt land, het gebied van de Kanaänieten en de andere
daar wonende volken. 'Ik zal jullie een gebied geven dat zich uitstrekt van de Rode Zee tot aan de zee waaraan de Filistijnen wonen, en van de woestijn tot aan de Eufraat. De bewoners van dat hele gebied geef ik in jullie macht, en jullie zullen hen verdrijven...' Note: Een wat andere manier van zeggen dan de eerste keer: van de Rode Zee (Schelfzee, zie Schelfzee) tot aan de zee waaraan de Filistijnen wonen = zuidoost-noordwest, en: van woestijn (Negev) tot Eufraat = zuidwest-noordoost.
'Breek het kamp op en trek naar het bergland van de Amorieten en naar het gebied van de naburige volken: de Jordaanvallei, het bergland, het heuvelland, de Negev en de kuststrook – de gebieden van de Kanaänieten – en de Libanon tot aan de grote rivier de Eufraat.' Note: Alweer: als je deze gebieden samenneemt (waarbij enige
niet exact zijn aan te geven), kom je weer op het zgn. 'Groot-Israël'
uit. van de Wadi el Arish tot aan de Eufraat. Genoemd worden: Amorieten = aan
weerszijden van de Jordaan / Jordaanvallei = gebied van de Dode Zee en de Araba /
bergland = de centrale heuvelrug / heuvelland = de Sjefala (ten westen van het
bergland van Jude) / de Negev = globaal de Negev, inclusief het gebied
rond Beersheva / kuststrook = M. Zeekust, vlakte van Sharon, gebieden van de Kanaänieten = ofwel globaal het gebied van de Phoeniciërs,
ofwel in breder zin het hele gebied Palestina / Libanon = Libanon gebergte /
grote rivier = Eufraat. 'Elk stuk grond dat u zult betreden is voor u. Uw gebied zal zich uitstrekken van de woestijn tot aan de Libanon, en van de rivier de Eufraat tot aan de zee in het westen.'
Note: Weer een wat andere manier van zeggen, maar het gebied dekt alweer het
zgn. 'Groot-Israël'. Een doorsnee van zuid naar noord: woestijn tot Libanon, en
van oost naar west: Eufraat naar Middellandse Zee. (1) Toen verliet Mozes de vlakte van Moab en hij beklom de Nebo, een van de toppen van de Pisga, tegenover Jericho. Daar liet de HEER hem het hele land zien: het hele gebied van Gilead tot aan Dan, (2) Naftali, het gebied van Efraïm en Manasse, heel Juda tot aan de zee in het westen, (3) de Negev, de Jordaanvallei en de vlakte bij de palmstad Jericho, tot aan Soar. Note: Mozes overziet het land vanaf de top van de Nebo (zie kaartje hierboven). Wat is zijn horizon? Inderdaad het gebied, dat valt binnen de licht grijs aangegeven cirkel, en dat in dit en de volgende verzen beschreven staat: Gilead, het overjordaanse tot aan Dan (aan de voet van de Hermon). (Dan, heette toen nog Laïs = uiteraard een latere redactie om begrijpelijke redenen.) Dan de gebieden, die bewoond zouden gaan worden door de genoemde stammen, voor zover Mozes die vanaf de Pisga kon zien liggen. De zee in het westen is de Middellandse zee.Hier wordt niet het gehele gebied genoemd, alleen dat deel dat binnen het bereik van Mozes' ogen lag. Ogen die volgens vs 7 nog steeds niet verduisterd waren. Negev is hier: het noordelijke gebied van de Negev, zeg maar, rond Beersheva. Jordaanvallei = dal van Jericho de Palmstad (nog steeds, trouwens!), Soar = gebied van de Dode Zee in de ruimste zin van het woord.
Volgens verschillende bronnen is het gebied dat Mozes toen overzag, thans
vanaf deze bergtop niet meer te overzien, enerzijds ten gevolge van erosie, en
anderzijds ten gevolge van verticale bewegingen van de aardkorst ter plaatse.
Het gebied ten westen van het gebergte van Judea en de centrale heuvelrug zouden
dan nu vanaf die plek aan het gezicht onttrokken zijn. 'Jullie gebied zal zich uitstrekken van de woestijn tot aan de Libanon, en van de grote rivier, de Eufraat, met het land van de Hethieten, tot aan de Grote Zee in het westen'. Note: Hier alweer op een iets andere manier, de omvang van het land. Grenzen: woestijn Libanon, rivier Eufraat, Grote (Middellandse) Zee. Ook: het hele land der Hethieten. Dit draagt niet veel bij aan de definitie van de landsgrenzen, omdat het woord Hethieten in veel verschillende betekenissen werd gebruikt: Hethietische rijk, de afzonderlijke koninkrijken, de Hethieten die in Kanaän woonden. Ezechiel 47 en 48 Hier
vinden we de beschrijving van de omvang die het land zal hebben na het
definitieve herstel van Israël, m.i. in het beloofde Messiaanse vrederijk. Conclusies
Sommige theologen - daarin gevolgd door anderen - beweren, dat het gebied van
het beloofde land in het geheel niet vaststaat, dat het telkens weer anders is,
en dat het gebied dat God aan Mozes heeft beloofd, al helemaal die omvang niet
heeft. Het enige commentaar dat ik daarop geven kan is, dat deze opvattingen het
gevolg zijn van onnauwkeurig en - vooral - bevooroordeeld lezen. De enige conclusie kan m.i. alleen maar deze zijn: God heeft Israël het land beloofd vanaf de Wadi el Arish tot aan de Eufraat, en vanaf de Middellandse Zee tot en met het overjordaanse gebied van de Amorieten (koninkrijken van Sihon en Og). Dat betekent niet - en dat wil ik nadrukkelijk zeggen - dat de huidige staat Israël nu het recht heeft, al deze gebieden in bezit te nemen. Het is altijd nog het beloofde land!! Als de vredevorst Messias optreedt, zal God opnieuw dit gehele gebied aan Israël in bezit geven. Niet eerder!
|