Rinus Kiel over Bijbel, cultuur en wetenschap

Reageren? Zie home-page                                                                                

======================================================

Home
Site-map
Updates
Deze site + mijzelf
Bijbel en theologie
Israel - volk en land
Filosofische items
Denken en cultuur
Wetenschap
Actualiteiten
Klimaat
Presentaties
Boeken
Weblinks

(Actualiteiten / Religie en geweld)

Up Bijbel en geweld Christendom en geweld Islam en geweld Seculier geweld

Bijbel en geweld

Nieuw 22/01/2005

Zoek op deze website

Samenvatting: Hier gaan we na wat rond het thema geweld in de Bijbel wordt gezegd. Want voor christenen is dat het uitgangspunt en het kader voor ons denken op dat punt. Waar komt geweld vandaan, hoe gaan we er mee om. We kijken naar de verschillende perioden in de geschiedenis, die in de Bijbel beschreven staan, hoe geweld daar functioneerde en werd beoordeeld. Want de Bijbel is niet maar een tijdloos orakelboek, maar spreekt in concrete historische situaties.

De Bijbel is nuchter voor wat betreft de oorzaak van geweld. Jezus zei:

"Want uit het hart komen boze gedachten, moord, overspel, ontucht, diefstal, valse getuigenissen en laster" (MatteŁs 15:19).

Uit het hart, en dat is kennelijk niet beperkt tot een bepaald soort of een bepaalde groep mensen, maar dat wordt gezegd van alle mensen. Hoe is dat gegaan met het gegeven 'geweld' door de geschiedenis heen? En alweer laten we de Bijbel spreken, omdat die ons dingen vertelt over die eerste periode uit het bestaan van de mensheid, die in geen enkel ander geschrift gegeven zijn. Ook moeten we oog hebben voor de verschillende manieren waarop God in verschillende perioden van de geschiedenis met de mensheid omgaat.

De tijd vůůr de grote vloed

    Het eerste geweld zien we al in de eerste hoofdstukken van de Bijbel: KaÔn die uit pure jaloersheid zijn broer Abel doodslaat. Hoewel hij kort daarvoor nog indringend door God is gewaarschuwd. Maar KaÔn voedt integendeel de haat tegen zijn broer en ontdoet zich van hem door hem te vermoorden (Genesis 4:3-17). Typisch is dat God ook KaÔn beschermt tegen de bloedwraak door te zeggen dat hij eventueel zevenvoudig gewroken zal worden als iemand hem te na komt. God wil die geweldsspiraal niet. In de lijn van KaÔns geslacht zien wij dan enkele generaties verder de figuur van Lamech optreden, die opschept dat hij voor een geringe verwonding gewoonweg iemand doodslaat en dat wie hem te na komt, zeventig maal zo hard zal worden gewroken als zijn voorouder KaÔn (Genesis 4:23-24). Hier hebben we dus het eerste 'zinloos geweld', het is dus niet van recente oorsprong. Een aantal generaties later zijn we aangeland in de tijd van Noach. Dan wordt het volgende gezegd:

"In Noachs tijd was de aarde in Gods ogen verdorven en vol onrecht [de meeste vertalingen hebben hier: geweld, geweldenarij, wat een betere vertaling is; SV heeft 'wrevel', maar deze vertaling is bepaald onjuist]" (Genesis 6:11).

Het liep nu echt de spuigaten uit! Geweldpleging was de vorm van samenleven geworden. Ik krijg mijn zin niet? Dan trap ik je in elkaar! De aarde was vol geweldenarij, staat er. Het waren geen incidenten meer, het was de gewone omgangsvorm geworden. En dan zegt God: Dit wil Ik niet. Nu is het genoeg. Al mijn bemoeienissen met KaÔn en al die anderen zijn op niets uitgelopen. Het totaal worden van het geweld is de aanleiding voor de grote vloed. En de oorzaak van het geweld is de zonde in het hart van de mensen, zoals Jezus hierboven al opmerkte.

    De vloed in Noachs dagen doodde alle mensen, behalve zij die in de ark verbleven. Was dit ook geen geweld van Gods kant? Hoe moeten we dit zien? In onze cultuur is dood dood. Punt uit. Maar in Gods ogen niet. Deze mensen zijn weliswaar in een verschrikkelijk oordeel van de aarde verdwenen, maar in een rondzendbrief van Petrus komen we ze weer tegen als bewoners van het dodenrijk aan wie door Jezus tijdens zijn verblijf aldaar het evangelie is verkondigd. De uitwerking van deze boodschap is ons niet bekend gemaakt (lees maar in 1 Petrus 3:18-20). Ze waren dus door God niet afgeschreven!

Van de vloed tot Abraham

    Na de vloed treft God een aantal maatregelen, waarover we, verspreid over de hoofdstukken 8 t/m 11 van het boek Genesis, kunnen lezen. Ten eerste stelt God een straf in op het doodslaan. Niet meer de bloedwraak maar een onafhankelijke instantie zal de vergelding uitoefenen, om te voorkomen dat de volgende vloed nodig zal zijn. Een aantal gebeurtenissen verderop in de tijd zorgt ervoor dat de mensen (toen nog niet zo'n groot aantal waarschijnlijk) over de aarde worden verspreid, terwijl aansluitend de aarde wordt verdeeld. De mensen zijn nu gescheiden door oceanen en hoge bergketens, hun bestaan is moeizaam geworden, waardoor ze niet meer, of (nog) niet opnieuw, tot zulke geweldsuitbarstingen kunnen komen als direct vůůr de vloed.

Van Abraham tot de ballingschap van IsraŽl

    Met de keuze voor Abraham begint God met zijn werk aan IsraŽl. Hoewel Hij de volken niet uit het oog verliest, concentreert Hij zich op deze mens en het volk dat uit hem voortkomt, IsraŽl. Aan dit volk geeft Hij van de berg Horeb zijn wetten. IsraŽl heeft een speciale functie, nl. een (beperkte) theocratie te zijn, een voorbeeld voor de volken, een soort proeftuin van God. Eťn van de taken van dit volk is, om de volken uit te roeien die vůůr hen in het gebied Kanašn (het huidige Palestina) woonden. We moeten daar even bij stilstaan, want heel wat christenen, daarin bijgevallen door hun theologisch geschoolde leiders, verafschuwen deze passages en accepteren deze niet als door God geÔnspireerde tekst. Maar daarbij moeten we niet vergeten, dat IsraŽl in die tijd en in die omstandigheden de uitvoerder was van Gods oordeel over deze volken. Welke misstanden en gruwelijkheden precies bij die volken bestonden, weten we niet. Wat we weten is, dat kinderen werden geofferd op de gloeiend heet gestookte armen van de afgod Moloch en er zijn zulke kinderen gevonden, ingemetseld in de muren en onder de dorpels van huizen. Overigens heeft IsraŽl die opdracht met tegenzin en maar zeer ten dele uitgevoerd. Over dat oordeel van God over een wereld in opstand tegen Hem spreken we verder nog.

    Ook zien we dat zelfs vrome koningen als David, Hizkia en Josia het zwaard soms nogal tamelijk losjes hanteren. Het was een ruwe tijd, en de Bijbel verzwijgt ons niets van het geweld dat ook deze vrome koningen uitoefenden. Deels terecht, vanwege hun taak als bewaarder van het recht, deels ten onrechte, en soms tegen Gods uitdrukkelijk bevel in. Gods plan met de wereld volgt niet een parallel spoor, in een soort van 'gewijde' geschiedenis, maar het bloeddoorlopen spoor van onze eigen, menselijke geschiedenis met al zijn zonden en mislukkingen. Overigens duldde God alleen geweld van Zijn koningen als dat stond in dienst van de door hen uit te oefenen gerechtigheid. Maar toch had ook dit geweld - door God opgedragen - een aparte status. Alsof het er niet echt bijhoorde. David mocht niet de tempel van God bouwen omdat hij 'veel bloed vergoten had' (1 Kronieken 22:8). Er is hier geen sprake van onschuldig bloed. Maar het feit alleen al dat David zoveel bloedige oorlogen had moeten vechten, maakte hem ongeschikt in Gods ogen om de taak van de tempelbouw op zich te nemen. Het vergieten van onschuldig bloed was een heel andere zaak. Dit werd niet getolereerd en niet vergeven. 

"Dit [de ballingschap in Babel] overkwam Juda omdat de HEER zelf het zo beschikt had; hij verstootte het vanwege alle zonden die Manasse had bedreven. Wat de HEER hem vooral niet vergaf, was dat hij onschuldig bloed had vergoten Ė hij had Jeruzalem gevuld met onschuldig bloed" (2 Koningen 24:3-4).

Dus er was geweld, soms veel geweld in de periode van het Oude Testament, omdat het nu eenmaal met de zondige mensheid samenhangt, maar niet alles werd kennelijk getolereerd.

Van de ballingschap tot Jezus

    De beperkte theocratie van IsraŽl (zie de betreffende paragrafen) eindigt met de ballingschap. Vanaf dat ogenblik heet de 'God van IsraŽl' de 'God van de hemel' (zie DaniŽl 2 : 18,19,37,44). Vanaf hier beginnen de 'tijden der heidenen' (tijdperk van de volken), zoals dat in de Bijbel heet. Nu stelt God de opdracht tot handhaven van het recht op aarde in handen van de opeenvolgende wereldrijken. En de (definitieve) theocratie is uitgesteld tot het optreden van de Messias als die zijn vrederijk vestigt aan het einde van onze geschiedenis. IsraŽl begreep dat.

Wat verandert er door Jezus' optreden?

    Voor wat het samenleven van mensen en volken betreft: in eerste instantie niets. Het Romeinse rijk was het meest wrede wereldrijk tot dan toe, en als we de geschiedenis tot nu overzien, kunnen we niet zeggen dat er veel verbeterd is. Integendeel, de barriŤres die God had opgeworpen, zijn goeddeels geslecht. Vliegen, radio, TV, telefoon en Internet verbinden de hele wereld met elkaar. Massavernietigingswapens kunnen in luttele minuten aan de andere kant van de aarde worden gebracht om daar dood en verderf te zaaien. En als we de bijbelse beschrijving lezen van de komende wereldregering door de dictator, die 'antichrist' wordt genoemd, worden we ook al niet vrolijker. Nee, minder gewelddadig zal de wereld niet worden, valt te vrezen. Ik vraag me af, of we al niet leven in het tijdperk, dat door Jezus wordt aangeduid in Lucas 17:26, als Hij spreekt over de laatste dagen van de geschiedenis, wanneer het ook zo zijn als in de dagen van Noach. Nee, wat de algemene gang van de geschiedenis betreft, zie ik de belemmeringen die God had gesteld om het kwaad te beteugelen, omver gehaald, zodat geweld in allerlei vormen zich ongehinderd over de aarde verspreiden kan, en door velen (denk aan de Palestijnse en Al-Qaeda terreur) wordt gepropageerd en verheerlijkt.

    Is dit nu alles wat erover te zeggen valt? Nee, er is ťťn buitengewoon belangrijk element, dat tot nu toe nog niet is genoemd. En dat is de komst van de Heilige Geest, in een vorm en een volheid als tot aan Jezus' komst nog niet was voorgekomen. In de kracht van die Geest mag Jezus' opdracht worden uitgevoerd om alle volken tot zijn discipelen (leerlingen, volgelingen) te maken. Die discipelen moeten zijn geboden bewaren (= doen, uitvoeren), zoals die o.a. in de Bergrede zijn neergelegd. Deze geboden zijn er niet voor overheden of andere instanties in de eerste plaats, maar voor Jezus' leerlingen, individueel en als groep (de gemeente oftewel de kerk). We weten dat de kerk als organisatie een slechte uitvoerder is geweest van Jezus' geboden. Zij heeft macht gezocht en vele kerken doen dat nog: vele orthodoxe en andere staatskerken schurken aan tegen de overheid en proberen via haar invloed en macht te verkrijgen. Fout natuurlijk en haaks op Jezus' opdracht!!! En toch... Ondanks al deze ernstige tekortkomingen is de invloed van Jezus' blijde boodschap zo gigantisch groot geweest, vooral in ons werelddeel, Europa, dat velen van ons denken dat geweldloosheid, liefde tot de ander, zorg voor elkaar, universele eigenschappen van de mensheid zijn. Maar, zoals Frits Bolkestein al opmerkte over de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens: deze is minder universeel dan wij denken, zij is Europees, en wel ontstaan uit het christelijk en humanistisch gedachtegoed. In de islamitische landen vind men er niet de eigen opvattingen in terug, in Afrika ook niet. En ook de communisten zagen er niet veel in.

    Als wij hier in het westen dus heden ten dage zo graag geweldloos zijn, en tegen wat wij noemen zinloos geweld, dan komt dat niet voort uit algemeen menselijk gevoelen, maar - hoe vaag en veraf misschien ook - uit het evangelie van Jezus. Het algemeen menselijk gevoelen levert, naar Jezus' uitspraak, slechts wetsovertreding en ellende op. Willen wij dus terechtkomen in een periode waarin het (zinloos) geweld wordt uitgebannen, dan is de allereerste voorwaarde dat wij ons individueel, als volk, als werelddeel bekeren, onze zonden voor God belijden en opnieuw zijn goede geboden gaan doen. En zo niet, dan zal het ons niet anders vergaan dan de mensen in de tijd van Noach.

Geweld en de overheid

    Iets moeten we nog zeggen over het gebruik van geweld door de overheid. Alhoewel God de instantie van de overheid het recht om geweld te gebruiken had toegestaan om - zoals Paulus zegt  in Rom. 13:1-5 - hem die het slechte doet zijn verdiende straf te geven, is het - om met Jezus te spreken -

"vanaf het begin (= origineel, principieel) niet zo geweest".

De overheid is als het ware een soort noodverband, een tijdelijke oplossing, om het kwaad in de wereld te beteugelen. M.i. is hier een zekere parallel met de echtscheiding waarover Jezus (MatteŁs 19:8) de bovengenoemde opmerking maakt. Ook die is niet met de schepping gegeven, maar als een soort noodoplossing indertijd door Mozes toegestaan. Zo ongeveer zie ik ook de overheid. Jezus en de apostelen roepen ons op om die overheid (in hun dagen de ook niet altijd erg lieve Romeinse overheid) te gehoorzamen, omdat zij de goeden beloont en de kwaden bestraft.

    En als die overheid nu ook de goeden onderdrukt, zoals de Romeinen met o.a. de christenen deden? De Bijbel spreekt hier slechts over onderwerpen. Dat kon ook moeilijk anders. Opstand tegen de Romeinen stond, zeker in die tijd, gelijk met zelfvernietiging. Er was ook geen instantie achter of boven die Romeinse overheid, waarop men zich beroepen kon. Toch zien we dat Paulus zich wel tegen onrechtmatig handelen van die overheid te weer stelt, als hij ten onrechte dreigt te worden gegeseld, of ten onrechte in de gevangenis belandt. Zie hiervoor Handelingen 16:37 (Filippi) en 22:25-29 (Jeruzalem). Dus Paulus legde zich niet neer bij onrechtmatig handelen van de overheid, maar ging bij diezelfde overheid in beroep. Dat was alles wat hij toentertijd kon doen.

    In de tijd van de Reformatie werden deze vragen weer actueel. Wereldlijke en kerkelijke overheden gingen zich te buiten aan volstrekt verwerpelijke praktijken. Het is de verdienste van Calvijn, dat hij geprobeerd heeft, op de vragen hieromheen een antwoord te vinden. Hij formuleerde het 'recht van opstand'. In zijn tijd was er een gelaagde structuur. Onder de keizer stonden koningen, vorsten, stadsoverheden. Als nu zo'n hogere overheid onrecht deed en het volk liet onderdrukken, dan mocht - in het uiterste geval - het volk daartegen in opstand komen. Maar het moest wel geleid worden door die lagere overheden. Die moesten het voortouw nemen in de opstand. Volgens dit model is ook de opstand van de Nederlanden tegen Spanje gestart. Willem van Oranje vertegenwoordigde als stadhouder die lagere overheid. Calvijn nam dus de structuur van staten en vorstendommen in zijn tijd als uitgangspunt voor zijn 'recht van opstand'. Hij liet er zich niet over uit wat er moest gebeuren wanneer ook die lagere overheden corrupt waren.

    Hoe zit dat nu in onze tijd? Er nog steeds van uitgaande, dat ook overheden noodverbanden zijn, weliswaar door God gegeven, maar allerminst volmaakt. We zien ook dat overal ter wereld onderdrukking en corruptie welig tieren en dat op vele plaatsen machthebbers, in plaats van recht te doen, het onrecht bevorderen, en dat veelal ten eigen bate. Op welke instanties kunnen deze volken dan een beroep doen? Het zou een grote stap vooruit zijn, wanneer de Verenigde Naties deze instantie zouden kunnen zijn. En soms lijkt het daar ook een beetje op. De VN hebben enkele successen op hun naam staan wat dit betreft. Maar dit orgaan wordt vaak tot onmacht gedoemd door verdeeldheid en vetorecht van bepaalde staten. Organisaties als de NATO dan? Of de Europese Unie? Heeft soms ook min of meer gewerkt. Maar in recente crises zijn deze organen door traagheid, angst en innerlijke verdeeldheid vaak tot passiviteit gedoemd. Mag dan ook een groot land als de Verenigde Staten die taak naar zich toe trekken? Zoals bijvoorbeeld in Irak?

Een einde aan het geweld

    De Bijbel - alweer - geeft aan dat er een einde komt aan het geweld in de wereld. Daartoe zijn twee dingen nodig. Het eerste is, dat satan wordt gegrepen en zijn werk niet meer kan doen. Dat betekent een enorme verbetering. De grote verleider en tweedrachtzaaier is van het toneel verdwenen. Het tweede is, dat Jezus, IsraŽls Messias en Gods rechtvaardige heerser, koning wordt over de hele aarde en deze vanuit Jeruzalem regeert. Het zgn. 'koninkrijk van God' omvat vanaf dat moment ook de aarde. En in dat koninkrijk heerst wereldwijde gerechtigheid. Klaar met het geweld, dus. Meer hierover is te vinden in de pagina's over de Toekomst. Jesaja schrijft over deze periode:

"Hij [de Messias] zal rechtspreken tussen de volken, over machtige naties een oordeel vellen. Zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers en hun speren tot snoeimessen. Geen volk zal nog het zwaard trekken tegen een ander volk, geen mens zal meer weten wat oorlog is." (Jesaja 2:4).

Dat deze tekst op het gebouw van de Verenigde Naties in New York staat geschreven is dus een beetje voorbarig, want nu geldt vaak nog de roep: 

"Smeed je ploegijzers maar om tot zwaarden en je snoeimessen tot speren" (JoŽl 4:10),

al heeft het werk van de UNO zeker gezorgd voor een beetje meer stabiliteit in de wereld.

    Tenslotte lezen we in de Bijbel dat ook de herinnering aan al die gewelddadige gebeurtenissen, oorlogen en rampen zal worden weggenomen. We lezen:

"Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen. Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was is voorbij" (Openbaring 21:4).

Nu is eindelijk de wereldvrede aangebroken.

Samenvattend

    Concluderend kunnen we het volgende zeggen:

1. In de Bijbel  - als boek van de geschiedenis - hangt alles af van de periode waarover we spreken. En dat geldt ook voor het uitoefenen van geweld.

2. Dat betekent dat dit boek niet klakkeloos kan worden geciteerd als rechtvaardiging van ons handelen (als christenen) in deze tijd.

3. Sinds het optreden van Jezus is het uitoefenen van geweld door zijn volgelingen verboden. Overheden hebben het geweldsmonopolie, uitsluitend voor het handhaven van het recht.

4. Dus geen enkele vorm van geweld tegen anderen kan worden gerechtvaardigd met een beroep op de Bijbel. Jezus zegt immers:

". . . wie naar het zwaard grijpt, zal door het zwaard omkomen" (MatteŁs 26:52).

Zijn doorgaande leer is: niet overheersen, maar dienen. Zijn voorbeeld is niet voor tweeŽrlei uitleg vatbaar.

Is dat nu ook altijd zo gepraktiseerd door hen, die zich zijn volgelingen noemen? We zullen zien.

Up Bijbel en geweld Christendom en geweld Islam en geweld Seculier geweld