Rinus Kiel over Bijbel, cultuur en wetenschap

Reageren? Zie home-page                                                                                

======================================================

Home
Site-map
Updates
Deze site + mijzelf
Bijbel en theologie
Israel - volk en land
Filosofische items
Denken en cultuur
Wetenschap
Actualiteiten
Klimaat
Presentaties
Boeken
Weblinks

(Bijbel en theologie)

Up Over de Bijbel Septuagint Masoreten Bijbel wetenschap Vrijzinnige uitleg Ontstaan Genesis Wie is Jezus? Uittocht, intocht Toekomst Noach, Zondvloed

Bijbel en wetenschap

Nieuw 14/08/2001, laatste wijziging 08/11/2016

Zoek op deze website

Samenvatting: Eerst iets over het taalgebruik in de Bijbel. Daarna over de betekenis van de Bijbel voor de wetenschap; deze is drieŽrlei:

į    hij bevat vele ooggetuigeverslagen van talloze gebeurtenissen door de geschiedenis heen,

į    verhaalt over vele leefomstandigheden in de diverse perioden, en

į    geeft ons een basischronologie, waardoor wij zicht hebben op de tijdlijn vanaf schepping tot heden (en tot in de toekomst).

Zie voor een kritiek op het kromme Bijbelgebruik van hedendaagse theologen, die het zgn. 'theÔstisch-evolutionisme' ondersteunen, de commentaar van Geelhoed op de 'Christelijke Dogmatiek' van G. van den Brink en C. van der Kooi.

 

Vooraf:

Aan alles vooraf gaan vooronderstellingen. Dit wordt behandeld in het hoofdstuk Vooronderstellingen. Sterk aanbevolen om dit eerst te lezen.

Het bijbelse taalgebruik

    In de verwarrende discussies over de manier waarop Bijbel en wetenschap zich verhouden, hebben zich tal van hardnekkige misverstanden genesteld. Eťn van deze is de opvatting dat de taal van de Bijbel en die van de wetenschap dezelfde zijn of zouden moeten zijn.De vraag is dan natuurlijk direct: de taal van welke wetenschap dan? Die van de BabyloniŽrs, die van de Egyptenaren, van de Grieken? Die van Aristoteles? Of wellicht de taal van de moderne westerse wetenschap? Velen menen dit laatste, uitgaande van de veronderstelling dat deze objectief en zo nauwkeurig mogelijk de werkelijkheid beschrijft. Ook de Middeleeuwse geleerden en zelfs iemand als GalileÔ meenden dat. Maar dan zou de Bijbel niet verstaanbaar zijn geweest voor vroegere generaties. Calvijn (en anderen) kwamen met de oplossing dat God zich voor die vroegere (minder ontwikkelde(?)) generaties in Zijn taalgebruik had aangepast (geaccommodeerd) zodat ook dezen de boodschap zouden kunnen begrijpen binnen hun - uiteraard beperkte - wereldbeeld. Calvijns opvatting wordt door velen nog als einde van alle tegenspraak geciteerd. Maar al dit soort opvattingen hebben allerlei vervelende consequenties (waarover ik het hier niet zal hebben).

    Er is een veel simpeler en bevredigender, en ook veel meer voor de hand liggende opvatting, nl. dat de mensen die de Bijbel schreven, uiteraard de gewone taal van gewone mensen in hun tijd gebruikten. Zoals ook wij nog dagelijks doen. Dan lossen zich alle problemen op een eenvoudige manier op: de mensen van de tijd waarin een bijbelboek werd geschreven, konden het direct verstaan. Maar ook wij kunnen dat nog, al kost dat ons wat meer moeite. Als het gaat om profetie die de toekomst betreft, spreekt de profeet uiteraard een taal die zijn tijdgenoten verstaan, hij kende nl. geen andere. Voor ons kost het soms wat - en soms veel - studie om elementen uit die taal te verstaan, maar het is mogelijk. Zouden profeten de taal van toekomstige generaties spreken, dan zouden hun tijdgenoten geen enkele mogelijkheid hebben om uit te vinden waarover hij het had. En omdat de Bijbel een boek is voor alle tijden en alle plaatsen ligt het nogal voor de hand dat hij op deze manier met taal omgaat.

    Een voorbeeld: als de profeet Jesaja (Jesaja 2:4) zegt dat in de toekomst zwaarden worden omgesmeed tot ploegscharen, dan is dat ook voor ons nog te begrijpen: materiaal voor oorlogstuig wordt omgevormd tot materiaal voor vreedzame doeleinden. Maar had hij gezegd dat tanks zouden worden omgesmeed tot tractoren (waar zou hij alleen al de woorden vandaan hebben moeten halen!) dan zouden zijn tijdgenoten - voor wie deze profetie in eerste instantie bedoeld was - hun hoofd hebben geschud: die Jesaja toch, wat een gezever!

    Een ander voorbeeld: als Jozua de Amoritische koningen overvalt en hun legers vernietigt (Jozua 10) had hij God gebeden en geroepen:

"Zon, sta stil boven Gibeon, maan, blijf staan boven de vlakte van Ajjalon" (Joz. 10:12).

Blijkbaar stond op dat tijdstip van de dag en gezien vanuit Jozua's standpunt, de zon loodrecht boven Gibeon. En die bleef daar staan, boven aan de hemel (Joz. 10:13), een volle dag lang. De maan was zichtbaar boven de vlakte van Ajjalon, meer westelijk. Waarschijnlijk zo rond laatste kwartier, dus. En ook die bleef staan. Is hieruit nu te concluderen dat de zon dus om de aarde draaide - zoals toenmalige wetenschappers beweerden? Wij lachen terecht om die conclusie.  Het lijkt er veel meer op dat het de aarde zelf was, die zich ongewoon gedroeg, omdat zowel zon als maan schijnbaar stilstonden. Daarbij komt, dat het stenen (Hebr. eben) regende van de hemel. Vaak wordt vertaald: hagel, hagelstenen, maar dit is in het Hebr. barad. We moeten dus veeleer denken aan meteorieten o.i.d. Aardige klus voor astronomen en wiskundigen om uit te vissen wat er hier - vanuit ons kennisniveau gezien - precies gebeurd zou kunnen zijn.

Bijbel en geschiedenis

    Op de vorige pagina staat dat de Bijbel het boek is, waarin mensen - door de Geest van God gedreven, aangevuurd, geÔnspireerd - de geschiedenis van God met mens en kosmos hebben neergeschreven. Die geschiedenis begint met de schepping van materie, energie, kosmos, aarde, planten, dieren en mensen. Zij vervolgt met de ongehoorzaamheid van de eerste mensen - waardoor Gods plan met Zijn schepping in duigen dreigt te vallen - maar ook met het ontvouwen van Gods plan tot redding en tot volle ontplooiing komen van Zijn schepping. We lezen over de tomeloze ontwikkeling in die eerste tijd, die uitloopt op de tirannie van het totale geweld. Daarop volgt Gods ingrijpen met een wereldwijde vloed, waaruit slechts 8 mensen en een aantal significante diersoorten ontkomen door middel van een reusachtig schip, de zgn. 'ark van Noach'. Aansluitend wordt de aarde weer bevolkt en om te voorkomen dat het al weer snel de verkeerde kant uitgaat, neemt God enkele maatregelen, die de mensheid zeer beperken in het bundelen en ontplooien van hun krachten (verstrooien van de mensheid, verdelen van de vastelanden). Dan begint God opnieuw met de herdersvorst Abraham en hier vangt Gods uitkiezen van het volk IsraŽl aan, om zijn instrument te zijn voor het brengen van Gods heil op deze aarde. Over de periode van de vloed tot aan Abraham geeft de Bijbel ons dan een compacte lijst van volken en stammen die uit de drie zonen van Noach voortkwamen. De rest van het eerste hoofddeel van de Bijbel (het zgn. 'oude testament') gaat dan over de geschiedenis van het uit Abraham voortgekomen volk IsraŽl. Een fascinerende geschiedenis trouwens! Zie voor meer detail over de inhoud de vorige pagina.

    Het tweede hoofddeel beslaat slechts een korte periode, nl. het optreden van de profeet Johannes (de Doper genoemd) en van Jezus, een Joodse rabbi uit Nazaret in Galilea, van wie vandaag de dag nog steeds meer dan ťťn miljard mensen geloven dat Hij de Zoon van God is, en diegene, door wie God het definitieve heil op de aarde zal brengen (Messias, of op zijn Grieks: 'Christus'). De gemeenschap van allen die in Hem geloven, wordt 'kerk' genoemd. Zij heeft de opdracht, dat heil te verkondigen en allen op te roepen, hun zonden af te leggen en deze Jezus aan te nemen als degene, die ons met God verzoent. Wat nodig was geworden vanwege onze - overduidelijke - ongehoorzaamheid. Ook in dit deel vinden we allerlei verwijzingen naar functionarissen en gebeurtenissen in het toen heersende Romeinse rijk. Ook het nieuwe testament in stevig in de historie verankerd!

    Verder wordt in beide hoofddelen vooruitgezien naar de uiteindelijke voltooiing van Gods plan met zijn schepping, mens, wereld en geschiedenis.

    Het is overduidelijk dat de Bijbel zich bezighoudt met geschiedenis. Dit boek heeft zelfs de pretentie daarover de definitieve eerste en laatste woorden te spreken. De Bijbel heeft dus een duidelijke en uitgesproken opvatting over ontstaan, voortbestaan en voleinding van mens en kosmos, over 'geschiedenis' dus. Om die reden geloven wij dat de Bijbel ons kader moet zijn bij het bestuderen van die geschiedenis. Zij is immers Gods geschiedenis.

Bijbel en leefomstandigheden

    Omdat de mensen over wie het in de Bijbel gaat, leefden in een bepaalde plaats, in een bepaalde tijd, in bepaalde politieke, sociale, culturele, economische en meteorologische omstandigheden, ligt het voor de hand, dat wij in de Bijbel ook veel daarover terug vinden. Je kunt over mensen en hun levens nu eenmaal niet in abstracto spreken, maar impliciet komen daarbij allerlei zaken mee, die voor een oplettende lezer van beduidende waarde kunnen zijn. En deze zaken liggen op de onderzoeksgebieden van verschillende moderne wetenschappen, als daar zijn: de historische, archeologische, geologische, meteorologische, sociale en godsdienst-wetenschappen. Het zou dus dwaas zijn, om dat wat de Bijbel ons daar te vertellen heeft, te negťren. Toch gebeurt dat routinematig overal.

    Als voorbeeld wordt vaak aangehaald het boek Job. Deze Job leefde waarschijnlijk in de tijd die vooraf ging aan die van Abraham etc., en woonde ergens ten oosten van de Golan hoogvlakte. Dat is nu een droog woestijngebied. In het boek Job wordt echter over heel ander weer gesproken: ijs, sneeuw, zware plensbuien, stortregens, geweldig onweer en blikseminslag, angstaanjagende stormen. Er wordt gesproken over bergen die verplaatst en omgekeerd worden, ineenstortende bergen die in gruis vallen en rotsen die uit hun plaats worden gerukt. Maar ook over vloedgolven en zeemonsters, en tegen beide werden wachtposten uitgezet. Ook spreekt Job over mijnbouw: mensen die diep de aarde ingaan of gangen in de bergen uithakken om allerlei metalen (ijzer(!) en koper) te winnen, zilver dat tevoorschijn gebracht wordt en goud, dat gewassen wordt. En tenslotte vinden we bij Job verwijzingen naar een voor hem minderwaardig soort mensen, dat in holen leeft, alleen geschikt geacht wordt om slavenarbeid te doen en taalkundig kennelijk niet erg ontwikkeld is. Zijn vader trok er zijn neus voor op. Dat zijn toch zaken die onze interesse wekken, zou ik zeggen. En op het eind van het boek Job beschrijft God twee afschrikwekkende reuzenmonsters, Behemoth en Leviathan - die onbegrijpelijkerwijs in onze huidige Bijbel zijn vertaald met 'nijlpaard' en 'krokodil' -, die opmerkelijk veel details vertonen die we nu ook kennen van bepaalde typen dinosauriŽrs. Wat voor zin heeft het dat God deze dieren opvoert als model, als Job geen idee had over welke beesten God het had!

    In de tijd van de aartsvaders - de herdersvorsten Abraham, Isaak en Jacob - lezen we over terugkerende hongersnoden, die hen er toe brengen om tijdelijk de wijk te nemen naar zuidelijker gebieden en zelfs naar Egypte, waar nog wel eten te krijgen is. In het leven van de laatste (Jacob) is het kennelijk heel bar. Ze krijgen te maken met een periode van 7 jaar hongersnood, maar nu ook in Egypte. We lezen dat tijdens het bewind van Jozef het volgende gebeurde:

"...en ook uit alle andere landen kwamen de mensen naar Egypte om bij Jozef graan te kopen, zo erg was de hongersnood overal" (Genesis 41:57).

Alle andere landen, overal... Je vraagt je natuurlijk af: zijn deze schommelingen in klimaat en vruchtbaarheid misschien ook ergens anders waargenomen c.q. ondervonden? Zie de pagina over de IJstijd.

    Als Mozes het volk door de Schelfzee leidt (en m.i. is dat de Golf van Akaba) is de vraag: waar is dat dan? Want die zee is nu vele honderden meters diep. Maar... iets minder diep ter hoogte van Nuweiba. Zou de zee daar toen misschien enkele honderden meters ondieper zijn geweest, zodat een harde oostenwind voldoende zou zijn geweest, om die drempel droog te blazen? Of hebben we hier toch te maken met een ongelooflijk wonder? Zijn er perioden geweest waarin de zeespiegel zoveel lager stond? Het zijn maar vragen. Vragen die uiteraard door christen-geleerden worden opgepakt en geanalyseerd.

Bijbelse chronologie

    Willen we gebeurtenissen die ons uit verschillende bronnen bereiken, met elkaar in verband kunnen brengen, kunnen correleren, dan moeten wij beschikken over een absolute chronologie, d.w.z. wij moeten in staat zijn om van een gebeurtenis te zeggen dat zij plaats vond in bijv. het jaar 2068 voor Christus. Missen wij zo'n absolute chronologie, dan kunnen wij zulke gebeurtenissen niet 'plaatsen', wij weten dan niet waar ergens in de wereldgeschiedenis zij thuishoren. Nu was het nooit de bedoeling van de Bijbel om ons een absolute chronologie te geven en ons zodoende een hoop werk uit handen te nemen. Maar de Bijbel geeft ons wel hele reeksen gebeurtenissen, die door een chronologie met elkaar verbonden zijn. Zulke gebeurtenis-patronen kunnen wij nu vergelijken met de geschiedenis van andere volken. Vaak vinden wij dan overeenkomsten daar, waar die volken met elkaar in aanraking geweest zijn en elkaars koningen noemen bijv., of wanneer er oorlogen geweest zijn. Probleem daarbij - wat de Bijbel betreft - is, dat de (vaak profetische) geschiedschrijvers heel andere prioriteiten leggen bij het bepalen wat vermeld moet worden en hoe uitgebreid, dan de geschiedschrijvers van de andere volkeren. Zo is bijv. koning Omri van het noordelijk rijk slechts 15 tekstverzen toebedeeld in de Bijbel, en zijn zoon Achab beslaat 6 volledige hoofdstukken. In de profane geschiedenis wordt Omri beschouwd als ťťn van IsraŽls grootste koningen en Achab wordt enkele malen vermeld als ťťn 'uit het huis van Omri'. Egyptische farao's hebben in de Bijbel zelden of nooit een naam, alleen de namen Necho (of Neko) en Sisak (vermoedelijk Sosjenk) zijn bekend. Maar ook deze namen wijzen nog niet eenduidig naar een bepaalde farao, er zijn er meer met die naam.

    Dan is er nog het probleem dat de koningen uit Egypte en MesopotamiŽ nooit een nederlaag vermelden bij een veldslag. Beide waren - ook in een treffen met elkaar - altijd overwinnaar. Zoals bijv. bij die beroemde slag bij Karkemisj. Dat maakt het zoeken naar de farao van de uittocht zo moeizaam. De plagen, de dood van alle eerstgeborenen, ook de kroonprins, en de dood van de farao met de ondergang van zijn hele leger met alle 600 strijdwagens, tesamen met de vlucht van een heel slavenvolk in dienst van farao, vormde voor het oude Egypte een gebeurtenissenreeks die echt niet kon en die men gewoonweg verdrong. Vermeld werd zij uiteraard nergens. Want farao was god en god kon geen nederlaag lijden. In IsraŽls geschiedschrijving echter, die wij in de Bijbel vinden, is geen sprake van wegpoetsen van fouten, zonden, nederlagen van zijn koningen. Die worden ons naar het leven getekend. En in tegenstelling met wat bij de omringende volken de gewoonte was, kent IsraŽls geschiedschrijving profetische kritiek op het handelen van volk en koning. Wat die profeten doorgaans geen prettig leven bezorgde. Maar dat is een andere zaak.

    De huidige situatie is, dat we een redelijk betrouwbare chronologie kunnen geven vanaf Abraham (Ī 1900 v.Chr.) tot nu. De bijbelse elementen voor die chronologie worden verstrekt door de zgn. 'Septuagint' (zie vorige pagina). Verder verstrekt deze Bijbel-versie ons ook een m.i. bruikbare chronologie voor de tijd tussen schepping en vloed, nl. rond 2260 jaar. Dit getal wordt ook gevonden in oude Keltische kronieken. Ik ga daar hier niet verder op in, dat gebeurt verderop op de website. De tijd tussen vloed en Abraham is volgens de Septuagint Ī 1000 jaar. Volgens velen veel te kort, maar er zijn ook tegengestelde opvattingen. We weten nog veel te weinig over deze periode.

    Uit wat we tot nu toe hebben gevonden blijkt, dat de Bijbel niet achteloos omgaat met chronologische gegevens, maar serieus en nauwkeurig. Het is niet ondenkbaar dat er in de lange overschrijftraditie bepaalde gegevens zijn verminkt. Maar uit wat we tot nu toe weten, is dat zeer weinig en meestal onbelangrijk. Wel weten we van bepaalde uitdrukkingen niet de precieze betekenis, wat de interpretatie soms moeizaam maakt. Maar dat is het geval met alle soort onderzoek naar gegevens in een cultuur die de onze niet is.

    Dan is er nog iets. De hele manier waarop de Bijbel met chronologie en tijdrekening omgaat, duidt op het ontegenzeggelijke feit, dat de aarde jong moet zijn. Vaak wordt een getal van maximaal 10.000 jaar genoemd, maar zelf denk ik, dat dit royaal naar boven afgerond is. Als we dit bijbelse kader gebruiken voor het plaatsen van allerlei gebeurtenissen, dan blijven er weinig 'gaten' over. Onvolledig is onze kennis van vůůr de eerste culturen in Egypte en MesopotamiŽ, maar allerlei buitenbijbelse geschriften duiden m.i. op het kortstondig bestaan hebben van technisch hoogstaande culturen, die ten gevolge van natuurrampen en vernietigende oorlogen - waarbij ook mogen denken aan nucleaire conflicten, waarvan de restanten nu overal worden gevonden - zijn ten onder gegaan, hoofdzakelijk gedegenereerde mensen achterlatend. Toch schijnen bepaalde elementen uit deze culturen aan de vernietiging te zijn ontkomen, en dezen hebben hun kennis en vaardigheden aan de nieuwe culturen van Egypte etc. overgedragen. Typisch is de cultuurexplosie in het begin van deze culturen en de snelle afgang en stagnatie daarna. Hierover later wellicht nog eens.

Conclusies

    Het lijkt mij dus op zijn minst niet wijs om alles, wat de Bijbel ons vertelt over de bovengenoemde zaken, volstrekt te negeren. Het blijkt - en daarover zult U vanaf nu steeds meer gaan vernemen - dat je vanuit de Bijbel een model van de geschiedenis van mens, aarde en kosmos kunt opbouwen, dat volstrekt recht doet aan alle thans bekende feiten, en in vele gevallen een betere en meer consistente verklaring daarvan toelaat. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat alles, wat ons thans als 'wetenschap' wordt voorgeschoteld, daar ook in past. Veel van wat 'wetenschap' heet, is pure interpretatie, vaak gebaseerd op onbewezen en hoogst wankele vooronderstellingen. Zie voor vooronderstellingen, modellen en interpretatie de pagina Vooronderstellingen. Ook zijn er in dit model nog verscheidene stukken niet of zeer onvolledig ingevuld. Er is nog werk aan de winkel! Zie ook de presentatie Fair Science!

    Ik mag dan ook verwijzen naar wetenschappelijk werk van christenen (zie sectie Wetenschap) - met hun toestemming gepubliceerd op deze website - die in de goede traditie van de westerse wetenschap hun vak uitoefenen, en die tot geheel andere conlusies komen dan die waarmee wij van minuut tot minuut worden volgegoten. Vanzelfsprekend wordt er veel meer gepresteerd dan op mijn website te zien is, en U gaat daarover ook horen, maar ik beperk mij hier en nu tot enkele opvallende, om mijn argumenten in de realiteit te verankeren.

Up Over de Bijbel Septuagint Masoreten Bijbel wetenschap Vrijzinnige uitleg Ontstaan Genesis Wie is Jezus? Uittocht, intocht Toekomst Noach, Zondvloed

 

free web hit counter