Rinus Kiel over Bijbel, cultuur en wetenschap

Reageren? Zie home-page                                                                                

======================================================

Home
Site-map
Updates
Deze site + mijzelf
Bijbel en theologie
Israel - volk en land
Filosofische items
Denken en cultuur
Wetenschap
Actualiteiten
Klimaat
Presentaties
Boeken
Weblinks

(Denken en wetenschap in onze cultuur / Moderne wetenschap)

Up Aristoteles' model Kritiek op Aristoteles Bijbelse grondslag Copernicus Kosmologie Francis Bacon Galileo Galilei Michael Denton Toepassingen

De bijbelse grondslag van de westerse wetenschap

Nieuw 14/03/2002 / Laatste wijziging 10/01/2007

Zoek op deze website

Samenvatting: In de Bijbel lezen we dat God deze werkelijkheid schiep. Geest en natuur. Geen scheiding. Hij schiep de mens, die door zijn verstand Gods werken kon doorzien. Dat was een sterke ruggesteun om de moeizame, vaak teleurstellende tocht van de moderne wetenschap te beginnen. Waarnemen als basis. Denken als controle-instrument. Etcetera.

De opvatting die Robert Grosseteste voorstond en die met kleine variaties door al die vroege moderne wetenschappers werd gedeeld, ziet er als volgt uit: God schiep de wereld, zoals Hij wilde dat ze zou zijn. Hij stelde voor haar de regels en de wetten op volgens welke zij moet functioneren. Het scheppingsbericht uit Genesis toont ons, hoe God op een geordende manier de hele wereld schiep en hoe Hij aansluitend de mens schiep, naar zijn beeld en als zijn gelijkenis, de mens die deze schepping moest beheren en uitbouwen. Die mens daarvan waren deze mensen overtuigd  was met heel zijn wezen op die schepping aangelegd, er mee verbonden. En hij was in staat zijn taak goed te volbrengen, omdat hij met zijn verstand Gods werken kon doorzien.

    God schiep echter niet als een architect, die na het ontwerp en de bouw verder niet meer nodig is en wiens dood geen enkele directe invloed heeft op zijn bouwwerken. Nee, de God van de Bijbel onderhoudt zijn kosmos van moment tot moment. En ogenblik zonder deze onderhoudende werking van God en de hele kosmos ligt in puin. De wetten die wij in deze kosmos ontdekken zijn de manieren waarop God daarmee doorgaans omgaat. God is trouw aan de wetten, die Hij zelf schiep. Maar Hij kan daarvan ook afwijken, als dat nodig is. Daarom is het in deze opvatting ook niet mogelijk  zoals de Grieken deden  om enkele keren oppervlakkig naar die kosmos te kijken en dan daarna thuis op het gemak al redenerend en concluderend een heel stelsel van regels en wetten ontwerpen, waaraan deze kosmos dan zou moeten voldoen. Nee, we moeten elke keer weer opnieuw waarnemen en elke conclusie weer toetsen aan die nieuwe waarnemingen. Want God mag dan wel een groot wiskundige genoemd zijn, Hij is God. Die ook de wiskunde schiep. Hij is niet gebonden aan onze conclusies uit datgene wat wij uit zijn schepping waarnemen. Het is dan ook duidelijk, dat deze opvatting de doodsteek betekent voor de scholastieke denkwijze, die ervan uitgaat dat men  eventueel na primaire waarneming  verder de waarheid al denkende wel kan vinden. Het ezelsbruggetje van Occam (Occams razor) gaat dus niet op binnen deze opvatting. Want de realiteit kan  bij verdere confrontatie  wel eens heel wat complexer in elkaar zitten dan we aanvankelijk dachten. En of elementen in ons model overbodig zijn, ja, daar kan alleen toetsing aan de realiteit ons over inlichten.

    Dus in deze opvatting wordt aan God alle vrijheid gelaten om God te zijn, zoals de Bijbel ons dat beschrijft. Ons redeneren moet keer op keer getoetst worden aan de realiteit. Want anders gaan wij de mist in. Zoals Aristoteles. En alle andere heidense wijzen. De kosmos is dus geen organisme, bezield door en uitstromend uit de goden. Nee, het is meer een bepaald soort mechanisme, maar dan n, dat van moment tot moment door zijn Schepper wordt onderhouden. Zodat wij voor alle kennis gebonden zijn aan datgene, wat wij waarnemen. Zo sterk was in onze cultuur het vertrouwen op het denken en het werk van Aristoteles dat deze moderne wetenschappers werden verdacht van magie, omdat zij niet voor alles eerst een verklaring zochten in het denken, maar zich vaak tevreden moesten stellen met de resultaten van hun waarnemingen, zonder dat er overal direct een sluitend bewijs voor was.

De onverenigbaarheid van Bijbel en Aristoteles' denken

    Dit alles overwegende is het duidelijk, dat Thomas van Aquino heel wat aan Aristoteles en de Bijbel heeft moeten verspijkeren, om tot de conclusie te komen, dat deze twee elkaar prachtig aanvullen. Allerlei opvattingen van Aristoteles over diverse aspecten van zijn kosmologisch model, moesten nu in de Bijbel worden ingelezen. En de onbewogen beweger plus de demiurg van Aristoteles moesten terug ingelezen worden in dat wat de Bijbel ons over God de Schepper vertelt. Dat zijn geen geringe ingrepen! We mogen dus gerust zeggen, dat Aristoteles de Bijbel in de wurggreep heeft gekregen. En van de gevolgen daarvan was, dat waarnemingen in strijd met dit model, niet mochten worden geuit, op straffe van ingrijpen van de inquisitie. Want kritiek op Aristoteles was voor je t weet kritiek op de Bijbel. En dus op de kerk! Zie Galile

    De Nederlandse Prof. R. Hooykaas heeft over deze materie een uitstekend en breed uitgewerkt boek geschreven: "Religion and the Rise of Modern Science", ISBN 0-8028-1474-3. Het is niet (meer) in de handel, maar bij mij kan er per e-mail een kopie in PDF-formaat aangevraagd worden.

free web hit counter