Rinus Kiel over Bijbel, cultuur en wetenschap

Reageren? Zie home-page                                                                                

======================================================

Home
Site-map
Updates
Deze site + mijzelf
Bijbel en theologie
Israel - volk en land
Filosofische items
Denken en cultuur
Wetenschap
Actualiteiten
Klimaat
Presentaties
Boeken
Weblinks

(Boeken)

Up DaVinciCode KnielenOpBedViolen

De DaVinci Code - Dan Brown

Nieuw 9/6/2006

Zoek op deze website

Samenvatting: Is Browns boek nu feit of fictie. En ligt de grens daartussen waar hij hem in zijn boek aangeeft? Laten we eens kijken!

Hoewel niet meer een erg nieuw onderwerp, is het voor mij redelijk actueel, omdat ik pas kort geleden de moed heb bijeengesprokkeld om deze dikke pil te verslinden. En hoewel ik meestal moeite heb met zulk omvangrijk leesvoer, heb ik dit boek in één ruk uitgelezen. Brown weet de spannning er in te houden! Regelmatig loop je tegen nogal onverwachte wendingen aan. En de ontknoping was voor mij een totale verrassing. Als detective zeker van grote klasse!!

Waarom wil ik er iets over zeggen? Dan Brown claimt waarheidsgetrouwheid voor de beschrijving van kunstwerken, architectuur, documenten en geheime rituelen. Daarop valt nog wel het één en ander af te dingen, maar daarover wil ik het hier niet hebben, dat hebben anderen al op een kundige manier gedaan.

    Voor de rest etaleert hij zijn boek als fictie, dat wil zeggen dat de hele verhaallijn met alle personen en gebeurtenissen ontsproten zijn aan de fantasie van de schrijver. Dit klopt echter niet. Hij noemt in zijn boek een hele serie historische gebeurtenissen (non-fictie, dus), die te maken hebben met zaken die mij na aan het hart liggen, en die van geen kant juist zijn weergegeven. En daarop reageer ik.

    De praktijk is namelijk, dat veel lezers als vanzelfsprekend aannemen dat deze controleerbare historische gebeurtenissen en situaties in het boek waarheidsgetrouw zijn vermeld. Men zegt: als het niet waar is, dan zou hij het toch zo niet schrijven? Maar dit is niet het geval. Anders gezegd: er klopt doorgaans geen bal van. En zo worden velen op het verkeerde been gezet. Ik noem enkele voorbeelden, die al aangeven dat je erg kritisch moet lezen. Deze opsomming is niet uitputtend, er is veel meer dat niet klopt; anderen hebben daarover in detail bericht.

o       De zgn. Priorij van Sion is een kleine recente organisatie; de documenten die een lange historie moeten suggereren, worden door Brown als authentiek aangenomen, maar zijn ontmaskerd als vervalst. En die vervalsing is ook toegegeven. Dat wil zeggen dat de ontstaansdatum (1099), de stichter (Godfried van Bouillon), de genealogische lijsten en de lijst met grootmeesters, zoals Leonardo, Newton, etc. op fantasie berusten. De echte 'gelovigen' zal dat echter niet deren! Op Internet (http://nl.wikipedia.org/wiki/Priorij_van_Sion) is daarover meer te vinden. Fictie, dus, erger: bedrog.

o       De opvatting dat Jezus en Maria Magdalena geliefden waren en dat zij een kind van Hem verwachtte, heeft geen enkele grond. Niemand is ooit met een spoor van een aanwijzing gekomen om dit te onderbouwen. Het verhaal, dat aan deze opvatting ten grondslag ligt, zou dat kunnen zijn, dat in Frankrijk min of meer bekend is, nl. dat van Maria Magdalena (+ een andere Maria) die in een bootje zonder besturing aan de Franse kust zouden zijn geland (Saintes Maries de la Mer), alwaar Maria Magdalena een dochter zou hebben gebaard met de naam Sara (die door de zigeuners in een jaarlijks feest als heilige wordt vereerd). Maar meer dan een aardige legende is hiervan niet te bakken. Volgens sommigen zou ook Jozef van Arimathea bij het gezelschap geweest zijn. Dat deze invloedrijke Joodse bestuurder en rijke zakenman zich in een stuurloos bootje met twee vrouwen vanuit Israël naar de Franse kust zou hebben laten drijven, lijkt mij op zijn minst tamelijk onwaarschijnlijk. Brown heeft voor dit verhaal slechts één bron, een boek waarvan de schrijvers (geen van drieën historici!) hem hebben aangeklaagd wegens plagiaat. Ook fictie, dus.

o       Onder de vele graal-legenden is nog nooit een historische bodem ontdekt. Ook van de vaak genoemde koning Arthur is eigenlijk weinig bekend, behalve dat hij uit een overspelige verhouding de zoon was van de Keltische koning Uther (bijgenaamd Pendragon), in 521 na Chr. op 15-jarige leeftijd koning werd en 21 jaar regeerde over het slinkende Britse Keltische rijk. De rest zal zeker een kern van waarheid bevatten, maar dat is niet of nauwelijks historisch te verifiëren, hoe jammer ik dat zelf ook vind, want koning Arthur is om meerdere redenen een fascinerende figuur.

o       En wat te denken van de hele tralala rond de zgn. vaststelling van de godheid van Jezus op het Concilie van Nicea, en de keuze van de 4 huidige evangeliën uit de 80 die volgens Brown op dat concilie beschikbaar waren om uit te kiezen. Op de pagina Is Jezus God? kun je lezen dat in de vier evangeliën, die al vanaf het begin door de vervolgde gemeenten van Jezus als authentiek werden beschouwd, de godheid van Jezus in het geheel niet ter discussie stond. Integendeel, die was overduidelijk en in de christelijke kerk onbetwist. En datzelfde geldt voor zijn waarachtig mens-zijn. Alles wat zich als evangeliën aandient buiten deze vier, is van (veel) latere datum, inclusief de zgn. Nag Hammadi geschriften. Terecht hebben de leiders van de (vervolgde) christelijke kerk deze geschriften afgewezen en er tegen gewaarschuwd. Waar het in het concilie van Nicea om ging, was het afwijzen van de leer van de Alexandrijnse diaken Arius, die het door velen aangehangen idee welsprekend stem gaf, dat Jezus weliswaar de eerste schepping van God was, vóórdat hemel en aarde geschapen waren, maar niet God-zelf, zoals de evangeliën overduidelijk aangeven. Keizer Constantijn wilde eenheid en riep het concilie bijeen. Dat handelde in hoofdzaak over de interpretatie en de formulering van de reeds lang geaccepteerde leer van Jezus’god-zijn en mens-zijn. Toen er werd gestemd, werd de formulering aanvaard met 300 tegen 2 stemmen. De canon van het Nieuwe Testament is daar überhaupt niet ter sprake geweest. Fictie fictissimo.

 

De positie van vrouwen. Ook hier geeft de historische realiteit een geheel ander beeld dan dat wat Brown ophangt. Weliswaar koos Jezus 12 mannen uit als apostelen, maar onder zijn directe volgelingen waren ook heel wat vrouwen waarvan er verschillende bij name worden genoemd. Sommige van hen waren rijk en deelden hun bezit met de groep rond Jezus.

o       Maria Magdalena was volgens de evangeliën geen prostituee, maar bezeten door demonen, waarvan zij door Jezus is bevrijd. Geen wonder dat zij graag in zijn nabijheid verbleef. Zij was de eerste getuige van het lege graf en de eerste die Jezus na zijn opstanding ontmoette. Die positie werd door de apostelen erkend.

o       Verder is er sprake van meerdere Maria’s, een zekere Suzanna, en Johanna de vrouw van Chuzas, de rentmeester van Herodes, als vrouwen in Jezus’ gevolg.

o       De familie in Bethanië, waar Jezus graag verbleef, bestond uit twee zusters en een broer, waarschijnlijk alle drie ongetrouwd. De zusters (Marta en (niet altijd) Maria) worden altijd genoemd vóór de broer, Lazarus. Diens naam wordt slechts genoemd vanwege het feit dat hij door Jezus uit de dood is opgewekt.

o       Jezus gaat niet mee in de in zijn cultuur bestaande onderwaardering voor vrouwen. Als bijv. een van overspel verdachte vrouw door een groep mannen bij hem wordt gebracht, terwijl de betreffende man buiten schot wordt gehouden, veroordeelt Jezus haar niet, maar laat haar gaan. (Johannes 8:2-11, mijn webpagina Teksten homohuwelijk.)

o       Paulus had vrouwelijke medewerkers, in Filippi was Lydia een belangrijke vrouw in de nieuw ontstane gemeente. Febe, Euodia en Syntyche worden bij name genoemd. Prisca (of Priscilla), de vrouw van Aquila, wordt soms genoemd vóór de naam van haar man.

o       In Christus zijn man en vrouw gelijkwaardig, in tegenstelling met de opvattingen van de Joodse samenleving, waarin de apostel Paulus was opgegroeid. Als Paulus in zijn brieven al beperkingen oplegt aan het optreden van vrouwen, dan gaat het in hoofdzaak om het onnodig provoceren van de heidense cultuur door een al te vrijmoedig optreden van christenvrouwen. Overigens hadden vrouwen in de gemeenten grote vrijheden.

o      Maar ook in het Oude Testament speelden vrouwen van tijd tot tijd een belangrijke rol, die ook werd erkend en gewaardeerd. De heidense vrouwen Tamar (die Juda verleidde), Rachab (een Kanaänitische prostituee, die een rol speelde bij de val van Jericho) en Ruth (een Moabitische schoondochter) staan zelfs vermeld in de genealogie van Jezus. Debora toonde moed in de strijd, waarvoor zij ook de eer ontving. De vrouw Abigaïl, de echtgenote van de dwaas Nabal, onderneemt een tactisch verstandige en wijze tocht in de richting van de toekomstige koning David, om hem af te brengen van zijn plan om haar man te vermoorden. De Bijbel spreekt met eerbied over haar. En dan het loflied op de sterke vrouw in Spreuken 31. Onderdrukt de Bijbel de vrouwen? Laat me niet lachen! Dit is geen fictie, dit zijn feiten.

o       Dan de hele opvatting, als zou de vrouw in Jodendom en Christendom worden geminacht en achtergesteld omdat Eva in de Hof van Eden van de vrucht van de boom van kennis van goed en kwaad heeft gegeten: ook Adam heeft gegeten, en God begint zijn ondervraging bij hem, niet bij de vrouw. Slechts op één plek in de Bijbel wordt Eva (de vrouw) in verband gebracht met de zondeval, nl. in 2 Korinthiërs 11:3, waar Paulus zegt: “Ik vrees dat, zoals Eva door de slang op sluwe wijze bedrogen werd, uw gedachten worden weggelokt van de . . . toewijding aan Christus”. In alle andere gevallen wordt de oorspronkelijke zonde genoemd: “de overtreding van Adam” (zoals bijv. in Romeinen 5:14). Dus ook dit ‘bewijs’ voor de achterstelling van het ‘heilig vrouwelijke’ houdt geen water.

o       De opvattingen die in de Nederlandse SGP over vrouwen bestaan, hebben zeker niet een onverdeelde Bijbelse grond. Als er in de loop van de kerkelijke geschiedenis al veranderingen waren in de positie van vrouwen, dan hebben die veel meer te maken gehad, en hebben nog te maken, met cultureel-gebonden opvattingen.

Jehova en Shechina. Ik heb me afgevraagd uit welke krochten van zijn brein Brown deze flauwekul heeft opgediept.

o       De naam van God is in het Hebreeuws nooit anders geschreven dan: JHWH. Omdat klinkers in het Hebreeuws niet worden geschreven, hebben latere geleerden (de zgn. Masoreten) met behulp van een puntjescode daartussen de klinkers van het Hebreeuwse woord Adonai (Heer) geplaatst, zodat er kwam te staan: Jahowah. Om dan te beweren dat Jah = een mannelijke god en Havah = oud-Hebreeuws (niet juist: gewoon Hebreeuws) voor Eva, Adams vrouw, is een product van de tamelijk opgezwollen duim van de schrijver. Nogal wel zo tamelijk  fictief.

o       De betekenis van het woord shechina is “de heerlijkheid van de Heer”, de zichtbare aanwezigheid van God in het Heilige der Heiligen van de Joodse tempel. De shechina zag Ezechiël in een visioen (Ezechiël 11) verdwijnen in oostelijke richting. Hij is niet weergekeerd in de herbouwde tempel na de ballingschap, reden waarom het volk weende, omdat deze tempel niet de heerlijkheid bezat van de oorspronkelijke. Alweer in een visioen ziet Ezechiël (hst. 43) deze shechina als een indrukwekkende verschijning vanuit het oosten terugkeren in een toekomstige tempel, als er eindelijk vrede op aarde zal zijn. Non-fictie.

o       Dat deze shechina een vrouwelijke godheid voor zou stellen, ik zou niet weten waar de brave man het vandaan haalt. Zeer fictief.

o       Uit diezelfde duim komt uiteraard ook de opmerking dat Salomo’s tempel werd gebouwd met als doel tempelprostitutie. Lees maar de geschiedenis van bouw en ingebruikname van de tempel in de Bijbel: 1 Koningen hst 6, 7 en 8, en probeer daar eens tempelprostitutie in te ontdekken. Instructief is hier ook het volgende hst. 9, waar we de condities lezen onder welke God deze tempel zal beschouwen als zijn  woonplaats op aarde. Duidelijk genoeg, lijkt mij. En ook hier is Brown zeer fictief!

o       Dat in Israël de schandelijke godsdienstige praktijken en de seksuele aberraties van de omringende volken – waaronder tempelprostitutie – ook werden gepraktiseerd, werd niet alleen niet aangemoedigd maar juist in niet mis te verstane bewoordingen door talloze profeten krachtig veroordeeld. Het was zelfs één van de redenen die de profeten aanvoerden voor de ballingschap van het volk. Brown slaat de plank wel vele mijlen mis. Ook hier weer een overmaatse duim, dus. En alweer, buitengewoon fictief

Verder worden we getrakteerd op de vermeende al of niet godsdienstige opvattingen en gebruiken van hypothetische voorouders, die volgens Brown het matriarchaat kenden en in yin en yang geloofden. Dat moet dan gaan over pas door de schrijver ontdekte voorouders die ons niet bekend zijn, want de rassen en volken van wie wij afstammen, de Kelten en de Germanen, hadden opvallend weinig affiniteit met het ‘heilig vrouwelijke’. Stamt yin en yang niet ergens uit het verre oosten? Hier zijn toch een paar dingen door elkaar gaan lopen. Of is het alleen maar weer fictie? 

Tenslotte: in een aantal boekjes zijn Browns historische en andere aberraties wat verder en degelijker uitgemeten. Mij beviel goed de Nederlandse vertaling van Josh McDowells boekje “The Da Vinci Code – a quest for answers”, Ned. vertaling “De Da Vinci Code – een zoektocht naar antwoorden”, Grace Publishing House, Veenendaal, 2006, ISBN 90-77669-09-4.

Laat je ondanks dit alles echter niet weerhouden om van Browns buitengewoon goed geschreven en spannende boek te genieten, maar laat je niet meeslepen om alles voor zoete historische koek te slikken.

 Up DaVinciCode KnielenOpBedViolen