Rinus Kiel over Bijbel, cultuur en wetenschap

Reageren? Zie home-page                                                                                

======================================================

Home
Site-map
Updates
Deze site + mijzelf
Bijbel en theologie
Israel - volk en land
Filosofische items
Denken en cultuur
Wetenschap
Actualiteiten
Klimaat
Presentaties
Boeken
Weblinks

(IsraŽl - volk en land)

Up Israel en de kerk Over Jakob en Esau Beloften Abraham Beloofde land Tekst Zacharia 12-14 De staat IsraŽl Antisemitisme Israelische bezetting

De staat IsraŽl

Nieuw 14/03/2001 - laatste wijziging 08/10/2012

Zoek op deze website

Samenvatting: Over de her-vestiging van IsraŽl in zijn eigen land: de voorgeschiedenis, de realisering, de moordzuchtige tegenstand van de omringende volken, de strijd om het voortbestaan, en de afnemende support voor IsraŽl vanuit de westelijke wereld.

Zie ook de pagina met artikelen van Nonie Darwish, een Arabische publiciste.

De hieronder genoemde bijlagen zijn ook vanuit de tekst op te roepen:

Israel kaart 1 Israel kaart 2 Israel kaart 3 Israel kaart 4 Israel kaart 5 Israel kaart 6

Inleiding

    Dit wordt uiteraard geen uitputtend verhaal, want daarvoor is een webpagina te beperkt. Voor wie meer wil weten is er een schat aan informatie (zie onderaan). De aanleiding voor dit artikel zijn de sterk anti-IsraŽlische en pro-Palestijnse artikelen in de Nederlandse pers (andere lees ik niet) en het Journaal. De christelijke pers steekt daarbij niet erg gunstig af, al is er een zekere terughoudendheid om al te sterk anti-zionistisch te lijken. In het verleden, zeg maar tot de oliecrisis in 1973/74 is dit geheel anders geweest. Wij waren pro-IsraŽl totdat onze portemonnee in het geding kwam. Daarna zijn de rollen geleidelijk aan verwisseld. Dat dit kon gebeuren komt m.i. door de nadruk op de emotionele kant van de zaak, waardoor wij eenvoudig manipuleerbaar zijn gebleken. Feiten spelen in de berichtgeving niet de hoofdrol. Zelden horen wij over de permanent opruiende taal van de groot-moefti van Jeruzalem in zijn vrijdagse 'preken'. Arafat lijkt in onze ogen een vermoeide, door Parkinson en Joodse agressie geplaagde strijder voor de vrijheid van zijn onderdrukte volk. Wij horen alleen de paar toespraken die kennelijk speciaal bestemd zijn voor de westerse pers. De gewoonlijk ophitsende, opruiende en tot moord en doodslag oproepende taal van deze terroristenleider past op een of andere manier niet in ons wereldbeeld, zo lijkt het. Toch is al deze informatie eenvoudig te bekomen. De websites van Hamas, de Palestijnse Autoriteit en de Hezbollah zijn door ieder te raadplegen. De sites van IsraŽls premier en de Israeli Defence Forces geven eveneens uitgebreide informatie.

   Voor de christelijke pers komt daarbij nog steeds de kopschuwheid voor het verschijnsel van de staat IsraŽl Łberhaupt. Christelijke journalisten gaan er in meerderheid van uit dat IsraŽl er van hen mag zijn, als het zich maar netjes en heel precies houdt aan alles wat de Verenigde Naties en de Europese politiek hen voorschrijven. Een rol voor IsraŽl als volk in het plan van God voor de komende (eind)tijd is anathema voor hen. Een vloek. En om die reden mist de berichtgeving over IsraŽl nu juist de essentie. Om die leemte in onze informatie wat op te vullen, doe ik deze bescheiden poging. Volledigheid streef ik Ė zoals gezegd Ė niet na. Wel hoop ik met het onderstaande enkele grote lijnen te hebben aangegeven, die ons in staat stellen, wat kritischer met het ons aangeboden 'nieuws' om te gaan.

1    Isašk en IsmaŽl

2    Het zionisme en de aliyahs

3    De Balfour-declaratie

4    Het Britse mandaat

5    De stichting van de staat IsraŽl

6    Het vluchtelingenprobleem

7    IsraŽls strijd om het voortbestaan

8    Hoe het verder ging

9    Overzicht en beoordeling

 

1    Isaak en IsmaŽl

   In de Bijbel lezen we van de stille strijd die er is tussen Abrahams eerstgeborene, IsmaŽl, kind van de slavin Hagar, en de zoon van de belofte, Isašk (Genesis 16-18, 21). Als Hagar de woestijn in vlucht, spreekt de Engel des Heren haar aan en zegt over haar kind o.a.:

         ďMet al zijn verwanten zal hij in onmin levenĒ.

Dit is ook wat we zien bij de volken die uit IsmaŽl voortkwamen, de Arabieren. Er is onder hen een gezegde dat luidt: ďIk tegen de broeder, samen met de broeder tegen de volksgenoot, samen met de volksgenoot tegen de vreemdelingĒ. In de Koran wordt niet Isašk, maar IsmaŽl bijna geofferd door Abraham. Op de berg Moria, algemeen geÔdentificeerd als de huidige tempelberg. Zo eigent IsmaŽl zich wederrechtelijk toe wat Isašk toebehoort. De Islam, de door Mohammed aan de Arabieren opgedrongen godsdienst, wordt dan ook vrijwel uitsluitend met geweld en terreur uitgebreid. Niet voor niets staat er in de vlag van Saudi-ArabiŽ een zwaard. Dat is het zwaard van Islam. De wereld, die van Allah is, heeft hij bestemd voor de moslims (zij die zich onderwerpen). Elk gebied dat ooit veroverd is geweest door de Islam (Dar-al-Islam) kan onder geen enkel beding weer in handen van 'ongelovigen' overgaan. Mocht dat Ė ten gevolge van het niet uitoefenen van de godsdienstplichten (jihad o.a.) Ė onverhoopt toch het geval zijn, dan bestaat de heilige plicht, dat gebied met alle denkbare middelen weer terug onder het beslag van Allah te brengen. Alles is geoorloofd: alle vormen van misleiding, leugen en bedrog, moord en doodslag, terrorisme, sabotage, verraad, huichelarij, oorlog op alle niveaus en met alle middelen. Overigens is deze inzet van alle mogelijke immorele middelen eerst gelegaliseerd in de tijd van Nasser, toen de Arabische landen hebben besloten, alle krachten te bundelen om IsraŽl uit te roeien (zie betr. alinea op pagina Terrorisme).

    Dit is de situatie waarvoor IsraŽl zich geplaatst ziet. 'Palestina' is geruime tijd Dar-al-Islam geweest. Nooit zal ťťn moslim op aarde mogen tolereren dat IsraŽl ook maar een vierkante meter van dit gebied in bezit heeft. Op de tempelberg, de plaats waar de eerste en de tweede Joodse tempel hebben gestaan, staan nu de Al Aqsa moskee en de Koepel van de Rots, een islamitisch heiligdom. Er is een heel misleidingsproces gaande om de wereld ervan te overtuigen, dat hier NOOIT een Joods heiligdom heeft gestaan. Alle archeologische bewijzen daarvan worden thans van onder de tempelberg weggegraven en als puin in het Kidrondal gekiept. De totale ontkenning van het heiligste in het Jodendom. Op de buitenkant van die Koepel van de Rots staat de tekst: "GOD HEEFT GEEN ZOON". De totale ontkenning van wat de grond van het christelijk geloof is. En dan zijn er mensen die beweren, dat Joden, christenen en moslims de zelfde God dienen!!!  Het lijkt er niet op!   

2    Het zionisme en de aliyahs

   Waar ter wereld ook Joden woonden, overal werden zij hoogstens als tweederangs burgers behandeld. In het kerkelijke Europa wekte het feit dat Joden nog steeds als zodanig zichtbaar bleven en hun identiteit behielden, nauw verholen wrevel. En er moest niet veel gebeuren of de volgende pogrom (jodenvervolging) brak uit. Zelfs Luther Ė die aanvankelijk hoopte dat de Joden tot het christendom zouden overgaan, nu het door de reformatie was gezuiverd Ė verwoordde zijn teleurstelling in zijn geschrift ďVon den Juden und ihren LŁgenĒ waarin hij o.a. opriep om synagogen in brand te steken. In Oost-Europa was alles veel erger dan in het westen. Toch ontstond juist hier in het westen in de 19e eeuw een sterke beweging om als Joden onzichtbaar te worden in de Europese samenleving, om te ďassimilerenĒ. Vele Joden lieten zich dopen en werden Ė veelal nominaal Ė christen. Voorbeelden zijn de familie Mendelssohn (-Bartholdy) en de ouders van Karl Marx. Maar dat deed niet verdwijnen het algehele wantrouwen tegen de Joden. Verhalen over geheime macht en financiŽle en politieke manipulaties achter de schermen bleven in Europa, zelfs in toenemende mate, de ronde doen. Vanwege het verbod om lid te worden van de gilden, hadden vele Joodse families zich bekwaamd in de geld- en andere handel. Je kon daar in dit soort verhalen dus altijd wel naar verwijzen. Maar de toonzetting ervan werd venijniger. Het toppunt was wel de publikatie van een antisemitisch geschrift: ďProtocollen van de Wijzen van SionĒ, (zie pagina Antisemitisme) waarin werd beweerd dat de Joden overal samenzweringen hadden om de hele wereld in hun macht te krijgen. Dit geschrift heeft een grote rol gespeeld in de periode rond de wereldoorlogen en is thans nog het belangrijkste 'bewijs' van de islamitische terreurorganisatie Hamas tegen het 'Joodse imperialisme'.

    Het westerse wantrouwen tegen de Joden werd zichtbaar in het proces tegen de Franse kapitein van Joodse afkomst Alfred Dreyfus (1894-1906). De Oostenrijkse journalist Theodor Herzl versloeg het proces in 1894 voor zijn krant, de Neue Freie Presse. Het bracht hem tot de overtuiging dat er voor de Joden maar ťťn ding opzat om zich te kunnen verdedigen, nl. een eigen staat. In 1896 schreef hij de brochure Der Judenstaat en zei: Vandaag heb ik de Joodse staat opgericht. Over 5 jaar of over 50 jaar zal iedereen deze staat erkennen. Het duurde 52 jaar. Overigens dacht Herzl nog niet direct aan het gebied 'Palestina', ook een land als Oeganda was voor hem niet direct verkeerd.

    Overal in de wereld wensten Joden elkaar bij Pesach toe ďVolgend jaar in Jeruzalem!Ē Altijd bleef de hoop op de terugkeer levend. In de 19e eeuw kwamen vanuit Europa emigraties van Joden op gang, die de pogroms ontvluchtten. Zionistische groepen stimuleerden overal de terugkeer (aliyah, opgang) naar IsraŽl. Weinigen gingen echter naar het toenmalige 'Palestina', de weinige Joden daar leidden een kommervol bestaan en werden veelal in leven gehouden door giften van rijke Joden in het westen.

    Het gebied 'Palestina' was toentertijd zeer dun bevolkt. Er was een bevolkings-concentratie in Jeruzalem, verder in nog enkele kleinere plaatsen als Hebron, Bethlehem, Nablus en Nazareth en langs de kust. Verspreid door het gebied lagen Arabische dorpen, waar armoede troef was. Grote delen van het land lagen braak, niemand bekommerde er zich blijkbaar om. Mark Twain, die het land in 1867 bezoekt, schrijft:

ďEen verlaten land, de bodem is rijk genoeg maar is overgelaten aan het onkruid Ė een stille, treurige uitgestrektheidÖ Een ontvolkt landÖ Nergens zagen we een menselijk wezen op de hele routeÖ nauwelijks ergens een boom of struik. Zelfs de olijfboom en de cactus, trouwe vrienden van een waardeloze bodem, hadden het land vrijwel verlatenĒ.

Maar hij was beslist niet de enige. Vele andere reizigers schreven soortgelijke verslagen. Fotoís van het tempelplein in Jeruzalem uit 1875 tonen een verwaarloosd gebied, plaveisel onregelmatig en kapot, onkruid halve meter hoog. Veel grond in het land was verlaten en kennelijk niemandsland. De Turken hadden geen up-to-date bevolkingsadministratie en ook registratie van eigendommen was slecht of niet geregeld. Je kunt rustig zeggen dat de Arabische en/of islamitische wereld geen enkele, maar dan ook geen enkele belangstelling hadden voor dit stukje van God verlaten grond. Het land was dus grotendeels onbewoond. En van een 'Palestijns' volk had nog nooit iemand gehoord. De huidige retoriek slaat dus echt nergens op. Dat was de situatie in de tweede helft van de 19e eeuw.

    Daar gaat echter verandering in komen. In 1880 komt een grote (eerste) aliyah op gang. De Joden van deze aliyah kopen grond (meestal van de beroerdste kwaliteit) van Arabische effendiís. Of deze grond hen ook werkelijk toebehoorde, was niet aan te tonen, maar de Joden betalen sowieso. Zij slagen er in, die door hard werken en ondanks veel ontberingen en ziekten tot vruchtbaarheid te brengen. De gemeenschapsvorm is meestal de kibboets, een streng type collectieve boerderij, sterk self-supporting. Met de Arabische mensen in de dorpen is veelal een goede verstandhouding, maar de effendiís en andere machthebbers zien met lede ogen aan dat hun indolente bevolking eisen begint te stellen: wat de Joden kunnen, dat kunnen wij toch ook! Nu de Joden belangstelling tonen voor het land, ontwaakt ook de Arabische interesse. Niet eerder!

   In 1905 komt de tweede aliyah op gang, gestimuleerd door enorme pogroms in Oost-Europa. De kibboets-beweging ontvangt nieuwe impulsen. Ten koste van veel mensenlevens (malaria) worden de Hula-moerassen drooggelegd en in cultuur gebracht. De vijandigheid van de Arabische en islamitische machthebbers neemt toe evenredig met het succes van de Joden. Daarbij spelen ook jaloersheid en wellicht schuldgevoelens een grote rol (waarom kunnen die Joden met dat land succes hebben, en wij niet!). In plaats van met de Joden samen te werken en zo het land tot bloei te brengen, vindt er toenemende tegenwerking plaats. Veel Joden komen om bij Arabische overvallen en plundertochten. De gettomentaliteit (wegschuilen en hopen dat het over gaat) kost vele mensenlevens.

   De emigratie van Joden naar IsraŽl gaat gestadig door. Meer nieuwe kibboetsim worden gevestigd, en ook van een ander, minder streng collectief type, de moshav, worden er verscheidene gevestigd. Deze vestiging gebeurt in het hele gebied ten westen van de Jordaan, waar de Joden ook maar grond konden kopen. En het Joodse geld werd grif geaccepteerd! Het land begint op te bloeien. Waar meer dan 1500 jaar alleen maar woestijnachtig gebied was, beginnen groene landschappen te ontstaan. De Joden planten bomen of hun leven ervan afhangt. Ook zorgen zij voor drinkwater, goed onderwijs en gezondheidszorg. Nu begint ook de immigratie van Arabieren uit de omringende en verder verwijderde islamitische landen op gang te komen. Een 'volk van de Palestijnen' heeft nooit bestaan. Er schijnt in 'Palestina' goed te leven te zijn. Maar anders dan de Joden hebben de Arabieren geen affiniteit met het land, het is nooit 'hun eigen land' geweest. Is het jaloersheid, minderwaardigheidsgevoel, zelf-haat, spijt om het rijke, maar verloren verleden? Hoe het ook zij, evenredig met het succes van de Joden stijgt ook de haat van de Arabieren, aangewakkerd door hun leiders.

 

3    De Balfour-declaratie

    In de eerste wereldoorlog (WO I) vechten vele 'Palestijnse' Joden aan de kant van de geallieerden. Het Turkse rijk stort ineen. Op 2 november 1917 verklaart de Britse minister van Buitenlandse Zaken, A.J. Balfour, tegenover de Joodse weldoener, Lord Rothschild, dat de Engelse regering streeft naar

ď...de vestiging in Palestina van een nationaal tehuis voor het joodse volk en alles in het werk zal stellen teneinde het bereiken van dit doel te bevorderen, waarbij wel moet worden begrepen dat niets zal worden gedaan dat een inbreuk zou maken op de burgerlijke en godsdienstige rechten van de bestaande niet-joodse gemeenschappen in Palestina, of op de rechten en de politieke status die de joden in enig ander land genietenĒ.

Nu zouden Frankrijk en Groot-BrittanniŽ na WO I door de Volkenbond belast worden met het beheer over de gebieden buiten Turkije, die tot het Turkse rijk hadden behoord (Frankrijk het huidige SyriŽ en Libanon, Groot-BrittanniŽ Irak, het gebied 'Palestina' inclusief de Golan en het overjordaanse (zie kaart 1)).

    Hoe komt nu zoín Britse minister tot een dergelijke verklaring? Want die mag toch op zijn minst opmerkelijk heten. En misschien ook wel een beetje naÔef, nietwaar? Hoe kun je nu een land beloven (a) dat je niet in bezit hebt en (b) waar al andere mensen wonen. De achtergrond is een al lang in Engeland bestaande overtuiging onder christenen dat in hun tijd de door God beloofde terugkeer van de Joden naar het land van hun vaderen er aan zat te komen. En omdat in 1917 al waarschijnlijk was, dat Engeland na WO I het mandaat over dat gebied zou verkrijgen, liep minister Balfour vast daarop vooruit.   

4    Het Britse mandaat

    Na WO I kreeg Groot-BrittanniŽ inderdaad het mandaat over de al genoemde gebieden. In de mandaatsopdracht was aangegeven dat de Balfour-declaratie moest worden uitgevoerd. Aan de Volkenbond was men verantwoording verschuldigd. Maar die instantie stelde niet veel voor, en de beherende landen gingen er min of meer hun eigen gang. Er moesten medestrijders worden beloond. Omdat aan de Saudische familie het koningschap over ArabiŽ was beloofd, moesten de Hasjimitische heersers, die langs de westkant van ArabiŽ hun rijk hadden en over de islamitische heilige steden Mekka en Medina regeerden, elders aan werk worden geholpen. Een zoon van de vorst, Faisal, die met Lawrence of Arabia tegen de Turken had gevochten, werd eerst in 1918 tegen de zin van de Fransen heerser in SyriŽ. In 1920 werd hij door de Fransen verjaagd, de Britten boden hem Irak aan. In 1921 scheidden de Britten het gehele gebied ten oosten van de Jordaan af en gaven dat aan de Hasjimitische sheik Abdullah (de vader van ex-koning Hussein, en broer van de eerdergenoemde Faisal). Meer dan 2/3 van het aan de Joden beloofde gebied was nu verdwenen. In 1923 gaven de Britten de Golan aan SyriŽ, om redenen door mij niet achterhaald (zie kaart 2). Maar de Golan behoorde dus tot het aan de Joden beloofde gebied. Minder dan 30% van het oorspronkelijke gebied was nu nog beschikbaar om Lord Balfours belofte in te lossen. Bovendien bloeien in zo'n losgeslagen gebied allerlei heersers-aspiraties op. De groot-moefti van Jeruzalem zag zich als de nieuwe heerser van 'Palestina' en zag met lede ogen aan hoe steeds meer stukjes van zijn mogelijk toekomstige gebied aan rivalen werden uitgedeeld.

In Leon Urisí boek 'Exodus' merkt iemand op:

ďAlleen het Koninkrijk Gods loopt op gerechtigheid, de koninkrijken der aarde lopen op olieĒ.

Omdat het belang van de olie in het midden-oosten steeds zwaarder begon te wegen, wilden de Britten de Arabieren zoveel mogelijk ter wille zijn. En die hadden als eis: geen immigratie van Joden meer in 'Palestina'. De praktijk was die van toenemende Britse weerstand tegen immigratie en even toenemende Joodse vindingrijkheid om toch IsraŽl binnen te komen. Een Britse officier (de excentrieke Orde Charles Wingate, ook bekend onder zijn alias, P.P. Malcolm) leerde de Joden terug te vechten, niet af te wachten, maar het initiatief te nemen.Vanaf toen liet men zich niet meer door Arabische bendes overrompelen, maar ging er zelf op af. Het aantal vermoorde Joden daalde drastisch. In 1920 werd de Haganah opgericht, een niet-erkende Joodse militaire organisatie, die de zelfverdediging van de Joden in 'Palestina' ter hand nam, omdat de Britten niet geneigd waren veel te doen, dat de Arabieren tegen hen zou innemen (olie!!). Tot hun eer moet gezegd worden, dat de Britten wel veel hebben gedaan om de infrastructuur te verbeteren, onderwijs te bevorderen en een geregeld overheidsapparaat op te zetten. In de tijd tussen de wereldoorlogen neemt ook de rol van de Islam in de haat tegen de Joden toe. Naarmate de tijd vordert, nemen de tegenstellingen toe. De Arabieren wensen onder geen beding een Joodse staat in 'Palestina', de Joden nemen met minder geen genoegen en de Britten schipperen tussen beide met een voorkeur voor de Arabische standpunten (olie).

   In WO II vechten weer vele 'Palestijnse' Joden in de geallieerde legers. Hitler vergast en cremeert o.a. 6 miljoen Joden. De groot-moefti van Jeruzalem, Haj Aman al-Husseini, bespreekt met Hitler zijn plan om de Joden overal ter wereld uit te roeien. Hij zal er in ieder geval in 'Palestina' voor zorgen. Dit is zelfs Hitler te gortig. Hij laat wel de SS Arabische guerilllaís trainen in het vermoorden van Joden.

5    De stichting van de staat IsraŽl

   Na WO II trachten de uit de Nazi-kampen overlevende Joden 'Palestina' binnen te komen, dat door de Britten hermetisch is afgegrendeld. Vele Joden verliezen bij deze pogingen het leven. Bekend is geworden het schip 'Exodus'. De opvarenden zijn met Britse oorlogsschepen teruggebracht naar Toulon in Zuid-Frankrijk. Toen zij weerspannig bleven, hebben de Britten deze KZ-overlevenden teruggebracht naar  nazi-vernietigingskampen in Noord-Duitsland. Dit was de druppel die de emmer deed overlopen. De hele wereld kwam nu in oppositie tegen de Britten. Die moesten deze mensen naar IsraŽl brengen. Wat weer Arabische terreur uitlokte. Hoewel er officieel geen wapens het gebied binnen mochten, werd levering aan de Arabieren oogluikend toegestaan. De Joden moesten allerlei illegale middelen verzinnen om aan wapens te komen, omdat zij nog geen erkende staat hadden, waaraan legaal wapens geleverd mochten worden. Ondanks vele staaltjes van creativiteit en grote durf lukte het maar zeer ten dele om IsraŽl van wapens te voorzien. Er was nu geen houden meer aan. De Britten werden nu door Joden en Arabieren gelijkelijk bestookt. En die hadden er genoeg van. Zij gaven aan, het mandaat over het gebied 'Palestina' te willen beŽindigen.

   Een speciale commissie van de UNO stelde een plan op tot verdeling van het gebied in een Joods en een Arabisch deel (kaart 3). Op 29-11-1947 werd dit plan door de UNO goedgekeurd en door de Joodse autoriteiten met grote aarzeling geaccepteerd. De Arabische Liga verwierp het plan, zoals zij elk plan heeft verworpen, dat Joden een rechtmatige plaats in het land wil geven. Als je op de kaart kijkt, zie het onmogelijke van deze verdeling. Elk van de partijen heeft drie stukjes die op twee plaatsen elkaar raken. Niemand kan uit gebied A naar B of uit B naar C zonder tenminste ťťn stap op het grondgebied van de andere partij te zetten. Voor Jeruzalem was een aparte regeling bedacht. Dat zou onder UNO-bestuur komen. De enclave Jeruzalem omvatte zoín 100.000 Joden en 65.000 Arabieren. Op eis van de Arabische Liga werd dit gebied vergroot totdat de Arabische bevolkingsgroep de meerderheid had (kaart 4). Maar het UNO-beheer is een vod papier gebleken. IsraŽl had echter niets te verliezen, dusÖ De Britten kondigden aan, op 15-5-1948 te verdwijnen uit het gebied. Er vond geen overdracht van souvereiniteit plaats, er ontstond dus een vacuum. Wel bevoordeelden de Britten de Arabieren voor wat betreft wapens en strategische posities. Als dan ook van 14 op 15 mei 1948 David Ben-Goerion de Joodse staat IsraŽl uitroept, zijn de vooruitzichten in alle opzichten belabberd. Direct op 15 mei vallen de legers van Irak, SyriŽ, JordaniŽ en Egypte de jonge staat binnen. JordaniŽ bezet Jeruzalem direct na het uitroepen van de Joodse staat. IsraŽl vecht voor zijn leven! En het wonder gebeurt: de slecht bewapende IsraŽliís, numeriek slechts een fractie van de binnenvallende vijand, behalen de overwinning, zij het na vele bange ogenblikken, en een groot aantal slachtoffers (6.000 doden, 15.000 gewonden).

   Het Jordaanse leger hield beestachtig huis in Jeruzalem: alle Joden werden verdreven, synagoges gesloopt en vernield, en de hele Joodse wijk met de grond gelijk gemaakt. Joodse strijdkrachten slaagden er niet in om Jeruzalem tijdig te bereiken, mede ten gevolge van het strategische fort Latrun, dat op het laatste moment door de Britten aan de Arabieren was overgedragen. Aan Joden werd de toegang tot hun heilige plaatsen ontzegd.

6    Het vluchtelingenprobleem

   Nog een probleem ontstond: de in IsraŽl wonende Arabieren werden vanuit de omringende landen gesommeerd, IsraŽl te verlaten, zodat de Arabische legers in korte tijd IsraŽl de zee konden indrijven. Daarna konden ze weer terugkeren. Wie niet ging, werd met de dood bedreigd. Verscheidene 'Palestijnse' Arabieren zijn zo vermoord. Velen verlieten huis en haard en gingen naar de omringende landen (Egypte, Libanon, JordaniŽ, SyriŽ). Maar ook ten gevolge van de vijandelijkheden, waarbij van beide zijden wreedheden zijn begaan, vluchtten velen weg. Het betreft in totaal rond 360.000 'Palestijnse' Arabieren. Zij werden opgevangen in kampen en verblijven daar heden nog. Later worden er door de UNWRA, die speciaal voor de 'Palestijnse' vluchtelingen wordt opgericht, 400.000 aan toegevoegd, die weliswaar nog op hun eigen plaats woonden maar door de UNWRA als hulpbehoevend werden geclasseerd, zodat hun aantal op ruim 750.000 komt. Echter nauwelijks bekend is, dat ten gevolge van de strijd ook rond 950.000 Joden werden gedwongen huis en haard in Arabische landen te verlaten met achterlaten van al hun bezittingen. Zij vluchtten naar IsraŽl, waar zij geruisloos in de bevolking zijn opgenomen, en sindsdien een positieve bijdrage leveren aan de staat IsraŽl. Het vluchtelingenprobleem is dus tweezijdig, waarbij IsraŽl het heeft opgelost en de Arabische wereld nog steeds deze massaís als pressiemiddel gebruikt om IsraŽl het leven zuur te maken. Zie voor een goed gedocumenteerde beschrijving van dit probleem: EfraÔm Karsh: Palestine Betrayed, ISBN 978-0-300-12727-0, 2010.

7  IsraŽls strijd om het voortbestaan

    Na de vrijheidsoorlog zagen de demarcatielijnen er heel anders uit dan de grenzen op het verdelingsplan (kaart 5). Hoewel de ommuurde stad van Jeruzalem (en dus de westelijke tempelmuur) buiten Joods bereik bleef, kwam west-Jeruzalem - tot aan de Jaffa-poort - nu onder IsraŽlisch beheer. JordaniŽ hield de 'Westbank' plus Oost-Jeruzalem bezet en Egypte bezette de strook rond de stad Gaza. Onder Jordaans gezag zijn alle Joodse vestigingen in de zgn. 'Westbank' geŽlimineerd. In die periode heeft geen enkel Arabisch land pogingen ondernomen om in de door JordaniŽ en Egypte bezette gebieden een 'Palestijnse' staat te creŽren. Zij hadden er toen alle kans toe. Maar kennelijk was er toen geen behoefte aan, hoewel het vluchtelingenprobleem sindsdien niet veranderd is. De Jordaanse koning Abdullah wilde immers de bezette 'Westbank' bij zijn eigen staat voegen. Het geklier over een 'Palestijnse' staat begon pas toen IsraŽl het beheer over deze gebieden kreeg.

    Vanuit de Gaza-strook pleegden Arabische terroristen (fedayien) regelmatig aanvallen op IsraŽl en veroorzaakten soms grote schade, o.a. aan waterpijpleidingen (zie kaart 6). De Arabische legers waren wel verslagen maar men legde zich daar niet bij neer. In 1956 sloot de Egyptenaar Gamal Abdel Nasser het Suez-kanaal voor IsraŽlische schepen. Vanaf eilandjes in de Rode Zee bestookte men deze schepen. Dit betekende effectief een blokkade van de haven van Eilat. Vervolgens nationaliseerde Nasser het kanaal. Egyptes met behulp van de USSR opgebouwde sterke legermacht stond gereed IsraŽl aan te vallen. De hele SinaÔ-woestijn was omgebouwd tot ťťn groot militair gebied. En terwijl de wereld afwachtte, greep IsraŽl in. Met een snelle veldtocht dwong het Egypte op de knieŽn en maakte een eind aan de aanvallen van de fedayien. De hele wereld haalde opgelucht adem en veroordeelde - uiteraard - IsraŽl vervolgens. IsraŽl trok zich terug uit de SinaÔ, dat gedemilitariseerd werd, en de UNO stationeerde een vredesmacht in de Gaza-strook.

    Nasser had niets geleerd en bouwde opnieuw het hele theater op voor de volgende klap op IsraŽl. Ook SyriŽ, JordaniŽ en Irak bouwden een indrukwekkende militaire macht op, met maar ťťn doel: IsraŽl vernietigen. Egypte wees de UNO-vredesmacht in de Gaza-strook uit. Dit alles beloofde niet veel goeds. IsraŽl besloot, de definitieve vernietiging niet af te wachten, maar als eerste toe te slaan. Op 5 juni 1967 vernietigde het 70% van de vijandelijke luchtmacht en vliegvelden. In enkele dagen stootten de IsraŽlische troepen door tot het Suez-kanaal, waar een wapenstilstand werd overeengekomen. JordaniŽ mengde zich in de oorlog en werd in twee dagen verdreven uit Judea, Samaria en Jeruzalem. Het Jordaanse leger deserteerde massaal. In het noorden werd na enkele dagen begonnen met acties tegen SyriŽ, waarbij na heftige strijd het grootste deel van de Golan werd veroverd. SyriŽ had via de Golan toegang tot de bronnen van de Jordaan en was bezig deze - en vele beken die naar het Meer van Galilea stroomden - om te leiden naar de Yarmoek, die deels over Syrisch gebied loopt. Zo kon het naar believen IsraŽl 'droogleggen'. Bovendien werden vanaf de Golan de daaronder liggende kibboetzim aan het meer onder vuur gehouden, zodat daar alleen 's nachts gewerkt kon worden, terwijl de dag in de schuilkelders werd doorgebracht. Het leger wilde naar Damascus marcheren, maar werd door de regering gesommeerd te stoppen. Op 10 juni om 18:00 uur werd een algemene wapenstilstand afgekondigd. Jeruzalem was bevrijd, de opbouw van de Joodse wijk, die totaal verwoest was, kon beginnen. Alle heilige plaatsen werden weer opengesteld voor de belijders van de diverse godsdiensten.

    De komende jaren zien we een toenemend terrorisme, incidentele militaire speldeprik-acties vanuit de omringende staten, en infiltraties over de demarcatielijnen. In 1968 wordt El-Fatah opgericht onder leiding van Jassir Arafat. Deze Egyptenaar - zijn echte naam is Rahman Abdul Rauf Arafat al-Qudwa al-Husseini, een neef van de eerder genoemde illustere groot-moefti van Jeruzalem - die een aannemersbedrijf runde in Koeweit, komt nu aan het hoofd te staan van deze terreurorganisatie. Hun activiteiten concentreren zich langs de Jordaanse grens en worden gesteund door het Jordaanse leger. Dit keert zich echter in september 1970 (Black September) tegen hen omdat er een serieuze bedreiging van uit gaat voor het koningschap van de Hasjimieten, en verwijdert hen uit JordaniŽ. Dat stabiliseert de oostgrens, maar het wordt de ondergang van Libanon, waar Arafat met zijn El-Fatah nu heen gaat. Later bemoeit IsraŽl zich met Libanon, om de terreuraanslagen van die kant in te tomen.

    Op 6 oktober 1973, Yom Kippur, grote verzoendag, als van het IsraŽlische leger alleen de vaste kern dienst doet, lanceren SyriŽ en Egypte een massale aanval op IsraŽl. Voordat het gehele leger gemobiliseerd is, is in het noorden al de hele Golan, de IsraŽlische informatiepost op de Hermon en half Galilea door de SyriŽrs veroverd. Egypte steekt het Suez-kanaal over en valt het IsraŽlische leger massaal aan. De aanval in het noorden werd tot staan gebracht en op 14 oktober zijn de SyriŽrs terug in hun hok. De hele hoogvlakte van Golan wordt nu bezet. Daarna wordt de strijd aangebonden met Egypte. Een eerste offensief mislukt, maar de tweede slag is voor IsraŽl. De SinaÔ wordt opnieuw bezet en generaal Ariel Sharon steekt het Suez-knaal over. De opmars naar Cairo wordt hem door de regering verboden. Na harde strijd wordt het pleit in IsraŽls voordeel beslecht. Op het nippertje!

    Over de andere militaire activiteiten wil ik verder niet schrijven. Wie daarover meer wil weten kan terecht bij de Internet-site van de IsraŽli Defence Forces en diverse encyclopedieŽn. Tot slot nog dit: om enig begrip te krijgen van de positie waarin IsraŽl zich te midden van de vijandige Arabische en islamitische naties bevindt, is het goed om het volgende te bedenken:

Beseffen wij toch wel, wat een lilliput-landje IsraŽl eigenlijk is in de omringende vijandige Arabisch/islamitische wereld.

*   Het is omringd door 24 Arabische naties, die...

*   ...600 x de land-oppervlakte hebben,

*   ...  50 x de bevolkingsgrootte hebben, en

*   ...allemaal olievoorraden bezitten

IsraŽl past 768 x in de USA! De USA, met twee bevriende naties noord en zuid, en twee oceanen oost en west, kunnen zich moeilijk voorstellen in welke positie IsraŽl zich eigenlijk bevindt. Kunnen wij het?

8   Hoe het verder ging  

    Naarmate een nieuwe generatie het roer overnam en zijn invloed deed gelden, en de welstand van de bevolking toenam, werd het verlangen groter om eindelijk eens in vrede te leven, zonder regelmatig opduikende oorlogen, zonder terreuraanslagen. De koude vrede met Egypte en JordaniŽ gaf IsraŽl wat militaire armslag. Maar IsraŽl is verdeeld over de te volgen koers. De door het Jordaanse leger vernietigde Joodse vestigingen op de zgn. 'Westbank' worden herbouwd. Dat is m.i. juist en rechtvaardig. Maar een militante orthodoxe stroming, de Goesj Emonim, sticht vele nieuwe dorpen en kleine steden in de gebieden Judea en Samaria, met als rechtvaardiging dat deze gebieden behoren tot het door God aan IsraŽl beloofde land. Omdat de opeenvolgende regeringen de steun van 'rechts' nodig hebben, wordt hiertegen niet opgetreden. M.i. ten onrechte. IsraŽl heeft hiermee veel goodwill verspeeld. 

    Toenemende druk van buitenaf en vanuit de 'Palestijnse' gebieden doet IsraŽl besluiten, een 'vredesaccoord' te sluiten met de 'Palestijnen' met als uiteindelijk doel: een Arabische staat naast IsraŽl op het grondgebied ten westen van de Jordaan. Natuurlijk is dit streven tot mislukking gedoemd. Ten eerste wonen in die staat talloze Joden in legale steden en dorpen. Het is, gezien de 'Palestijnse' praktijk tot nu toe, niet waarschijnlijk dat die een normaal leven zullen kunnen leiden, of zelfs zullen kunnen overleven, zonder de permanente bescherming van het IsraŽlische leger. Ten tweede zal de Islam IsraŽl nooit accepteren. Ja, tijdelijk, als een tactische zet, om wat meer speelruimte krijgen. In overeenstemming met  Mohammeds gewoonte om plechtig gesloten verdragen te verbreken als hij zijn kans schoon zag om de partner met het zwaard op de knieŽn te krijgen. De zgn. 'intifada' in herfst 2000 en winter 2000/2001 geeft aan wat de beloften van Arafat waard zijn. Het is een goede zaak, dat de wereld zich langzaam van Arafat begint af te keren; het inzicht groeit dat je met een terroristenleider die tevens een aartsleugenaar is, geen serieuze zaken kunt doen. Wat dan het alternatief is, laat zich moeilijk definiŽren.

    IsraŽl gaat m.i. een heel moeilijke periode tegemoet.

9   Overzicht en beoordeling

    De stichting van de staat IsraŽl heeft plaatsgevonden in de nasleep van WO II en temidden van het tumult van vijandige volken en machten. Niemand had toch kunnen verwachten dat de terugkeer van IsraŽl naar zijn eigen land door de volken met open armen zou worden ontvangen. IsraŽl is Gods middel om gerechtigheid - Zijn gerechtigheid - op deze aarde te brengen. We kunnen in de Bijbel lezen hoe onvoorstelbaar sterk de vijandschap is tegen de vestiging van Gods Koninkrijk hier op aarde. Satan weet beter dan veel christenen dat IsraŽl in Gods plannen een sleutelrol vervult. Zie op deze website het hoofdstuk Toekomst etcetera. 

    Heeft IsraŽl, omdat het Gods volk is en een belofte heeft voor het land (nog steeds) nu een vrijbrief om aldaar te doen wat het zint? Nee, beslist niet. De Torah geeft heel wat aanwijzingen hoe te handelen met de vreemdeling (zelfde rechten als de geboren IsraŽliet). Alleen, de actuele vreemdelingen zien zichzelf niet als de onrechtmatige bezetters van IsraŽls historische land, maar als de rechtmatige eigenaars. Dat compliceert de zaak natuurlijk enorm. In de Bijbel lezen we ook hoe God afrekent met hen die Gods land onder elkaar verdelen.(Ezechiel 36:5 / JoŽl 3:2). De Islam ziet deze zaken precies omgekeerd: zij zijn eigenaars (Dar-al-Islam) van het land en IsraŽl is de onrechtmatige bezetter. 

    Eťn ding is zeker: Gods plan met IsraŽl gaat gewoon door, ondanks alle opschudding. De hele reeks gebeurtenissen rond de vestiging van de staat IsraŽl zitten - als alle menselijk handelen - vol met menselijk falen en zonden. Maar door dat alles heen voert God zijn plan uit. Vaak word ik herinnerd aan wat Petrus zegt over de gerechtelijke moord op Jezus:

"Volksgenoten, ik weet dat u uit onwetendheid hebt gehandeld, evenals uw leiders. Zo heeft God echter in vervulling doen gaan wat hij bij monde van alle profeten had aangekondigd: dat zijn messias zou lijden en sterven". (Handelingen 3:17-18).

Of Paulus in 1 KorintiŽrs 2:8:

"Geen van de machthebbers van deze wereld heeft die wijsheid gekend; zouden ze haar wel hebben gekend, dan zouden ze de Heer die deelt in Gods luister niet hebben gekruisigd".

Ook de volken begrijpen niets van de wijsheid van God met betrekking tot IsraŽl, ook al is die wijsheid beschikbaar in de Bijbel. Als we naar de Balfour-declaratie kijken, dan is daarin veel onbegrijpelijks, maar God heeft het kennelijk gebruikt om zijn volk terug in hun land te brengen. Als christenen is het onze roeping om IsraŽl te steunen en voor IsraŽl te bidden: om hun ommekeer tot hun Messias, om hun bewaring temidden van het kolkende geweld. Daarbij behoeven we niet onze ogen te sluiten voor IsraŽls fouten en zonden, maar aangezien we als westerse christenen heel wat boter op ons hoofd hebben, is het misschien verstandig, om onze kritische opmerkingen niet te overdrijven, en die te plaatsen met begrip voor de onmogelijke situatie waarin de staat IsraŽl verkeert.

    Bij deze opmerkingen wil ik het voorlopig laten.

 

Enkele websites:

*    IsraŽlische regering

*    IsraŽlische strijdkrachten

*    Website van de Likoed-partij

*    'Palestijnse' Autoriteit

*    Hamas charter

*    Wikipedia over Hezbollah (de eigen website is vaak uit de lucht en slecht georganiseerd)

Vooral de 'Palestijnse' sites zijn soms maanden achter met informatie. De site van de IsraŽlische regering is ook nooit erg up-to-date. Alleen de IDF (het IsraŽlische leger) houdt zijn website goed bij. Als je op de Hamas website komt, wordt (nog steeds, 14-3-2001) (nu niet meer, 20-7-2006) het verhaal afgespeeld van Muhammad al-Dura, het 'Palestijnse' jongetje dat door IsraŽlische militairen zou zijn doodgeschoten, en waarvan de beelden over de hele wereld een enorme verontwaardiging richting IsraŽl hebben opgeleverd. Maar de 'raw footage' van de Palestijnse cameraman Talal Abu Rahma, die voor het Franse TV-station Antenne-2 de scŤne filmde, als onderdeel van een Palestijns mediatheater, met directors, regisseurs etc. (ook wel 'Pallywood' genoemd), toont aan het eind een 'dode' Mohammad die knipoogt naar de cameraman en met zijn hand zwaait, alsof hij wil zeggen: "dat hebben we hem toch maar weer mooi gelapt, niet?" Daarmee geconfronteerd, zegt hij: "Ach ja, iedereen weet toch dat het zo gaat". Voor de IsraŽlische TV laat hij zijn ware gezicht zien. Het zwaargewonde jongetje dat indertijd aan de pers is getoond, was zeker niet Muhammad al-Dura. Zie de commentaren en het ruwe filmmateriaal van Talal Abu Rahma en anderen http://www.seconddraft.org/movies.php

Up Israel en de kerk Over Jakob en Esau Beloften Abraham Beloofde land Tekst Zacharia 12-14 De staat IsraŽl Antisemitisme Israelische bezetting

free web hit counter