Rinus Kiel over Bijbel, cultuur en wetenschap

Reageren? Zie home-page                                                                                

======================================================

Home
Site-map
Updates
Deze site + mijzelf
Bijbel en theologie
Israel - volk en land
Filosofische items
Denken en cultuur
Wetenschap
Actualiteiten
Klimaat
Presentaties
Boeken
Weblinks

(Presentaties)

Up Pres. Setterfield Creationisme in NL Fair Science Bijbel Wetenschap

Fair Science, eerlijke wetenschap, zich bewust van vooronderstellingen

Nieuw 15/03/2011

Zoek op deze website

Samenvatting: Fair Science betekent 'eerlijke wetenschap'. Dat heeft twee aspecten: 1. dat de wetenschap over de hele linie weer eerlijk, open en transparant wordt, en 2. dat geen paradigma of model wordt voorgetrokken boven andere.

PowerPoint presentatie als PDF file . Hieronder eerst een verduidelijking van de vijf hoofdpunten, en daarna een tekst bij de presentatie:

 

Fair Science,

wat houdt dat in?

1.      Er wordt helder onderscheid gemaakt tussen feiten en interpretaties. Het interpretatiekader (de set vooronderstellingen) wordt eerlijk benoemd.

In de wetenschap wordt geprobeerd om een beeld van de werkelijkheid op te bouwen, uitgaande van de gegevens (feiten) die verzameld worden. Maar omdat die gegevens altijd te weinig zullen zijn voor een compleet beeld, wordt er een ‘model’ gemaakt op grond van vooronderstellingen. Dus op grond van het intuďtieve beeld dat we van die werkelijkheid hebben. In de veelheid van modellen en submodellen zijn er eigenlijk maar twee van die ‘sets’ van vooronderstellingen: enerzijds de in de westerse wetenschap lange tijd dominante vooronderstellingen die aan de Bijbel ontleend worden, nl. die van een schepping van alles in zes dagen, een korte chronologie en aparte schepping van de groepen levende wezens, plus het optreden van een wereldwijde vloed met zijn nawerkingen; anderzijds de later (18e eeuw en later) opgekomen vooronderstellingen van het vanzelf tot stand gekomen zijn van alles en ook van het leven, die automatisch hebben geleid tot de opvatting dat alles miljarden jaren geleden is begonnen, omdat die ontwikkeling (evolutie) immers veel tijd nodig heeft.

Op grond van die vooronderstellingen wordt een modelbeeld van de werkelijkheid gebouwd. Er wordt geprobeerd om alle gevonden feiten binnen dat modelbeeld te interpreteren, er wordt dus een betekenis aan gegeven. We maken onderscheid tussen hypothesen, dat zijn veronderstellingen over een complex verschijnselen, die dan door feiten moeten worden verstevigd. Is dat tot op redelijk niveau gelukt, dan krijgt de hypothese het predicaat ‘theorie’. Een groep theorieën die een groter geheel afdekken, noemen we een ‘model’. Dat is eigenlijk de grootste eenheid wetenschappelijke kennis, waarmee praktisch wordt gewerkt.

De wetenschap hanteert de zgn. ‘wetenschappelijke methode’, dat is een redeneerwijze die ertoe moet leiden dat onze kennis zo stevig mogelijk gegrond is op goede waarneming van de feiten, waarbij de invloed van vooronderstellingen daarvan zo goed mogelijk wordt gescheiden, zodat betrouwbare en bruikbare kennis ontstaat.

Helaas is het de praktijk dat allerlei vooronderstellingen die ten grondslag liggen aan het evolutiemodel, binnen dat model als feit worden gepresenteerd. We noemen dat een ‘cirkelredenering’. Voorbeelden: de miljarden jaren, het ontstaan van de eerste cel(len) vanuit een ‘oersoep’, de Milankovic ijstijdcycli en de daar weer op gebaseerde interpretaties van de ijsboorkernen uit de ijskappen van Groenland en Antarctica, die als feiten worden gepresenteerd. Alle andere eventuele verklaringen worden routinematig als ‘onwetenschappelijk’ weggehoond. Dit is een totaal onwetenschappelijke handelwijze, maar kennelijk getolereerd en aangemoedigd door wetenschappelijke instituten, organisaties van wetenschappers en boekenschrijvende wetenschappers, en helaas ook geaccepteerd door vele christenen die in de wetenschap werkzaam zijn.

 2.      Een wetenschappelijk model, inclusief de ontstaansgeschiedenis, wordt niet beter of slechter voorgesteld dan het is.

Het is onwetenschappelijk om een bepaald model voor te stellen als beter dan een ander model – bij voorbaat. Of een model goed of slecht is, dat wordt aangegeven door de mate waarin wetenschappelijke gegevens (feiten) binnen zo’n model (blijven) passen.

De praktijk is heden een geheel andere, nl. dat het evolutiemodel als ‘wetenschappelijk’ wordt gekenmerkt en het Bijbelse ontstaansmodel als inferieur, want ‘religieus’. In het onderwijs is er daarom de neiging het eventuele behandelen van dit tweede model te rangschikken onder het godsdienstonderwijs, wat uiteraard volkomen onterecht is.

 3.      Een wetenschappelijk model wordt niet gepresenteerd als onschendbaar of als waarheid.

Een model is een model, een naar zijn aard tijdelijk onderkomen van een grote massa wetenschappelijke gegevens. Binnen het model moeten die een zinvol en logisch geheel vormen. Passen na verloop van tijd bepaalde gegevens in toenemende mate niet binnen het model, dat kan het model worden verworpen en is het tijd voor de opbouw van een model dat beter de feiten verklaart. Een model vertegenwoordigt dus op zijn best de verzameling huidige kennis betreffende een onderdeel van de werkelijkheid, en is niet ‘heilig’. Het is een werkmodel. Het afscheid nemen ervan kan pijnlijk en onaangenaam zijn, maar het is een normale wetenschappelijke beslissing als het nodig is. Dit houdt dus in dat een model niet de ‘waarheid’ vertegenwoordigt, maar de samenvatting van onze kennis en ons inzicht voorstelt. Waarheid is een begrip dat over het algemeen het wetenschappelijk handwerk overstijgt. Het betitelen van een model als de ‘waarheid’ omtrent een deel van onze werkelijkheid is een ongeoorloofde overschatting van de aard van wetenschappelijke kennis.

De praktijk is helaas dat aanhangers van het alternatieve Bijbelse model geen schijn van kans hebben in de wetenschappelijke wereld om de houdbaarheid van hun model aan te tonen.

 4.      Concurrerende wetenschappelijke modellen worden niet genegeerd.

In onderwijs en wetenschap is het voor een kritische manier van kennisverwerving absoluut noodzakelijk dat er een gezonde concurrentie is tussen de verschillende modellen.

Ook hier is de praktijk alweer, dat – waarschijnlijk door gebrek aan zelfs maar een rudimentair inzicht over het verschil tussen vooronderstellingen, hypothesen, theorieën en modellen – het evolutiemodel alle ruimte krijgt en het Bijbelse scheppingsmodel van tevoren al wordt buitengesloten. En dat helaas ook op zeer vele christelijke scholen voor basis- en voortgezet onderwijs.

 5.      Op het terrein van de oorsprong wordt evenwichtig ruimte gegeven aan het interpretatiekader van miljarden jaren durende evolutie enerzijds en het interpretatiekader van schepping enige duizenden jaren geleden anderzijds.

Willen concurrerende sets van vooronderstellingen met de daaruit voortvloeiende modellen een reële en eerlijke kans krijgen, dan moeten in het hele onderwijscircuit daarvoor de noodzakelijke voorwaarden worden getroffen. Dat betekent in de praktijk een aanzienlijke inspanning in de opleiding en opvoeding van onderwijzende personen in de principes van de wetenschapsfilosofie, zodat het verschil tussen vooronderstellingen, hypotheses, theorieën en modellen duidelijk wordt en er een alertheid wordt geschapen om het ongeoorloofd insluipen van oneigenlijke opvattingen in zuiver wetenschappelijk werk tijdig op te merken en een halt toe te roepen.

Alweer, de huidige praktijk is het absolute tegendeel hiervan. Daarom is het nodig om een grote inhaalslag te maken. Dat zal een kostbare, tijdrovende taak zijn, omdat het evolutiemodel met zijn vooronderstellingen heel diep is ingevreten in het besef van velen, ook onderwijzend personeel op scholen en universiteiten, helaas ook christelijk onderwijzend personeel. Maar het in punt 5 genoemde is echt een absolute voorwaarde voor niet alleen eerlijk onderwijs, maar ook voor een vooruitgang in de wetenschappelijke kennis, die nu op vele gebieden ernstig gefrustreerd wordt door onwetenschappelijke vooronderstellingen die als onaantastbare feiten worden gepresenteerd.

 

Tekst bij de presentatie:

 

Fair Science, eerlijke wetenschap

 

    Er zijn in de wetenschap - en ik concentreer me hier op de natuurkunde in de breedste zin van het woord - in de naoorlogse jaren helaas zeer verkeerde gewoonten ingeslopen. De gezonde principes waarop de westerse wetenschap is gebaseerd, zijn deels los gelaten en in plaats daarvan zijn slechte gewoonten en het najagen van geld gekomen, het voorop stellen van eigen gelijk, consensus, eer en publicatiezucht. Generaal - later president - Eisenhower van de Verenigde Staten heeft al kort na de oorlog gewaarschuwd voor de invloed van wat hij noemde 'het militair-industrieel complex'. In de Tweede Wereldoorlog zijn in Amerika alle krachten gebundeld en werkten overheid en overheidsdiensten, industriële complexen en de wetenschap nauw samen om wapensystemen te ontwikkelen die de Duitse militaire macht en die van Japan tijdig zouden kunnen breken. Alle hens aan dek dus. Deze  samenwerking heeft geleid tot de overwinning van de geallieerden op de Nazi-oorlogsmachine, zij het op het nippertje.

    Het negatieve gevolg was, dat wetenschappers niet meer, zoals voorheen, zich concentreerden op het wetenschappelijke werk, maar meer en meer werden gedreven door de zucht naar invloed. Later is daarbij gekomen de invloed van subsidiërende overheden. Tel daarbij de 'democratisering' van de wetenschappelijke instituten, waardoor er een enorme toevloed van studenten op de universiteiten afkwam. Dit alles heeft in vele gevallen de kwaliteit van het wetenschappelijk werk niet verhoogd. De nog tot in de 1950-er jaren algemeen voorkomende figuur van de enorm intelligente wetenschapper, die vaak als eenling of in een klein team werkte aan fundamentele zaken in de natuurkunde, zoals bijv. Richard Feynman toen nog deed, begon een zeldzame soort te worden.

    Je kunt opmerken dat Hegels antwoord op de opmerking van een student wel als grondwet voor de natuurwetenschap schijnt te worden gezien. Op zijn opmerking: "Meneer Hegel, uw systeem is in strijd met de realiteit", antwoordde Hegel : "Des te jammerder voor de realiteit". De in Israël werkende historicus Ilan Pappé zegt gewoon ronduit dat feiten voor hem als historicus niet tellen. En hij wordt niet van de universiteit verwijderd. Dit is geen Fair Science meer, dit is groteske knoeierij. Deze mensen zijn de weg kwijt.

1. De wetenschap moet over de hele linie weer eerlijk, open en transparant worden

    De op deze website besproken handelwijzen in  de zgn. 'klimaathype' zijn een schoolvoorbeeld van de totaal verkeerde geest van manipulatie en intimidatie, bedrog, geknoei met gegevens(!), gebrek aan openheid, en ronduit slecht vakmanschap, die zich van de natuurwetenschappelijke wereld heeft meester gemaakt. Of moet ik zeggen van de harten van de wetenschappers, die meer op geld, eer, roem en reputatie zijn gericht dan op goed en solide wetenschappelijk werk. Dat in het geval van de klimaathype ook een belangrijke redacteur van het als onkreukbaar te boek staande vakblad 'Nature' daarbij betrokken was, en voor- en tegenstanders van de klimaathype zeer partijdig heeft behandeld, is iets waarover wij ons moeten schamen en waarover ik persoonlijk diep bedroefd ben.

    Zeer ernstig is, dat gegevens uit de realiteit, data, niet meer richtinggevend zijn in de natuurwetenschap. Zelfs, dat gegevens worden veranderd, aangepast ('processed' in het jargon van knoeiers) waarmee wetenschappers kunnen 'bewijzen' dat het gelijk aan hun kant is. In de klimaathype is dat o.a. gebeurd met temperatuurgegevens uit de eerste helft van de 20e eeuw. Deze zijn naar beneden bijgesteld, zodat de graad van opwarming hoger leek, met als doel dat de voorgestelde maatregelen meer kracht kon worden bijgezet. En het is gebeurd met de zgn. 'proxies' waarmee Michael Mann zijn beruchte Hockey Stick Model heeft opgesteld. Onafhankelijke onderzoekers hebben vastgesteld dat er zelfs met 'red noise' (dat is: volstrekt willekeurige gegevensreeksen) een hockeystick grafiek uitkwam.

    De westerse wetenschap heeft een grootse start kunnen maken dank zij de absolute voorrang voor de waarnemingen, de data, de gegevens uit de te onderzoeken realiteit. Maar in toenemende mate wordt dit uitgangspunt verlaten. In de sfeer van kosmologie en kwantumtheorie zijn het de uitkomsten van wiskundige modellen en vergelijkingen die bepalen of iets waar is of niet. En daarom worden daar bijvoorbeeld de gegevens die onloochenbaar aangeven dat de lichtsnelheid in de afgelopen eeuwen is afgenomen, terzijde gelegd met allerlei drogredenen, als bijv.: "In die tijd (18e, 19e, begin 20e eeuw) was er misschien een andere definitie van ruimte (afstand) en tijd." Men gaat er dan als vanzelfsprekend van uit dat Einsteins speculaties over de vorm van de ruimte een realiteit vertegenwoordigen. Bovendien wordt dit gegeven dan ook nog onjuist toegepast. Maar op deze onwetenschappelijke wijze houdt men de onaangename gegevens buiten de deur.

2. Geen paradigma of model mag voorgetrokken worden boven een ander

    We spreken dan natuurlijk wel over serieuze modellen die op een wetenschappelijk goede manier zijn tot stand gekomen. In feite zouden we daarbij moeten opmerken, dat ze ook door de tijd heen voortdurend bevestigd worden door nieuwe gegevens. En er moet worden bijgezegd, dat nieuwe gegevens vaak aanleiding geven tot aanpassing en verfijning van modellen. Zo gaat de wetenschap vooruit.

    Allereerst valt op, hoe weinig wetenschappers in natuurkunde en biologie besef hebben van vooronderstellingen en voorgegeven paradigma's. Ik weet niet hoe de actuele situatie op universiteiten is, maar mijn indruk is dat aan deze zaken geen of nauwelijks aandacht wordt geschonken. Vooral het bepalende belang van een set vooronderstellingen wordt als regel niet onderkend. Een eminent wetenschapper als Stephen J. Gould (†) had daar nog wel oog voor, getuige zijn opmerking: "Wetenschap is geen objectieve, op waarheid gerichte machine, maar een wezenlijk menselijke activiteit, die beďnvloed wordt door hartstochten, verwachtingen en culturele vooroordelen. Culturele denktradities hebben een sterke invloed op wetenschappelijke theorieën, geven vaak richting aan speculatiemethoden, vooral wanneer er vrijwel geen gegevens zijn om hetzij de verbeelding, hetzij de vooringenomenheid te beteugelen" (zie pag. Vooronderstellingen). Die had dus duidelijk nog kijk op deze dingen. En zijn keuze voor het evolutiemodel (met de miljarden jaren) was dan ook een bewuste keuze. Ondanks het feit dat dit model het nog steeds moet doen zonder data voor zijn belangrijkste onderdelen, d.i. het ontstaan van het heelal en het ontstaan van de eerste levende cel, plus de overgang tussen de hoofdsoorten van het leven. En dat is volledig OK, mits je je daarvan bewust bent. Maar dit besef is kennelijk niet breed aanwezig in de wetenschappelijke gemeenschap.

    Het gevolg daarvan is dat gemeend wordt dat het evolutiemodel een set van gegevens en verbanden is, dat wetenschappelijk sterk is onderbouwd, en in de praktijk de status van 'feit' kan worden toegekend. Elke andere manier om tegen de realiteit aan te kijken wordt als ongeldig beschouwd. Het gevolg is dan ook dat in scholen en andere opleidingsinstituten dit evolutiemodel als enige wordt onderwezen en dat - omdat het als feitelijk bewezen wordt beschouwd - er geen plaats voor alternatieve modellen.

    Zo worden jonge mensen als half-blinden opgevoed. Ze hebben geen keuzemogelijkheid. Het is slikken of stikken. Ook op eindexamens wordt kennis gezien als instemming met het evolutiemodel. Als je napraat wat er daarover is voorgepraat, heb je bewezen dat je kennis van de zaak hebt. Dit is niet alleen oneerlijk en beperkend, het doodt ook alle zin in echte wetenschap.

3. Critici van en nieuwbouwers in de natuurwetenschap

    Want er is in feite een ander model mogelijk, dat niet gebaseerd is op atheďstische vooronderstellingen. De hele geschiedenis van de westerse wetenschap, tot rond 1750-1800, speelt zich af binnen een Bijbels denk- en leefkader. En was binnen dat kader zeer succesvol, en voor wat betreft de meer technische aspecten zelfs tot een eind in de 19e eeuw. Vrijwel alle grote wetenschappers vanaf Galileď, die zich binnen de grondlijnen van de westerse wetenschap bewogen, waren christenen, misschien niet alle kerkelijk gebonden, maar toch alle werkend binnen een Bijbels kader. Sommigen van hen besteedden meer tijd aan hun Bijbelse en theologische werken, dan aan hun wetenschappelijk werk. Voorbeelden zijn Johannes Kepler en Isaac Newton.

    Maar ook heden zijn er geleerden, niet meer werkend binnen de gangbare theorieën op het gebied van de natuurkunde, die tot opmerkelijke prestaties komen. Het is in de laatste decennia een boeiende tijd om te leven. De standaard theorieën, QED (Kwantum Electro Dynamica), Big Bang en Relativiteitstheorieën zijn in een diepe crisis.

Enkele critici:

°   Louis de Broglie, (1892-1987) één van de geniale architecten van de kwantum mechanica, schreef in 1962 een boek New Perspectives in Physics waarin hij constateert dat serieuze overweging van Planck's verbeterde formulering van 1911, omvattende de klassieke natuurkunde (Newtons formules) plus een intrinsiek kosmologische (= echt bestaande) ZPE, meer voorkomt dan wel wordt aangenomen. Dit Zero Point Field is het wereldwijde energieveld, waaraan  alle materie zijn energie onleent, en dat in QED slechts een theoretische plek heeft.

°   Paul Dirac (1902-1984), ook een van de briljante geleerden die in de 1920-er jaren de QED optuigden, was eveneens toenemend teleurgesteld in de methode van QED en het totale gebrek aan perspectief, en reisde sinds de 1960-er jaren de wereld rond om zijn misnoegen daarover kenbaar te maken. Hij wekte zijn jongere collega’s op om een nieuwe, revolutionaire theorie te ontwikkelen om QED te vervangen, de theorie die hij zelf mede had helpen ontwikkelen.

°   Ook Albert Einstein (1879-1955) had al snel door dat QED een doodlopende weg was, ondanks dat het een tijdlang succes na succes leek te boeken in het vinden van steeds nieuwe deeltjes in cyclotronexperimenten, zodanig dat er een zgn. 'standaard model' van kon worden opgesteld, waarin alle deeltjes hun plek hebben. Maar voor Einstein was het toenemend ontbreken van het contact met de realiteit een onneembare barričre. Op het 5e Solvay congres in Brussel van 24-29 oktober 1927 uitte Einstein zijn toenemende aversie tegen de overheersende rol van de wiskunde in de natuurkunde als volgt: "Ik geef het op, dit gaat me boven de pet, dit is geen natuurkunde meer, dit gaat nergens meer over; dit is slechts wiskunde over wiskunde." Dat was in reactie op een vraag van de Broglie waarom Einstein hem niet gesteund had in de verdediging van zijn (Broglie's) visie op de natuurkunde. Einstein was toen 48 jaar(!), en hij heeft het goed gezien. Hij heeft zijn standpunt daaromtrent niet meer herzien. In de kwantum mechanica was inderdaad de werkelijkheid onkenbaar geworden en alleen benaderbaar via wiskundige formules. Wat zich daarachter 'in het echt' verborg, werd als minder belangrijk geacht. Er is een anekdote over dat 5e Solvay congres:
Terwijl ze om de conferentietafel zaten, krabbelde Paul Ehrenfest (een Oostenrijkse hoogleraar theoretische natuurkunde aan de Leidse universiteit) op een briefje aan Einstein: "Niet lachen! In het vagevuur is een speciale afdeling voor hoogleraren kwantumtheorie, waar ze dagelijks tien uur lang colleges klassieke natuurkunde moeten volgen." Einstein schreef terug: "Ik lach alleen maar om hun naďviteit (van de hoogleraren kwantumtheorie). Wie weet wie er over een paar jaar [het laatst] lacht?" Voor hem was het een serieuze zaak, want wat er op het spel stond, was niets minder dan de aard van de werkelijkheid en de ziel van de natuurkunde.
Vooral de tijdens deze conferentie door Niels Bohr gepresenteerde zgn. 'Kopenhaagse' interpretatie van de kwantum mechanica ontlokte Einstein later, in terugblik, de opmerking: "Die theorie doet me een beetje denken aan een uit onsamenhangende gedachte-elementen in elkaar geflanst systeem van waanideeën van een hyperintelligente paranoialijder."

°   De Amerikaanse fysicus Lee Smolin schreef een boek The Trouble With Physics, dat in 2007 verscheen. Hij merkt daarin op, dat er in de natuurkunde in 30 jaar niets nieuws meer is gepresteerd, behalve verfijningen en dingen aanscherpen. Maar geen enkele nieuwe ontdekking, ondanks honderdduizenden natuurkundigen en vele miljarden subsidie. De grote Large Hadron Collider, een enorme deeltjesversneller onder de grond bij Genčve, in een ring van 27 kilometer lang, is natuurlijk een gigantische overwinning van de techniek. Maar of dit miljarden kostende apparaat ons ook maar iets verder zal brengen, wordt door vele insiders betwijfeld. Ook hier stagnatie door vasthouden aan onrealistische uitgangspunten. Natuurlijk zullen we van tijd tot tijd in de vaktijdschriften - en misschien in de kranten - wel enkele hooggestemde artikelen zien verschijnen over de bereikte resultaten, want de geldschieters willen toch ook rendement van hun investering zien! Maar de praktijk zal zijn dat van geen enkel probleem de oplossing naderbij zal zijn gekomen. We moeten nog jaren (na 2011) geduld hebben voordat alle materiaal zal zijn verwerkt.

Enkele nieuwe succesvolle onderzoeksgebieden:

*   Verschillende geleerden werken thans binnen andere modellen. De meesten van hen weliswaar binnen het - intuďtief geaccepteerde - miljarden jaren-evolutieparadigma, maar niet meer binnen de drie hierboven genoemde hoofdtheorieën. Onder hen o.a. de plasmatechnici Anthony Peratt (Los Alamos plasma- en kernfusielaboratorium), David Talbott en Donald E. Scott; de beide laatste zijn geen kosmologen maar elektrotechnisch ingenieurs. Hun werk betreffende het gedrag van plasma in de huidige en vroegere kosmos opent fenomale nieuwe vergezichten en is wetenschappelijk bijzonder sterk gefundeerd en onderbouwd met feitenmateriaal. Maar in de 'reguliere' wetenschap spelen ze geen rol van enige betekenis, hoewel zij verschillende gewaagde voorspellingen gedaan hebben die alle uitkomen.

*   Tot hen behoren ook onderzoekers als William Tifft, die een periodiciteit in de roodverschuivingscurve ontdekte en uitbouwde tot een sterk argument tegen het uitdijend heelal, een van de aspecten van het Big Bang model. En hoewel vanuit de 'reguliere' wetenschap nog regelmatig heftig tegen Tifft wordt aangeschopt, is er nog geen enkel steekhoudend argument tegenin gebracht. Sterker nog: verschillenden van degenen die dachten door diepgaand onderzoek Tifft te kunnen weerleggen, zijn geëindigd als zijn supporter.

*   Een andere groep onderzoekers werkt aan de theorie van het nulpuntsveld, oftewel de zero point energy (ZPE, ZPF). En ook hier verschijnen opmerkelijke resultaten. Een breed georiënteerde onderzoeker als Harold Puthoff (EarthTech International, Austin, Texas) heeft, samen met de astrofysicus Bernard Haisch (California Institute for Physics and Astrophysics in Scotts Valley, California), uitgebreid onderzoek gedaan naar de eigenschappen van dit zero point field, en zij hebben daardoor grote toevoegingen gedaan aan de 'alternatieve' kwantumtheorie SED (Stochastische Electro Dynamica). Beiden zijn ook betrokken bij onderzoeken om de potentiële energie van het zero point field als nuttige energie- en voortstuwingsbron te kunnen gebruiken.

    Deze SED gaat uit van dezelfde grondslagen als QED maar neemt het ZPF als een fysische realiteit. Bovendien worden in vele gevallen Einsteins relativiteitstheorieën en het daarvan afgeleide esoterische heelalmodel buiten beschouwing gelaten. Niet omdat ze verkeerd zouden  zijn, maar omdat ze overbodig zijn. Men gaat doorgaans uit van een driedimensioneel heelal. Geen gekromde ruimte en dergelijke meer. Daardoor worden veel van de problemen in de vigerende theorieën opgelost, en bovendien met een wiskunde die een fractie is van wat QED vereist. Bijkomstig voordeel is, dat een beetje intelligent mens ook nog kan snappen waar het over gaat. Er is weer een correlatie tussen theorie en realiteit! Einstein zou genoten hebben! Maar hij heeft het niet meer mogen meemaken.

3. Het Bijbels paradigma

    Zie voor een beschrijving van de verhouding van Bijbel tot wetenschap de pagina's Geloof en wetenschap, en Bijbel en wetenschap. De Bijbel is een boek van de geschiedenis en de kosmos, zei Francis Schaeffer. Het hele boek Genesis is - afgezien van het eerste hoofdstuk - in feite  familiegeschiedenis. In de Bijbel komen wij verder de weergave tegen van talloze gebeurtenissen en situaties, beschreven in de taal van alledag, maar zich bezig houdend met zaken die ook onderwerp van wetenschap (kunnen) zijn. Bovendien is de korte Bijbelse chronologie een zeer bruikbaar kader gebleken, waarbinnen een wetenschappelijk model vruchtbaar kan worden ontwikkeld. Deze Bijbelse achtergrond blijkt een uitstekend decor te zijn waartegen gebeurtenissen en situaties wetenschappelijk geduid kunnen worden. Dit is niet nieuw. De hele periode van de westerse wetenschap (behalve de laatste eeuw) is één groot bewijs van deze stelling en van de vruchtbaarheid van het uitgangspunt. Er is dus geen enkele reden om wetenschappelijk werk niet binnen dit kader te plaatsen. Dat gebeurt ook op redelijk uitgebreide schaal. Maar het bereikt het grote publiek nauwelijks, omdat onderwijs en pers het negeren. Dat is een probleem dat de wetenschappers, die binnen dit kader werken, toch zullen moeten oplossen. In het onderwijs toegang vragen voor dit model, is voor de hand liggend en wordt ook gepoogd, maar de tegenstand is sterk.

    Van alle wetenschappers op het gebied van de natuurkunde, die binnen Bijbels kader werken, met gebruikmaking van de nieuwste, succesvolle onderzoeken op de drie bovengenoemde gebieden, en op een goed wetenschappelijke wijze, met prioriteit van de waarnemingen, de data, de gegevens, boven de modellen, wil ik hier Barry Setterfield noemen. Op mijn website is over en van hem het een en ander gepubliceerd, behalve de hierboven genoemde presentatie, ook de pagina's over Nieuwe Kosmologie in de sectie Wetenschap.

    De presentatie horend bij dit onderwerp (Fair Science) neemt een aantal misvattingen op de korrel en geeft een beknopt program. Op de website van de Oude Wereld is meer te vinden.

4. De houding van 'de heersende' wetenschap

    Er is nog één aspect waarover ik iets wil zeggen, hoewel het in feite al aan bod komt in de presentatie. En dat is de houding van de 'reguliere' wetenschap ten opzichte van wat zij 'creationisme' noemen. Ten eerste al de tegenstelling wetenschap (evolutie) tegenover creationisme. Dat men het zó presenteert duidt al aan dat er een groot gebrek is aan inzicht in de kennistheorie (epistemologie) en de wetenschapsfilosofie. Want dit is een vergelijking, erger dan die van appels met peren. Het is ofwel evolutie tegenover schepping, met als werkmodellen: evolutiemodel en scheppingsmodel, ofwel wetenschap tegenover wetenschap (zie de presentatie bovenaan deze pagina). Op deze niveaus dient de discussie plaats te vinden. Maar het is moeilijk om daarvoor mensen te vinden die begrijpen waar het over gaat. Helaas.

    De algemene opvatting onder academische wetenschappers is, dat de wetenschap steeds vooruitgaat en voortbouwt op wat er aanwezig is. Daarom mag je volgens hen bijvoorbeeld niet meer achterom QED of Einsteins opvattingen. Die zijn gecanoniseerd. De wetenschap heeft consensus over deze zaken en daar moet je dus van uit gaan. Het wordt kamerbreed ondenkbaar geacht dat deze modellen eventueel ook fout zouden kunnen zijn. En - in de richting van christenen die ruimte vragen voor een Bijbels model: het moge dan wel zo zijn, dat jullie christenen in de vroege moderne wetenschap baanbrekend geweest zijn (dank u wel, christenen, daarvoor!), maar voortgaand onderzoek heeft uitgewezen dat schepping onmogelijk is en dat evolutie een realiteit is. Bovendien heeft de wetenschap aangetoond dat een korte chronologie gewoon lachwekkend is. En dan komen de bekende voorbeelden, o.a. de tijd die het licht nodig gehad heeft om ons te bereiken, of de puur hypothetische Milankovic-cycles, of de 'bewijzen' uit de radiodatering, die onweerlegbaar aantonen dat de aarde vele miljarden jaren oud is. Etcetera. Dat geeft al aan dat daar absoluut geen enkele openheid is om de 'terugval in achterhaalde religieuze ideeën' ook maar een millimeter ruimte te geven. Dat daar tegenover vele steekhoudende argumenten en bewijzen zijn aan te voeren, sterker, dat er een consistent Bijbels model van de werkelijkheid bestaat, weet niemand uit die kringen, omdat ze niet luisteren. Ze weten al dat het niet deugt.

    Daar komt bij dat in steeds sterkere mate het atheďsme zijn stempel drukt op alle wetenschapsbeoefening. Heel fel is dat in de biologie, waar non-conformisten worden uitgerangeerd en dodelijk fel worden bestreden. De strijd in Duitsland om de website van de botanicus prof. dr. Wolf-Ekkehard Lönnig van het Max Planck instituut in Keulen, die hij heeft moeten opgeven als gevolg van de niet aflatende bestrijding van prof. Kutschera, hoofd van de Duitse biologenclub, is tekenend. Kutschera vindt dat je geen wetenschapper kunt zijn als je niet een atheďstisch-materialist bent. Lönnig is Jehovagetuige. Ook de vijandige houding van Kutschera en zijn trawanten ten opzichte van prof. dr. Siegfried Scherer en dr. Reinhard Junker, die staan voor het boek Evolution, ein kritisches Lehrbuch (vertaald in het Nederlands: Evolutie, het nieuwe studieboek), en het Duitse 'Wort und Wissen' maakt dat deze mensen zich uiterst behoedzaam moeten bewegen en zich zeer voorzichtig moeten uitdrukken, willen zij uit handen van deze onverdraagzame heren blijven. Vergeet ook niet de gevallen die worden genoemd in de film Expelled! van Ben Stein.

    Maar ook van christenwetenschappers is doorgaans geen positieve houding te verwachten. Cees Dekker, René Fransen, Andries Knevel, ze weten dat je als christen de evolutietheorie met zijn miljarden jaren moet accepteren, wil je geloofwaardig blijven. Ze noemen zich theďstisch-evolutionisten. Willem Ouweneel spreekt zich niet duidelijk uit. Hij is thans anticreationist, maar waar hij precies staat, daar laat hij zich niet over uit. Maar enige positieve houding is van deze zijde niet te verwachten. Deze mensen weten precies wat 'creationisme' is en zij weten dat het niets is. We moeten ons zeker niet laten afhangen van wat mensen voor ons doen, maar er zelf tegen aan gaan.

5. Wat staat ons te doen?

    Als we als christenen, die binnen een Bijbels kader wetenschap willen bedrijven, gehoord willen worden, zullen we effectief te werk moeten gaan en de publiciteit zoeken. Dat gebeurt al wel, maar vaak op te kleine schaal. Zoals al in de presentatie 'Creationisme in Nederland' aan het eind (nr. 14) wordt opgemerkt, zijn er drie speerpunten: nl.

° een goede vakopleiding

° onderwijsinstituten en theologie

° financiering.

In het kader van deze tweede speerpunt is het burgerinitiatief 'Fair Science' te zien. We willen ruimte laten maken ook voor onderwijs in het scheppingsmodel. Misschien moeten we het een andere naam geven, maar in feite komt het hierop neer. Er ligt nog een enorm werkveld voor ons open! Dit is niet maar een wetenschappelijke strijd. Dat zou al moeilijk genoeg zijn. Nee, het is ook een geestelijke strijd, die alleen met geestelijke wapens kan worden gevoerd. Laten we dat ook doen!

 

Up Pres. Setterfield Creationisme in NL Fair Science Bijbel Wetenschap