Rinus Kiel over Bijbel, cultuur en wetenschap

Reageren? Zie home-page                                                                                

======================================================

Home
Deze site + mijzelf
Updates
Bijbel en theologie
Israel - volk en land
Filosofische items
Denken en cultuur
Wetenschap
Actualiteiten
Klimaat
Presentaties
Boeken
Weblinks
Site map

(Actualiteiten)

Up David/Salomo Abortus/euthanasie Homohuwelijk Terrorisme Fundamentalisme Palestijnen Religie en Geweld Arabische Stem Fatima

De Maria-verschijningen in het Portugese Fátima 1916-1917

Nieuw 12/07/2008

Zoek op deze website

Inleiding
    Waarom op deze website, die alle zaken beziet vanuit een christelijk, bijbels standpunt, een zo schijnbaar exotisch onderwerp als de Maria-verschijningen in het Portugese Fátima? Twee redenen:
    De eerste een triviale: ik ben er geweest en heb me erin verdiept.
    En de tweede: 'Fátima' is m.i. een gebeurtenis die niet op zichzelf staat, maar die zijn plaats heeft in één van de lijnen die leiden naar de gebeurtenissen van de eindtijd, zoals die in de Bijbel zijn beschreven.

Hoe kwam ik aan mijn materiaal?
    Het raamwerk van het fenomeen Fátima heb ik opgediept uit de Nederlandse vertaling van een sterk propagandistisch boekje 'Fátima, plaats van hoop en vrede', uitgegeven door 'Missões Consolata', de congregatie die verantwoordelijk is voor de gang van zaken in Fátima. Op het Internet heb ik gezocht naar kritische websites over Fátima. Naast de honderden websites van ware gelovigen (waaronder ook dissidenten op bepaalde details) heb ik er slechts één gevonden die een serieuze kritische bespreking waagt aan het verschijnsel Fátima. Zie hieronder. Ook deze informatie heb ik kritisch verwerkt. Beoordeling en conclusies zijn geheel van mijn hand.

Wat houdt 'Fátima' in?
    De naam Fátima stamt uit de Moorse (=Islam)-overheersing van Spanje en Portugal. Fátima was een dochter van Mohammed. In dat deel van Portugal vind je wel meer Arabische plaatsnamen.
   'Fátima' staat voor een drietal engel-verschijningen in 1916 en een zestal Maria-verschijningen in 1917 aan drie jonge herdertjes (kinderen van 6-10 jaar) in Portugal, waarbij een drietal 'geheimen' zouden zijn geopenbaard, die successievelijk door de Vaticaanse autoriteiten zijn gepubliceerd. Verder behoren tot dit fenomeen nog de reacties van wereldlijke en kerkelijke autoriteiten, enige wonderen die zouden zijn gebeurd, de start van een vereringscentrum in Cova da Iria, een gehucht bij het Portugese dorp Fátima, en een gigantische commerciële bedrijvigheid aldaar.

Omstandigheden in de wereld en in Portugal in het bijzonder

    De Portugese bevolking bestond in 1916 nog grotendeels uit arme, ongeletterde boeren, die zeer trouw waren aan de Rooms-Katholieke kerk en in het bijzonder aan Maria, en die via die kerk ook hun informatie ontvingen. De verering van Maria staat in Portugal centraal. In alle kerken die wij bezocht hebben, staat zij in het midden boven het altaar. Jezus is meestal te vinden in een zijkapel of zo. Alle teksten in een (gewone, niet specifiek aan Maria gewijde) vesper die wij meemaakten op zaterdagavond in de kerk van Caminha aan de monding van de Minho, gingen exclusief over Maria. Jezus werd niet eenmaal genoemd. Uit vele kerktorens klinken twee maal per uur Maria-liederen via luidsprekersystemen. De enige uitzondering die wij zagen, was in de kerk Bom Jésus op een heuvel bij Braga.
    In 1916/1917 was de eerste wereldoorlog op zijn ergst, de slachtingen aan de fronten in Frankrijk waren verschrikkelijk, en ook vele Portugezen lieten daar het leven, omdat Portugal in de oorlog betrokken was aan geallieerde kant.
    In Rusland stond de grote communistische revolutie op uitbreken en verschillende atheïstische revolutionaire bewegingen waren daar al aan voorafgegaan.
    In Portugal was de monarchie in 1910 gevallen, er was een godloze regering, de scheiding van kerk en staat werd doorgevoerd, alle kerkelijke bezittingen werden verbeurd verklaard, de aanduiding van Portugal als 'katholieke natie' verdween van het toneel (de paus antwoordde kort daarop - op 24 mei 1911 - met de encycliek 'Iamdudum in Portugal'). Een regeringsleider had verklaard, dat door toedoen van zijn regering de Rooms-Katholieke godsdienst in Portugal in twee generaties zou zijn verdwenen. In deze jaren was er in Portugal een grote politieke en sociale onrust, totdat in 1926 Salazar aan de macht kwam.

Wie waren de drie herdertjes, hoe waren zij geïnformeerd en hoe verging het hen?
    De drie kinderen waren geboren in Aljustrel, niet ver van Fátima, waren daar in de kerk gedoopt, en woonden er ook.
    De oudste was Lucia dos Santos, geboren 22 maart 1907, ten tijde van de verschijningen 9-10 jaar. De andere twee waren de kinderen Francisco en Jacinta Marto, neef en nicht van Lucia, resp. geboren op 11 juni 1908 en 11 maart 1910, ten tijde van de verschijningen 8-9 jaar, resp. 6-7 jaar. Elke morgen gingen zij eerst naar de mis voordat ze aan hun dagtaak begonnen. Zij hoedden de schapen van de familie. Lucia moet een zeker overwicht op de andere kinderen gehad hebben, zij had een sterk en enigszins dominant karakter.
    Francisco stierf op 4 april 1919, nog geen 11 jaar oud, waarschijnlijk aan een longontsteking.
    Jacinta stierf op 20 februari 1920, nog geen tien jaar oud, aan tuberculose.
Oorzaken van hun ziekte en sterven waarschijnlijk: vasten, zelfkastijding en de beroerde medische zorg in het Portugal van toen. Later heeft Lucia verklaard, dat beide vroege sterfgevallen door 'Maria' bij de 2e verschijning op 13 juni 1917 waren voorzegd(?).
    De officiële lezing is, dat de beide kinderen aan de 'Spaanse griep' zijn overleden. Jacinta is dan in 1920 wel een erg laat slachtoffer (Spaanse griep 1918-1919). Feit is, dat beide kinderen ernstig verzwakt waren (waarom Lucia eigenlijk niet?).
    Lucia was nog in leven op 13 mei 2000 tijdens de zaligverklaring van de twee andere kinderen. Zij was toen 93 jaar oud en leefde in een klooster in Coimbra in Portugal. Zij stierf op 13 februari 2005. De dag van haar begrafenis, 15 februari 2005, is uitgeroepen tot dag van nationale rouw in Portugal (!!) De lichamen van de jongste kinderen werden op 12 maart 1952, resp. 1 maart 1951 in de zijkapellen van de basiliek van Fátima bijgezet.
    In 1916/1917 bestond er nog geen radio of TV, en kranten waren voor de rijke mensen. Informatie over de toestand in de wereld kwam via de dorpspriester. En omdat zij trouwe kerkgangers waren, hadden zij vanuit die bron up-to-date informatie. De beelden over de hel waren zonder twijfel afkomstig uit de preken van de 'missie-paters', die van tijd tot tijd de parochies afreisden om het volk met donderpreken tot gehoorzaamheid op te roepen. Het is begrijpelijk dat de situatie in Portugal, Europa en de wereld iedere christen, en dus ook een serieuze Rooms-Katholieke priester, grote zorgen baarde. En met die zorgelijke toestand waren de kinderen dus bekend.

 Chronologie van de verschijningen

    De bron van het kaderverhaal is de officiële R.K. literatuur omtrent Fátima. Maar er is ook informatie van veel dichterbij: de dorpspriester, Manuel Marques Ferreira, interviewde de kinderen (in feite hoofdzakelijk Lucia) telkens zo spoedig mogelijk na elke verschijning van de dame, vaak de volgende dag al. Zijn aantekeningen zijn bewaard en vertonen duidelijke verschillen met de officiële lezingen. De priester denkt zelfs aan werk van de duivel. Zijn interviews moesten geheim blijven en zijn pas in 1992 volledig gepubliceerd, zonder dat daaraan enige ruchtbaarheid is gegeven. De interview-verslagen zijn (in het Engels) te vinden op de Internet site "Fátima for Agnostics" (helaas niet meer op Internet te vinden), een kritische en nuchtere tegenhanger van de officiële informatie, waarbij in het oog moet worden gehouden dat de schrijvers agnosten zijn en geen enkel bovennatuurlijk feit accepteren. Helaas is het materiaal van deze website verwijderd. Navraag levert geen reacties.

    a. Drie engel-verschijningen.
Deze zijn niet vermeld in de beschrijvingen van de dorpspriester, maar in later tijd door Lucia gepubliceerd, toen de andere kinderen er niet meer waren. De authenticiteit is niet meer te verifiëren. Maar goed, hier zijn ze dus:
    a1. Voorjaar 1916 (datum niet meer bekend) in Loca da Cabeço.
Boodschap: Engel van de vrede. Gebed voor hen die God niet kennen. De harten van Jezus en Maria luisteren naar jullie smeekbeden.
    a2. Zomer 1916 (datum niet meer bekend), achter het huis van Lucia.
Boodschap: De heilige harten van Jezus en Maria willen door jullie aan andere mensen het Teken van Barmhartigheid geven. Draagt offers op (= bidt rozenkrans etc.). Bidt voor de bekering van zondaars.
    a3. Oktober 1916 (datum niet meer bekend), in Loca da Cabeço.
Engel heeft in linkerhand kelk waarboven hostie, waaruit bloeddruppels in de kelk vallen. Zij bidden een gebed tot eerherstel van beledigingen van God, en door de oneindige verdiensten van Jezus' heilig hart en het onbevlekt hart van Maria werd gebeden om de bekering van zondaars. Lucia krijgt nu de hostie (zij had eerste communie gedaan) en de andere kinderen drinken uit de kelk. Dit is nogal merkwaardig omdat in de RK kerk de inhoud van de kelk nog steeds alleen maar door de priester mag worden gedronken.

    b. Zes verschijningen van een dame in het wit. Alle kinderen zagen de verschijningen, alleen beide meisjes hoorden wat er gezegd werd en alleen Lucia, de oudste, sprak met de verschijning. De verschijning heeft nooit zichzelf direct geïdentificeerd als Maria, de moeder van Jezus. Deze verschijningen zijn door de dorpspriester opgetekend uit de mond van Lucia. De latere interpretatie, zoals die in de officiële publicaties is te vinden (ook wel 'Fátima II' genoemd) is cursief gedrukt.
    b1. 13 mei 1917 in Cova da Iria.
Bliksemstraal. In het wit geklede dame, die licht uitstraalt.
Boodschap: Ik kom van de hemel. Kom de komende zes maanden op de 13e en op dezelfde tijd hier. Dan zeg ik wie ik ben en wat ik wil. Op Lucia's vraag of de oorlog snel voorbij zal zijn, zegt zij, dat zij dat niet kan uitleggen voordat zij (later) heeft gezegd wat zij wil. Lucia en Jacinta zullen in de hemel komen maar Francisco moet vaker de rozenkrans bidden.
    Opdracht om zich aan God op te offeren, lijden te verdragen, te bidden voor de zondaars, en iedere dag de rozenkrans te bidden.
    Ondanks de afspraak vertelt Jacinta van de verschijning, wat de kinderen op spot, hoon, vernedering en vervolging komt te staan, want niemand gelooft hen en de pastoor ziet er zelfs duivelswerk in.
    b2. 13 juni 1917 in Cova da Iria, en in aanwezigheid van 50 personen.
Boodschap: Kom volgende maand weer, en leer lezen (dat kon Lucia, 10 jaar, kennelijk nog niet).
    Bidt de rozenkrans. Lucia vraagt om enkele genezingen. Deze worden toegezegd, maar niet direct: over een jaar. Over drie maanden zal ze een wonder doen.
    Jacinta en Francisco zullen spoedig sterven. Lucia moet achterblijven om de verering van het onbevlekte hart van Maria in de wereld te verbreiden. Belofte van bijstand voor Lucia.
   Visioen: In de palm van de rechterhand van de dame een hart met doornen omgeven. De kinderen (opgevoed in de geest van de Portugese vorm van het Rooms-Katholieke geloof) begrepen(!) dat dit het onbevlekte hart van Maria was, versmaad door de zonden en vragend om eerherstel.
    Al deze toevoegingen en ook het visioen zijn niet te vinden in de aantekeningen van de dorpspriester. Ook de mededeling van de dame dat de andere kinderen spoedig moeten sterven, is waarschijnlijk een latere toevoeging, nadat de twee kinderen waren gestorven, om de waarde van de verschijningen kracht bij te zetten.
    De priester was bezorgd over de zedeloze dracht van 'Maria' (minirokje) en twijfelde of zij niet van de duivel afkomstig was.
    b3. 13 juli 1917 in Cova da Iria, in aanwezigheid van meer personen dan in juni, aantal niet bekend.
Boodschap: kom volgende maand op de 13e weer hier. Opdracht om te bidden tot OLV van de Rozenkrans, alleen zij kan de oorlog doen ophouden. Lucia vraagt de bekering en de genezing van personen. De verschijning belooft dat dat binnen een jaar voor elkaar zal zijn. Belofte van een wonder over drie maanden (in oktober van dat jaar).
    Drie visioenen, te zien in de handpalmen van de dame. Deze vormen de drie geheimen van Fátima, t.w. het visioen van de hel, dat van de toestand in Rusland en de wereld, en dat van de toekomst van paus en kerk. Zie verder. De dame legt de nadruk op het invoeren van de verering van het onbevlekte hart van Maria. Tenslotte een versterke nadruk op het rozenkransgebed met enkele toevoegingen. Dit lijkt wel de belangrijkste van de verschijningen te zijn geweest.
    De visioenen zijn niet te vinden in de aantekeningen van de dorpspriester, en zijn dus waarschijnlijk een latere toevoeging. Bron is (de latere non) Lucia.
    b4. 19 augustus 1917 in Valinhos, verder niemand aanwezig.
Onrustig geworden door de publiciteit en de opschudding, besloten de overheden iets te doen om 'Cova da Iria' te stoppen. De kinderen werden op 13 augustus ontvoerd naar het districtskantoor in Nova da Ourém, waar ze, tezamen en apart, werden verhoord en bedreigd met de dood. Maar ze zwegen in alle talen. Op 15 augustus werden ze weer thuis afgeleverd. Op 19 augustus hoedden ze de schapen in Valinhos, en plotseling was de verschijning daar weer.
    Nu eerst het verslag van de dorpspriester, dat nogal van het officiële afwijkt. De verschijning zegt: Ik wil dat je terug gaat naar Cova da Iria. Als ze je niet hadden meegenomen, zou het wonder meer bekend geworden zijn. St. Jozef en het kindje Jezus zouden gekomen zijn om vrede aan de wereld te brengen, en Onze Heer zou gekomen zijn om de mensen te zegenen, OLV van de Rozenkrans zou gekomen zijn met een engel aan weerskanten en OLV (!!) met een krans van bloemen om haar heen. Lucia vraagt: wat moet ik met het geld doen (daar gebracht door mensen als een offer aan de verschijning)? Ze moeten er twee platforms van laten maken; één moet gedragen worden door Lucia en drie meisjes in het wit, het andere door Francisco en drie jongens in het wit. Op dit laatste platform moet een beeld van OLV van de Rozenkrans geplaatst worden.
    Officiële lezing: Herhaling van de belofte van een wonder in oktober. Opdracht om een kapel te bouwen in Cova da Iria. Bidden voor de zondaars die anders naar de hel gaan.
    Hier is verschil tussen het verslag van de priester en de (latere) officiële lezing wel erg groot.
    De kinderen beslissen om ook lichamelijk te gaan lijden voor de zondaars, door af te zien van eten en drinken en een koord om het blote lijf te snoeren, waardoor ze minder honger zouden voelen en beter zouden kunnen vasten. Hetgeen Jacinta en Francisco waarschijnlijk noodlottig is geworden.
    Als de verschijning werkelijk Maria, de moeder van Jezus is, dan is ze heel slecht bekend met haar eigen familie. Ze maakt onderscheid tussen het kindje Jezus en Onze Heer, en er blijken naast haarzelf nog verschillende OLV-en te zijn. Maria lijkt wel een schizofrene persoonlijkheid!! Stuurt Jezus werkelijk Zijn moeder naar de aarde voor zulke trivialiteiten...!!! En in een minirokje???
    b5. 13 september 1917 in Cova da Iria in aanwezigheid van - naar men zegt - zo'n 25.000 personen, die echter niets waarnemen.
Ondanks - en misschien wel dank zij - de barse tegenstand van wereldlijke en kerkelijke autoriteiten, vinden de verschijningen toch steeds meer geloof.
    Interview verslag: de verschijning zegt dat ze de rozenkrans moeten blijven bidden, dat ze ervoor zal zorgen dat de oorlog spoedig voorbij zal zijn. Op de laatste dag (13 oktober) zal St. Jozef komen om de wereld vrede te geven en Onze Heer zal het volk zegenen; kom hier op 13 oktober. Lucia bracht een doofstomme jongen, de verschijning zegt dat het hem over een jaar wat beter zal gaan. Op een aantal verzoeken om genezing zegt de dame: sommigen zullen genezen, anderen niet omdat onze Heer niet in hen wil geloven(!). Als Lucia zegt dat de mensen een kapel willen hebben daar, zegt de verschijning: gebruik de helft van het geld voor de platforms, en de andere helft om een kleine kapel te bouwen (?). Lucia biedt haar twee brieven aan en een glas geparfumeerd water (eau de cologne?). Haar antwoord: dit is niet erg handig daar boven in de hemel (!?).
   De inhoud van deze verschijning was zeer sober: opdracht om dagelijks de rozenkrans te bidden om het einde van de oorlog te bespoedigen. In oktober zal ze een wonder doen zodat allen zullen geloven.
    In de officiële lezing zijn de nonsensicale opmerkingen van OLV weggelaten. Het is Lucia die aanbiedt om een kapel te bouwen, het is dus geen eerdere opdracht van de verschijning, zoals in het officiële verslag van 19 augustus is geschreven.
    De situatie rond de kinderen wordt steeds meer gespannen. Priesters geven de kinderen de raad om het bericht te laten verspreiden dat alles bedrog is. Houd in gedachten dat Portugal nog steeds gebukt ging onder een revolutionaire regering, die de R.K. kerk had gekneveld. Velen denken op 13 oktober te zullen moeten sterven. Toestanden…
    b6. 13 oktober 1917 in Cova da Iria in aanwezigheid van rond 70.000 personen van allerlei slag: gelovigen en ongelovigen, waaronder ook verscheidene journalisten. Het aantal van 70.000 werd door anderen geschat op maximaal 40.000. Toch een aardige menigte!
Alweer: de verschijningen werden alleen gezien door Lucia (en de kinderen?). Lucia moest uitroepen: “Daar komt O.L.Vrouw”, want het volk zag niets.
    Beide verslagen stemmen vrijwel overeen. De dame zegt: Ik ben O.L.Vrouw van de rozenkrans. Opdracht tot bouwen van een kapel in de Cova da Iria en tot het bidden van de rozenkrans voor het einde van de oorlog. De soldaten zullen spoedig thuis komen. Lucia heeft nog een aantal verzoeken om genezing, zullen ze verhoord worden? Het antwoord is: sommige wel, andere niet.
    Volgens het verslag van de dorpspriester heeft Lucia nog een aantal beelden gezien, die echter moeilijk te duiden waren, maar die in spiritistische lectuur worden beschreven (zie voetnoot).
    Niemand van de aanwezigen heeft tot nu toe iets gezien of gehoord dan alleen de stem van Lucia. Tenslotte roept zij uit: “Kijk naar de zon!”. Velen beweerden dat de zon eruit zag als mat-zilver en dat men recht in de zonneschijf kon kijken zonder verblind te worden. Verder scheen de zon te dansen in de lucht. Tenslotte draaide de zon rond haar as en werden haar stralen gezien als een reusachtig rad van vuur dat ronddraaide. Voor velen was dit 'wonder' een bewijs van de echtheid van de verschijningen. Bovendien bleken de kleren van de mensen in korte tijd te zijn opgedroogd. Ook dit zag men als een wonder.
    De helft van de mensen zag het 'wonder', de andere helft zag helemaal niets gebeuren. Een aanwezige persfotograaf heeft de menigte gefotografeerd tijdens die (vermeende) gebeurtenissen. Er was een complete extatische razernij, zo leek het wel. Maar ook hij heeft niets bijzonders gezien.

Waren de verschijningen echt?
    De kinderen zullen dat zeker beaamd hebben. Zij doorstonden vele beproevingen en bleven moedig volharden. Bedenk dat zij slechts tussen de 7 en 10 jaar oud waren! En ik denk ook dat Lucia verschijningen heeft gezien. Maar dat zullen eerder spiritistische fenomenen geweest dan dan een verschijning van Maria, de moeder van Jezus. Daarop wijzen ook de incomplete beelden die zij zag op de laatste dag (13 oktober). Ook de dorpspriester, die in die omgeving  en omstandigheden leefde en werkte, had zijn doorgaande twijfels of de verschijning werkelijk Maria was. Alle drie de kinderen zeggen, de verschijning gezien te hebben, alhoewel dat voor de jongen, Francisco, niet helemaal duidelijk is. Alleen de meisjes hoorden de dame spreken. Meisjes en vrouwen zijn nu eenmaal gevoeliger voor alles wat buiten de menselijke rede ligt. Alleen Lucia communiceerde volgens haar zeggen met de verschijning. Een probleem is, dat de verschijning elke keer onder haar lange cape of mantel een minirokje droeg dat de knieën bloot liet, wat voor de dorpspriester aanleiding was om ernstig te twijfelen of deze zedeloze dracht wel door een zich openbarende moeder van Jezus zou zijn gedragen. Maar deze gegevens zijn niet in de officiële literatuur te lezen. Ook het beeld dat in Fátima vereerd wordt, draagt beslist geen minirokje!
    Dan zijn er natuurlijk de onzinnige opmerkingen over diverse OLV-en en twee soorten Jezus. Het is onvoorstelbaar dat Maria, Jezus' moeder dit soort dingen zou zeggen.
    De verschijnselen die aan de verschijningen vooraf gingen waren volgens Lucia: vermindering van zonlicht / daling van temperatuur / een bliksemstraal. Deze verschijnselen komen ook voor bij spiritistische séances. Overigens heeft niemand anders die verschijnselen waargenomen.
    Het heeft er veel van weg alsof de verschijningen als een soort hallucinaties in Lucia's fantasie voorkwamen en dat zij die door haar sterke persoonlijkheid als het ware bij de anderen opwekte of suggereerde. We weten uit de onderzoeken naar sexueel misbruik hoe beïnvloedbaar, ja manipuleerbaar kinderen van die leeftijd kunnen zijn, vooral meisjes. Dit is uiteraard een zeer ketterse opvatting, maar één die m.i. de feiten recht doet. Ook de bijeenkomst op 13 oktober 1917 draagt sterk het kenmerk van geestelijke manipulatie. Er was een extatische stemming, en in zulke omstandigheden kan massa-hysterie gemakkelijk toeslaan. En het is dan - zelfs voor kritische geesten - niet eenvoudig om realiteit en de suggestie daarvan uit elkaar te houden.

Wat was de kernboodschap?
    De kern van alle boodschappen is simpel en drievoudig: bid de rozenkrans voor het beëindigen van de oorlog en voor vrede in de wereld / bid voor de zondaars die anders naar de hel gaan / bouw (na verzoek van Lucia!) een kapel voor het onbevlekte hart van Maria in Cova da Iria. Je vraagt je af: moet daar nu al die poespas en die toestanden voor gemaakt worden? Drie engel-verschijningen gevolgd door zes verschijningen van de dame? Wat moeten we hier eigenlijk mee? Daarover verderop.

Wat zijn de 'drie geheimen van Fátima' en wat betekenen ze?
    De drie 'geheimen van Fátima' zijn drie visioenen die de kinderen, volgens Lucia, hebben gezien tijdens de verschijning van 13 juli 1917. Opvallend is dat deze visioenen niet aan de dorpspriester zijn medegedeeld tijdens de terugkerende interviews, maar pas veel later door Lucia zijn gepubliceerd. Dat doet mijn twijfel aan de echtheid van deze openbaringen nogal hoog oprijzen, moet ik zeggen. En ook het hele gedoe rond deze 'geheimen' doet nogal overtrokken aan. Maar goed, wat was de inhoud en wanneer werden ze gepubliceerd?
    1.    Het visioen van de hel, gepubliceerd in 1942 door Lucia, toen zij een non was in het klooster in Coimbra.
De dame opent haar handen en de kinderen zien de hel, de duivels en de zielen van de verdoemden. Ze rillen ervan. De dame zegt dat God, om hen te redden, wil dat de verering van haar onbevlekt hart wordt ingevoerd(!!). Als de kinderen de opdrachten uitvoeren, komt er vrede en de oorlog loopt ten einde. Maar anders zal er nog een ergere komen. Wanneer ze de nacht door een onbekend licht verhelderd zullen zien, is dat het teken dat God de wereld gaat straffen om haar misdaden, door middel van oorlog, honger, vervolging van de kerk en de H.Vader (paus).
    2.    Het visioen over Rusland, gepubliceerd in 1942, samen met het eerste visioen.
De dame vraagt de consecratie (een R.K. ritueel) van Rusland aan haar onbevlekte hart en de communie van eerherstel op de Eerste zaterdagen (geen idee wat dit betekent). De kinderen moeten dit dus bereiken door de rozenkrans te bidden. Als er naar de gebeden van de dame wordt geluisterd, zal Rusland zich bekeren en komt er vrede. Zo niet, dan zal Rusland zijn dwalingen over de wereld verspreiden. Oorlogen en kerkvervolgingen zullen het gevolg zijn. De H.Vader zal veel te lijden hebben, naties worden vernietigd. Tenslotte zal haar onbevlekte hart zegevieren. De kinderen mogen dit alles aan niemand zeggen.
    3.    Het visioen van het lijden van de Kerk, opgeschreven door Lucia op 3 januari 1944(!), en openbaar gemaakt door het Vaticaan op 26 juni 2000. Over dit 'derde geheim van Fatima' is veel ophef geweest, vooral omdat er bij het Vaticaan zo lang geaarzeld is, voordat het gepubliceerd werd. Bij nader inzien stelt ook dit weinig voor.
   Aan de linkerkant van de dame staat een engel met een vlammend zwaard in de linkerhand. De vlammen eruit lijken de wereld in brand te gaan steken. De vlammen doven door het schijnsel dat de dame met haar rechterhand zijn kant uitstraalde. De engel wijst met zijn rechterhand naar de aarde en roept deze driemaal op tot boetedoening. In een fel licht (door Lucia geinterpreteerd als van God komend) zagen ze de paus, bischoppen en andere 'geestelijken' plus ook 'leken' - bezwaard door het lijden van de wereld - een steile berg beklimmen, waarop een groot ruw-houten kruis stond. Allen doorkruisten voordat ze het kruis naderden, een verwoeste stad, en terwijl ze knielden voor het kruis werden ze allen, een voor een, doodgeschoten door een groep soldaten. Onder de armen van het kruis twee engelen met ieder een glazen kan waarin ze het bloed van de martelaren opvingen om het uit te gieten over de zielen die tot God kwamen.
    Het geeft te denken dat Lucia deze visioenen pas publiceerde nadat 25, resp. 27 jaar waren voorbijgegaan. Heel wat van de dingen die in de visioenen worden voorzegd, zijn dan al historie. Je mag je gerust afvragen of haar geheugen zo goed was dat ze zich die dingen nog woordelijk kon herinneren. Het is zeer wel denkbaar dat ze in die 2½ decennia in afzondering en met een zwijgbelofte behoorlijk beïnvloed is door haar geïsoleerde leven in een klooster en wellicht door personen uit haar omgeving. Men zegt dat ze ook in het klooster nog 'Maria-verschijningen' heeft gezien. Als het waar is wat ik denk, had ze een levendige fantasie.
    Veel van wat in deze visioenen wordt getoond, was ook al in de verschijningen te La Salette in de 19e eeuw 'geopenbaard', en algemeen bekend in R.K.-kringen, zeker in zo'n vroom land als Portugal. En je behoeft geen wonder van intelligentie te zijn om de inhoud van de onthullingen - mits goede feitenkennis - op je vingers te kunnen narekenen. De Russische revolutie was er een volgens het boekje van Marx en Engels. En deze heren hadden echt een wereldrevolutie op het oog, geen lokale. De haat tegen de R.K. kerk en haar leiders werd in Portugal openlijk gepropageerd. Daarmee waren de kinderen bekend en zeker Lucia in de 40-er jaren van de 20e eeuw. Daarvoor heb je geen dame met visioenen nodig. Zonder af te doen aan de integriteit van de kinderen, die uiteraard Das Kapital niet kenden. Dat het Vaticaan moeite had met het publiceren van het derde visioen, ligt voor de hand: je geeft niet graag voorspellingen van de ondergang van je eigen instituut bloot. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat in dit visioen een kleine wraakneming van Lucia aan het licht komt. Zij had alle redenen om de R.K. kerk niet erg welgezind te zijn, omdat na de verschijningen - en nadat de andere kinderen waren gestorven - op een initimiderende manier op haar is ingepraat, zodat zij tenslotte, tegen haar zin, en met grote angst voor het onbekende, besloot om aan hun pressie toe te geven, en in een klooster te gaan en om alle contact met haar familie alleen over kerkelijke autoriteiten te laten lopen. Zij had ook een zwijgplicht, en heeft een belofte tot geheimhouding over allerlei zaken moeten afleggen. Waarom eigenlijk? Kennelijk vreesde men dat Lucia dingen zou gaan zeggen, die de kerkelijke autoriteiten slecht uitkwamen.

Wat was de houding van de omgeving, de autoriteiten en het Vaticaan?
    De ouders van de kinderen hebben hen altijd gesteund, ook al hadden zij hun twijfels, vooral Lucia's moeder. De moeder van Jacinta en Francisco zegt genezen te zijn van een verlamming, na gebeden tot haar kinderen gericht te hebben(!!). Maar haar twee broers hebben nooit gezien dat zij verlamd was! Wat is hier nu realiteit en wat is gewenste fantasie?
    De burgerlijke autoriteiten hadden geen behoefte aan opschudding in hun district, en hebben alle middelen te baat genomen om de verschijningen in diskrediet te brengen en de kinderen te intimideren.
    Ook de plaatselijke en diocesale geestelijkheid stond niet te springen van vreugde. De dorpspriester had grote twijfels omtrent de echtheid en de waarheid van de verschijningen. Maar er was ook vrees voor onrust in de kerk. Pas in 1930, als Salazar aan de macht is, en de anti-R.K.-maatregelen van de revolutionaire regeringen heeft teruggedraaid, wordt er onder druk van het volk toestemming gegeven om een verering te starten in Fátima, en pas in 1952 wordt de bouwactiviteit gestart die leidt tot het huidige complex van pleinen, basiliek, kapel, etcetera. Paus Johannes Paulus II (vanaf 1978) was een echte 'Maria-man' en heeft de verering in Fátima grote impulsen gegeven. Hij heeft ook de zaligverklaring van de twee jongste kinderen geleid. In Fátima, uiteraard. Het is voor mij een tamelijk ongelooflijke zaak, dat een intelligent man als paus Johannes Paulus II, die toch een zekere kritische geest niet mag worden ontzegd, zo pro-Fátima was.
    Overigens is er een niet onbelangrijke groep van R.K. priesters, die gelooft dat het Vaticaan (de vier kardinalen direct onder de paus) bewust het derde geheim van Fátima niet volledig heeft publiek gemaakt en dat er verschillende woorden en zinsdelen zijn veranderd, c.q. weggelaten. Het Vaticaan zou hiermee willen aangeven dat de Fátima-geheimen alleen betrekking hebben op het verleden. Het lijkt erop of men er thans een beetje mee in de maag zit. Paus Johannes Paulus II was van geheel andere opvatting, maar ventileerde deze niet en public. Maar genoeg hierover.

Wat moeten we denken van het 'wonder van de zon'?
    Ik geloof, dat ik daarover kort kan zijn. Het wonder werd gezien door degenen die een wonder verwachtten en erin geloofden. Aanwezige niet-R.K. en andere kritische journalisten zagen niets bijzonders, hoewel andere journalisten wel iets vreemds schijnen te hebben waargenomen.
    Dat er in Cova da Iria iets wonderbaarlijks aan de gang was, is dus moeilijk te bevestigen noch te ontkennen. Het snel drogen van kleren in een grote menigte onder een doorbrekende zon midden op de dag in een warm land als Portugal, is m.i. niet echt iets uitzonderlijks, maar de mensen stonden zeer gespannen, in een zekere extase, en misschien ook wel angstig te wachten op iets, dat zou gebeuren. In zo'n stemming is men gevoelig voor wat ongewoon lijkt, en sneller geneigd iets als wonderbaarlijk te beschouwen wat bij nader inzien tamelijk alledaags is.

Wie waren de engel en 'Maria' die aan de herdertjes verschenen?

    De Bijbel zegt ons, dat wij de geesten moeten beproeven (testen) of zij uit God zijn. De strijd rond deze verschijningen is echter tot nu toe gevoerd tussen onkritische voorstanders/gelovigen en hen die de verschijningen afwezen vanuit een ongelovig standpunt of vanuit (kerk)politieke overwegingen. Wij willen proberen om vanuit de Bijbel een beoordeling te geven.
    Het eerste wat dan opvalt is, dat alle boodschappen, visioenen en opdrachten, zowel van engel als witte dame wel heel erg exclusief 'Rooms' zijn: rozenkrans, hostie, onbevlekt hart van Maria, verschillende Onze Lieve Vrouwen, opdracht tot bouw van kapel. In de Bijbel vinden wij van deze dingen in het geheel niets terug. Het enige algemeen bijbelse is de oproep tot bekering van zondaars en het redden van hun zielen uit de hel. De hele rol van Maria in de Rooms-Katholieke kerk is aan de Bijbel totaal vreemd. Ook de Bijbelteksten die ter verdediging worden aangevoerd, zijn duidelijk rechtvaardigingen achteraf van een scheefgegroeide praktijk, die niet meer terug te draaien was zonder grote schade voor de geloofwaardigheid van de Vaticaanse organisatie.
    Het tweede wat opvalt, zijn de toehoorders: drie jonge kinderen, nog zonder de geestelijke bagage om te kunnen beoordelen, sterk gepreoccupeerd met de Maria-verering die in Portugal alomtegenwoordig is, en beïnvloed door de 'Maria'-verschijningen in La Salette en Lourdes. In de Bijbel vinden verschijningen vooral plaats aan geestelijk volwassenen, in staat tot verstaan en beoordelen. Zie Mozes, Samuël en de andere profeten, in het Nieuwe Testament Paulus en Johannes. Mozes raadt zijn volk aan om een eigen onafhankelijk oordeel te ontwikkelen (Exodus 23:2), en in de Handelingen (hst. 17:10-11) lezen wij waarderende woorden over de mensen in Berea die Paulus beleefd aanhoorden en thuis in de Bijbel gingen nakijken of het klopte. Niets van dit alles in Fátima. Men is geïmponeerd door het geloof dat er verschijningen zijn en men is geïmponeerd door het 'wonder van de zon', hoewel dat waarschijnlijk alleen in de geesten van de 'gelovigen' heeft plaatsgevonden.
    De verdediging van R.K. zijde is, dat God juist deze drie nederige kinderen uitkoos om daarmee de meer geletterde en gestudeerde ongelovige mensen te corrigeren. Maar deze kinderen waren niet alleen nederig (misschien) maar ook onwetend.
   Zo, en wie zijn dan in dit licht de personen van de engel en de 'witte dame'? Het meest lijken deze op verschijningen zoals die af en toe ook in spiritistische sánces optreden. Mogelijk zijn het ook verschijningen in de geest van Lucia. Zij was de enige die alles heeft gezien en gehoord en die met de verschijning sprak. Op een enkele uitzondering na is zij ook de enige, die door de dorpspriester werd geïnterviewd, en hij zal daar zeker een goede reden voor gehad hebben. Want of de andere kinderen iets hebben gehoord en/of gezien, is m.i. aan gerede twijfel onderhevig. De verschijning geeft dus geen houvast, we moeten naar de presentatie en de inhoud kijken.
    Presentatie: de dame zegt het niet rechtstreeks, maar zij pretendeert Maria te zijn, de Galilese boerendochter die de moeder van Jezus werd. Nu, uit de Bijbel is duidelijk hoe de verhouding tussen Jezus en zijn moeder was. Hij is haar en zijn vader Jozef onderdanig als kind, maar corrigeert haar als Hij als 12-jarige in de tempel discussieert met de geleerden (Lukas 2:49) / Hij wijst haar terecht als zij Hem wil laten ingrijpen bij de bruiloft in Kana (Joh. 2:4) / Hij wijst haar opnieuw haar bescheiden plaats als ze, samen met Jezus' familieleden, Hem komt claimen in Kapernaüm (moeder en broeders, Mattheus 12:46-50 en parallelteksten) / en Hij vertrouwt haar toe aan de zorg van de discipel Johannes als Hij sterft. Aansluitend staat er dat deze discipel haar bij zich in huis neemt. Verder neemt Maria deel aan bijeenkomsten en werk van de christelijke gemeente in Jeruzalem. Dat is alles. Dus een Maria die als een soort hemelkoningin door God uit de hemel naar de aarde gestuurd wordt om boodschappen aan kinderen te geven, bestaat Bijbels gezien niet. Dus, Maria? Nee, in de verste verte niet.
    Inhoud: simpele opdrachten, die ook nog sterk 'Rooms' getint zijn. De inhoud van alle boodschappen overstijgt niet de kennisinhoud van een kind als Lucia op die leeftijd, in een sterk 'Roomse' omgeving, inclusief de populaire verwarringen, plus de invloed van allerlei volks en wellicht occult bijgeloof. En van de drie visioenen, waarover hierboven al geschreven is mag de echtheid sterk betwijfeld worden. Behalve dat ze eigenlijk niets spectaculairs bevatten, zijn ze naar alle waarschijnlijkheid pas veel later geproduceerd.

Waarom al deze tralala?
    Blijft dus de vraag: waarom al deze trammelant om zulke simpele boodschappen en opdrachten over het voetlicht te krijgen? En mijn antwoord is drieërlei:
    Als je als kerk het gezag van de Heilige Schrift loslaat en naast - en soms in de plaats van - de Bijbel ook allerlei menselijke leringen accepteert, die door de R.K. kerk als mede-gezaghebbend worden opgelegd, als daar zijn het dogma van de onbevlekte ontvangenis van Maria en haar ten hemel opneming, waarbij de volkse religie haar ook ziet als de koningin der hemels en medeverlosseres (teksten die wij in Portugal op de sokkel van een Mariabeeld zagen gegraveerd) en als je daarnaast deze opgehemelde Maria accepteert als boodschapster uit de hemel, wat voor steekhoudende argumenten kun je als kerk dan nog naar voren halen om toestanden als die te Fátima NIET als echte verschijningen te accepteren. Het hele volk zal je dwingen om het te doen! En je hebt geen onderbouwde tegenargumenten. Het Vaticaan is als het ware gegijzeld door zijn eigen dwalingen. Toch zijn er tekenen dat het Vaticaan er niet gelukkig mee is.
    Ten tweede: de commercie! Zie eens wat er dag aan dag, jaar na jaar aan volk naar Fátima trekt. Zie eens hoe de kaarsenbranderijen roken. Zie de immense bedragen die daar omgaan, maar ook in hotels, restaurants, paraphernalia-shops, toeleverende industrieën voor al deze dingen en de Mariabeelden in velerlei soort en afmeting, al of niet met 'gouden' kroon. De banken in Fátima behoren tot de meest renderende in Portugal. Big business. In 1999 bedroeg het netto resultaat van het heiligdom, bezocht door meer dan 6 miljoen bezoekers, meer dan 80 miljoen Euro, belastingvrij(!), en is 20 kg goud aan de kerkschat toegevoegd. En alles gedragen door een 'devotie aan Maria'. Wat gebeurt er met al dit geld en deze schatten? Wie profiteren daarvan?
    Ten derde: De Fátima-verschijningen hebben het geloof dat Maria van tijd tot tijd aan gelovige (Rooms-Katholieke) mensen (meestal kinderen) verschijnt, zeer versterkt. Feiten spelen geen enkele rol meer. Wat in dit artikel is aangedragen, is in feite vernietigend voor het hele Fátima-gebeuren. Maar wie zal het lezen, wie zal er iets mee doen? Ik heb daar geen hoge verwachting van. De club rond Fátima kon zich veroorloven om in 1992 het boekje met de interviews van de dorpspriester integraal uit te geven. Er is toch geen vraag naar...
    Fátima is een uitstekende illustratie van het Babylon uit Openbaring 18: een combinatie van religie met commercie. Nooit zal enige autoriteit in de R.K.-kerk dit circus kunnen terugdraaien. Denk alleen maar eens aan de onmetelijke schadeclaims van de uitbaters aldaar. Of denk aan het verlies van geloofwaardigheid. Toch is de R.K.-kerk er nooit erg gelukkig mee geweest. Je ziet dan nu ook allerlei pogingen van de Vaticaan-top om de waarde van de 'geheimen' af te zwakken, door bij verschillende gelegenheden te stellen, dat ze betrekking hebben op gebeurtenissen die nu al in het verleden liggen. Een voorbeeld is het derde visioen, waarbij o.a. de paus wordt doodgeschoten door soldaten. Het Vaticaan zegt nu dat dit realiteit is geworden in de aanslag op deze paus door de Turk Ali Agca op 13 mei 1981. Maar dat waren geen soldaten, de paus was niet dood, ook de kardinalen etc. niet. Dus...

Tenslotte...
    Op één of andere manier dragen de zgn. 'Maria'-verschijningen met de werkelijke of vermeende begeleidende mirakelen ertoe bij dat de R.K. Vaticaanse organisatie zijn greep op de zielen van velen behoudt en/of versterkt. Ook Fátima valt onder deze categorie. Velen zien in deze verschijnselen krachtige impulsen tot de ondergang van het Portugese atheïstische regime, dat in 1910 aan de macht kwam. De dictator Salazar kon best een krachtige R.K. kerk gebruiken, die een stevige greep op het volk had. En om die steun te verwerven, draaide hij alle beperkende maatregelen van de vorige regeringen terug, en knoopte weer uitstekende betrekkingen aan met het Vaticaan. Salazar was een krachtig voorstander van een R.K. devotie in zijn land. En nu is - naast een uitlaatklep voor religieuze gevoelens voor zeer velen - de commercie ter plaatse de sterkste impuls die het Fátima-gebeuren in stand houdt. Babylon.
   Eén gevolg heeft de bedevaart naar Fátima van ongetwijfeld millioenen Portugezen in ieder geval NIET gehad: de heiliging van het openbare leven in dat land. Hoewel de Portugezen in persoonlijk contact vriendelijk en behulpzaam zijn, is het een land met een hoge graad van corruptie. De openbare ruimte is ronduit smerig: er is geen strekkende meter wegberm die niet vergeven is van de 'zegen' van de moderne verpakkingsmaterialen. De parkings in Fátima spanden wat mij betreft wel de kroon. Tonnen zwerfvuil waaien hier vrolijk in het rond zonder dat het kennelijk in de gedachten van enige autoriteit opkomt, om deze bende eens aan te pakken. Alles wat niet meer nodig is, wordt uit het - vaak openstaande - autoraam gekieperd. De vele bosbranden in 2003 in Portugal hebben - naar het woord van een brandwacht aldaar - zeker met die gewoonte te maken. Want ook sigarettenpeuken vallen onder deze gewoonte.
    Fátima was voor ons een schok. Het zien van de velen, die hier met grote toewijding op hun knieën over het marmer van het plein kruipen naar de heiligdommen toe, in de hoop op groter genade. Het zien van de kaarsenoven, waar kaarsen niet worden gebrand maar in een laaiend vuur gegooid, waarschijnlijk omdat er geen ruimte is om al de gekochte en te branden kaarsen een plek te geven in één van de heiligdommen. We begrepen plotseling wat er in de Bijbel soms over Jezus geschreven is, als Hij de mensenmassa's op Hem ziet afkomen: "Hij was met innerlijke ontferming over hen bewogen, want zij waren als schapen die geen herder hadden". Wat hebben wij ons gebrek aan kennis van de Portugese taal betreurd. Nu konden we alleen maar met tranen in onze ogen deze afgoderij aanzien, en we konden niemand aanspreken. Maar God hoort onze gebeden.

ZIET TOE DAT NIEMAND JULLIE VERLEIDT.
-------------------
Noot: De gegevens omtrent geestverschijningen en spiritistische séances ontleen ik aan het boek: Okkultisme en christelijk geloof, van Dr. W.C. van Dam, J.N. Voorhoeve, 1978, ISBN 90-297-0535-3