Rinus Kiel over Bijbel, cultuur en wetenschap

Reageren? Zie home-page                                                                                

======================================================

Home
Site-map
Updates
Deze site + mijzelf
Bijbel en theologie
Israel - volk en land
Filosofische items
Denken en cultuur
Wetenschap
Actualiteiten
Klimaat
Presentaties
Boeken
Weblinks

(Denken en wetenschap in onze cultuur / Moderne wetenschap)

Up Aristoteles' model Kritiek op Aristoteles Bijbelse grondslag Copernicus Kosmologie Francis Bacon Galileo Galilei Michael Denton Toepassingen

Galileo Galileď: conflict tussen wetenschap en geloof?

Nieuw 14/03/2002 / geheel vernieuwd 14/02/2003

Zoek op deze website

Samenvatting: En hier is hij dan: de kampioen van de vrije denkers, het prototype van de strijd tussen geloof en wetenschap! Of... klopt dat wel? Steekt het niet toch wel een beetje heel erg anders in elkaar? Neem de tijd en laat je corrigeren!

Het artikel over Galileď dat voorheen te vinden was op de pagina Geloof en verstand in de sectie Filosofische items is nu verhuisd naar de plaats waar het eigenlijk thuishoort, nl. in de sectie over de geschiedenis van het westerse denken, in het hoofdstuk Moderne wetenschap.

Setting

    Er is een in het oog springende en buitengewoon frappante overeenstemming tussen wat zich vandaag de dag in de westerse wetenschap afspeelt, en de gebeurtenissen rond Galileď. De populaire mythe is, dat in het ‘geval Galileď’ nu eens duidelijk uitkomt de onderdrukkende rol van kerk en religie tegenover de bevrijdende en verlichtende wetenschap. En hoewel deze mythe mijlenver bezijden de waarheid is, is zij zeer hardnekkig en zal dat blijven omdat zij een duidelijk doel dient: voor dat wat zich heden ‘wetenschap’ noemt een vrije speelplaats te behouden, niet gehinderd door overwegingen van morele en godsdienstige aard.

    Laten we eens zien, wat er werkelijk gebeurde. En ik baseer mij daarbij op het boek ‘Galileď; leven en werken van een onrustige geest’ door Enrico Bellone, in 2002 uitgegeven bij Natuur en Techniek, Amsterdam (prijs € 29,50).

Het wetenschappelijk establishment in Galileď’s dagen

    In Galileď’s tijd (1564-1642) waren de opvattingen van de Griekse wijsgeer Aristoteles, aangepast en aangevuld door velen, oppermachtig (zie de pagina Aristoteles’ kosmologisch model). Het was een geheel gesloten denksysteem dat alles – zo meende men – kon verklaren. En voor veel dingen gold dat ook. Aristoteles’ hemelmodel was door Ptolemeus met behulp van allerlei vernuftige kunstgrepen zodanig verbeterd dat het allerlei hemelverschijnselen zeer goed kon verklaren en... voorspellen! Nu, als een model voorspellende kracht heeft, dan moet het wel erg goed zijn. Dat denken wij toch ook, nietwaar! Het was zelfs zodanig als gezaghebbend geaccepteerd, dat waarnemingen, die in strijd met dit model waren, door de wetenschappelijke elite werden weggehoond als amateuristische hoogmoed. Waarnemingen waren überhaupt al verdacht, omdat binnen de Aristotelische gedachtenwereld de zintuigen als onbetrouwbaar werden beschouwd. Rechte kennis ontstond door nadenken! Zie ook de pagina Iets over filosofie. Nu had Luther al geroepen dat de heiden Aristoteles moest worden uitgezwaaid, maar hij bedoelde daar hoofdzakelijk diens invloed op de theologie mee. Als je het dus waagde om dit hecht doortimmerde en door iedere wetenschapper geaccepteerde en verdedigde model te bestrijden, dan moest je dus wel van zeer goeden huize komen. Copernicus had het geprobeerd, maar zijn model werd als inferieur ten opzichte van het bestaande beschouwd, en was in het geheel niet praktisch bruikbaar. Het was meer gebaseerd op zijn vooroordeel ten gunste van de zon, dan op gedegen wetenschappelijke argumentatie. Voorspellende kracht bezat het überhaupt niet. Geen redelijk mens nam Copernicus serieus. Toch zouden zijn opvattingen, voornamelijk door Galileď’s levenswerk, die van Aristoteles gaan vervangen.

Aristoteles bedreigd

    Nu is het zo, dat er in elke tijd mensen opstaan, die een grondige hekel hebben aan dichtgetimmerde denksystemen. Omdat daar zo weinig avontuur en creativiteit meer aan te beleven valt. Dat zijn de mensen die de wetenschap – vaak tegen de zin van haar beoefenaars in – verder helpen. Zo iemand was ook Galileď. Het zinde hem niets dat alles wat er te weten was, al bekend was, en dat je alleen maar de boeken van Aristoteles en consorten uit je hoofd moest leren om alwetend te worden. Hij deed proeven met vallende voorwerpen en afgeschoten kogels en constateerde dat die zich toch op een andere manier voortbewogen dan de wetenschap toentertijd meende. Zij beschreven nl. een boogvormige baan. Volgens de theorie zou die baan recht zijn en plofte de kogel aan het eind verticaal neer!

    Galileď begon vertrouwen te krijgen in zijn waarnemingen, toen zich een uitzonderlijk verschijnsel voordeed. In het jaar 1604 verscheen een supernova, een geëxplodeerde ster, die ook overdag met het blote oog was te zien. Hij stelde vast, dat dit verschijnsel zich buiten het ondermaanse afspeelde, omdat het tegen de sterrenachtergrond niet of nauwelijks bewoog. Weer een aantasting van de wetenschappelijke opvattingen. Want dat bovenmaanse was van andere materie dan alles onder de maan, en bovendien konden daarin absoluut geen veranderingen plaatsvinden. Maar Galileď dacht daar duidelijk anders over.

De maan als struikelblok

    Het model van Copernicus, dat stelt dat de aarde om de zon draait, was in die dagen onacceptabel, omdat men wel inzag dat de maan dan met de aarde mee om de zon moest draaien en dat achtte men om diverse redenen uitgesloten. Rond die tijd kreeg Galileď de beschikking over een kijker, die hij zelf had geconstrueerd. Die richtte hij op sterren en planeten en wat hij zag, moet hem wel in extase hebben gebracht. Hij zag, hoe de planeet Venus, net als onze maan, schijngestalten heeft: eerste en laatste kwartier, vol en donker. Dat kon niet, als hij de baan volgde die in Aristoteles’ model voor deze planeet was weggelegd. En Galileď was er de man niet naar om behoedzaam te werk te gaan. Nee, in korte tijd wist ieder wat hij had aanschouwd. Hij lachte de gevestigde wetenschappers uit en verweet hen, meer in boekenwijsheid te geloven dan hun eigen ogen te vertrouwen. Nee, Galileď maakte zich niet geliefd! Maar het werd nog erger: tijdens zijn nachtelijke speurtochten richtte Galileď ook de kijker op de planeet Jupiter. En tot zijn stomme verbazing en onuitsprekelijke vreugde nam hij waar, hoe ook deze planeet manen heeft (hij zag er vier), die op een regelmatige manier om die planeet heendraaien en met die planeet meereizen op zijn tocht om de zon. Nu, dacht Galileď, als de planeet Jupiter met zijn vier manen om de zon kan reizen, dan kan de aarde met zijn ene maan dat toch ook! Zo viel zijn oog op Copernicus’ werk en Galileď werd een voorzichtige supporter van dit model. In een onvoorzichtige bui heeft hij Copernicus’ naam genoemd en zich daarmee in de ogen van het wetenschappelijk establishment van zijn dagen gediskwalificeerd.

Het establishment slaat terug

    De wetenschappers werden onrustig. Nu is dat altijd een voorteken voor een grote verandering. Galileď’s opvattingen en waarnemingen konden niet meer voor ieders besef worden weggehoond. Er kwamen steeds meer mensen die er wel wat in zagen. En onder hen ook verscheidene kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders. Zelfs de toekomstige paus Urbanus VIII was zeer door Galileď’s opvattingen geboeid. En dus werd het gevaarlijk voor het establishment. En, zoals dat altijd gaat: als argumenten niet meer voldoende zijn om gevestigde belangen te beschermen, wordt de toevlucht genomen tot minderwaardige praktijken. Zo uiteraard ook in het geval van Galileď. Denk maar niet dat wetenschap een objectief, emotieloos gebeuren is. Verre van dat! Er werd gezocht naar zwakke plekken in Galileď’s leven. En wie zoekt die vindt. Galileď trok horoscopen als daarom gevraagd werd en hij liet er zich voor betalen! En... Galileď had een maîtresse. Foei! Nu was hij in die tijd beslist niet de enige, maar morele verontwaardiging is in zulke gevallen altijd erg selectief. Maar er was nog een sterke pijl op de boog: de kerk had zich bij monde van Thomas van Aquino nogal vereenzelvigd met de filosofie van Aristoteles. En Galileď’s tegenstanders wezen de kerkelijke autoriteiten op de problemen die ze zouden krijgen als Galileď’s mond niet zou worden gesnoerd. Lees in het hoofdstuk Renaissance en Humanisme nog eens over de wurggreep waarin de kerk was geraakt door de acceptatie van Aristoteles. Dit was een buitengewoon gevoelig punt. Want de meer onafhankelijke geesten in de kerkelijke hiërarchie wilden best graag van Aristoteles af, maar dat kon natuurlijk alleen maar langs wegen van uiterste geleidelijkheid. De kerk kon immers niet dwalen! Iets openlijk herroepen, dat ging te ver.

Galileď’s vertrouwen op de kerk beschaamd

    Nu kwam Galileď echt in de problemen. Hij had gehoopt dat zijn persoonlijke vriendschap met kardinaal Maffeo Barberini hem zou beschermen tegen zijn tegenstanders. Maar toen Barberini in 1623 als Urbanus VIII paus Gregorius V opvolgde, liet hij zich door Galileď’s machtige tegenstanders inpakken in de kerkpolitieke machinerie. Hij liet Galileď vallen als een baksteen. Tot zijn verdediging mag worden aangevoerd, dat hij toch al genoeg problemen had, maar fraai was het niet. De paus gaf toestemming om Galileď aan te pakken op zijn steeds openlijker beleden copernicaanse ideeën. Hij werd gedwongen om deze af te zweren, hoewel dat niet betekende dat hij er niet meer over mocht spreken of publiceren. Dat wel. Maar altijd met de aantekening dat het een theorie betrof, die nog niet bewezen was. Wetenschappelijke discussie is altijd toegestaan, niet?

    Het is jammer dat kerkelijke functionarissen zich voor dit karretje lieten spannen. Maar is het daarmee een conflict tussen geloof en wetenschap geworden? In de verste verte niet. Het waren de toenmalige wetenschappers, die felle oppositie tegen Galileď voerden, en juist kerkelijke figuren die hem voorzichtig steunden. En ook de grote filosoof van de Verlichting, Descartes, was een verklaard tegenstander van Copernicus’ ideeën, die in het bijzonder door Galileď’s voortreffelijke wetenschappelijke werk uiteindelijk een brede acceptatie in onze cultuur verkregen.

Conclusie

    We hebben hier dus te doen met een conflict tussen een wetenschapper met nieuwe opvattingen en wetenschappers van de 'oude school'. De complicerende factor was, dat de kerk dat oude model in haar theologie had geďncorporeerd en – hoewel de kerkleiding dat graag wilde – er niet vanaf kon dan alleen via de uiterste geleidelijkheid. Niet het geloof was de remmende factor, maar een kerkelijke organisatie die zich op ondeugdelijke gronden voor het karretje van een verouderd wetenschappelijk model had laten spannen. Want het geloof was intussen in meer noordelijke landen bezig, de grondslag te worden voor een ongekende uitbreiding van de westerse wetenschap (zie R. Hooykaas: Religion and the rise of modern science, Eerdmans Grand Rapids, 1972).

De geschiedenis herhaalt zich

    Op de volgende pagina Michael Denton, gevecht tegen de bierkaai de beschrijving van een moderne herhaling van Galileď’s geschiedenis.

Up Aristoteles' model Kritiek op Aristoteles Bijbelse grondslag Copernicus Kosmologie Francis Bacon Galileo Galilei Michael Denton Toepassingen