Rinus Kiel over Bijbel, cultuur en wetenschap

Reageren? Zie home-page                                                                                

======================================================

Home
Site-map
Updates
Deze site + mijzelf
Bijbel en theologie
Israel - volk en land
Filosofische items
Denken en cultuur
Wetenschap
Actualiteiten
Klimaat
Presentaties
Boeken
Weblinks

(Wetenschappelijke onderwerpen)

Up Geloof Wetenschap Natuurwetenschap Problemen Nieuwe kosmologie IJstijd Zondvloed/Geologie Radioact. datering

Geloof en wetenschap: populaire misverstanden

Nieuw 27/12/2008

Zoek op deze website

Samenvatting: In allerlei discussies kun je de meest onzinnige karikaturen voorgeschoteld krijgen over wat 'creationisme' is, dat dat gebaseerd is op geloof, en dat 'wetenschap' (zie je de vooringenomen tegenstelling al?) zich bezighoudt met de zichtbare realiteit. Is dat zo?

Over geloof en verstand, en hoe die twee menselijke faculteiten zich tot elkaar verhouden, kun je lezen op pagina Geloof en verstand. Hier iets over hoe in de recente discussie naar aanleiding van het ‘Darwinjaar 2009’ het oerwoud van misverstanden de weg blokkeert tot een serieus verstaan, wat een absolute voorwaarde is voor een vruchtbare discussie. Als je je niet in je opponent kunt inleven, kun je niet met hem van gedachten wisselen, laat staan debatteren. De discussies in praatprogramma’s op radio en vooral TV gloriëren in het oprichten en triomfantelijk neersteken van stromannen, en zij grossieren – vooral van de kant van het naturalistische kamp – in vaak onzinnige karikaturen van wat ‘creationisten’ zijn en wat zij geloven en beweren.

1. Creationisme is recente opvatting

    Punt 1 is het  misverstand, dat de opvattingen die gehuldigd worden door ‘creationisten’ recent zijn, en dat ze na de oorlog (WOII) uit Amerika zijn overgewaaid. Niets is minder waar. De opvatting dat aarde en heelal maximaal zo’n 8.000 jaar oud zijn, dat beide geschapen zijn door God in een opeenvolgende serie van zes dagen; dat de vloed in Noachs dagen uniek en wereldwijd was en de hele verschijningsvorm van de aarde ingrijpend heeft veranderd, is de door vrijwel allen gehuldigde opvatting sinds het begin van onze jaartelling, en werd als vanzelfsprekend gedragen door de overweldigende meerderheid van kerkvaders en theologen, tot diep in de 18e eeuw. En zelfs in de 19e eeuw zijn veel wetenschappers van naam daarvan uitgegaan. Ver na Darwin waren er nog toonaangevende geologen, die hieraan vasthielden en succesvol waren in hun werk.

    Uitzonderingen onder de kerkvaders zijn Origenes en Clemens van Alexandrië, die uit de allegorische Alexandrijnse school stamden en ALLES in de Bijbel verallegoriseerden, hoewel ze een wereldwijde vloed in Noachs dagen erkenden; ook Augustinus had een wat afwijkende opvatting, hij dacht dat de eerste drie scheppingsdagen geen echte dagen waren omdat de zon er toen nog niet was. Zie de presentatie Creationisme in Nederland. Daarin is ook te zien dat het de kerkelijke vertegenwoordigers en theologen geweest zijn, die capituleerden voor het opdringende evolutionisme. Sindsdien is er grote verwarring onder christenen, werkzaam in de wetenschap. Onnodig.

    Vervolgens worden dan enige – vaak nogal gedateerde – werkelijke of vermeende blunders uit de Amerikaanse creationistische geschiedenis aangehaald en triomfantelijk voorzien van niet al te vleiende kwalificaties.

2. Creationisme gaat uit van een geloof

    Punt 2. Nog een misverstand: 'Geloof' wordt gezien als een totale starheid: je moet een bepaald systeem van waarheden aannemen en daarbinnen moeten dan de wetenschappelijke gegevens geperst worden, hetgeen natuurlijk een onmogelijke zaak is en aanleiding geeft tot grote vrolijkheid onder de opponenten.

    Deze opvatting geeft blijk van een totaal gebrek aan inzicht in wat Christenen (creationisten, om preciezer te zijn) beweegt. Het is juist het Christelijk, Bijbels geloof geweest, dat is: het vertrouwen in de Schepper, dat aan de wieg staat van de wetenschappelijke ontwikkeling in het westen, en dat het breekijzer zette in het blinde vertrouwen op autoriteiten. Zie artikel over de Bijbelse grondslag van de moderne wetenschap. In Galileï's tijd getuigde het van eruditie en wetenschappelijke volwassenheid, als je je opvattingen kon gronden in de autoriteit van Aristoteles. Maar het zijn christenen geweest als Galileï, Tycho Brahe, Kepler en Newton, die onbevreesd de wereldruimte inkeken en hun waarnemingen vertrouwden. Hier geen spoor van starheid, maar volledige openheid voor wat de feiten te melden hadden. Er waren toen wetenschappers, die niet door Galileï's kijker wilden kijken, omdat ze zeker wisten dat wat die zag, niet bestaan KON. Maar het vertrouwen dat de door God geschapen werkelijkheid ons niet zou bedriegen, heeft de wetenschap vooruit geholpen.

    Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Nobelprijswinnaar Medicijnen 1935, Hans Spemann:

"Religiositeit is niet een apart gebied, dat tegenover andere af te grenzen valt, maar zij is een basisinstelling, die in elke geestelijke (mentale) arbeid werkzaam is. De enkeling weet en voelt zich geborgen in iets dat hem totaal overstijgt. Dat deze instelling de wetenschappelijke houding diepgaand beïnvloedt, lijdt geen twijfel.

Ten eerste zorgt zij voor objectiviteit, onafhankelijkheid van andere meningen.

Als religie met het onderzoekende verstand wordt verbonden, richt zij dat op verheven vraagstukken."

 

Zie voor de vooringenomen houding van het wetenschappelijk establishment ten opzichte van andere paradigma's dan de hunne: Fair Science.

 

    Juist in onze tijd horen we her en der weer de uitspraak, dat waarheid in de wetenschap gevonden wordt door de 'consensus' onder wetenschappers. Dat is natuurlijk zuivere kolder! En dat was nu net de mentaliteit waar Galileï tegen streed!! De opvatting van veel creationisten wordt goed verwoord door de Australisch/Amerikaanse wetenschapper Barry Setterfield:

“Het is geen goede wetenschap om onverwachte gegevens te veronachtzamen of om een conclusie te negeren vanwege bepaalde vooronderstellingen.  Als je dit doet, kan het zijn dat je niet in de hoofdstroom van de moderne wetenschap staat, maar tenminste zoeken we dan naar de waarheid en boeken voortgang, in plaats van de wetenschappelijke status quo te handhaven”.

Dit is m.i. de ware wetenschappelijke instelling. Onbevreesd de werkelijkheid onderzoeken, welke uitkomst dat ook geeft.

Creationisme gaat niet uit van 'geloof' maar het vertrouwt op waarneming, en op inductie opnieuw bevestigd door waarneming. In het werk van de 'creationist' Setterfield is dat duidelijk te zien.

    Misverstand nr. 2 stamt uit een wijdverbreid onbegrip van hoe de Bijbel functioneert met betrekking tot de wetenschap. Op de pagina Bijbel en wetenschap wordt dat uitgebreid uit de doeken gedaan. Vergeten we niet, dat het boek Genesis hoofdzakelijk bestaat uit oorspronkelijke gedocumenteerde familiegeschiedenissen en dus historie uit de eerste hand is. Vanaf de zesde scheppingsdag is Adam daar, de eerste mens, en hij levert ons dan ook de eerste geschiedenis, n.l. vanaf Genesis 2:4b (zie Ontstaan van Genesis en Zondvloed en Geologie). En het is bekend - of mag bekend worden verondersteld - dat zonder geschreven geschiedenis de historie een gesloten boek is, dat we niet kunnen openen door extrapolaties naar het verleden. Die kunnen hoogstens ondersteunend zijn, of als voorlopige hypothese dienen. Dit alles met één pennestreek van tafel te vegen, getuigt niet van een diepgeworteld inzicht.

    En nu komen we aan de 'hamvraag': de oorsprong van alles. Want daar wringt natuurlijk de schoen. Wel, daarover kunnen we duidelijk zijn: dat onttrekt zich aan onze onderzoekende geest. Als de Schepper zelf ons dat niet had medegedeeld (Genesis 1:1-2:4a) dan wisten wij daarover in het geheel niets. OK, Adam heeft de schepping van Eva bewust meegemaakt en het ontlokte hem een liefdeslied. Maar wat aan zijn eigen schepping vooraf ging, daarvan wist Adam alleen doordat God hem dat heeft verteld. Wat daarvan door wetenschappelijk onderzoek is te achterhalen, is onduidelijk. Scheppingsdaden zijn per definitie ontoegankelijk voor wetenschappelijk onderzoek. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor Jezus' veranderen van water in wijn op de bruiloft in Kana. Hoe 600 liter H2O in een ondeelbaar moment verandert in een complexe stof met honderden verschillende organische verbindingen, die dan ook nog zelfs door kenners niet te onderscheiden is van wijn van goede kwaliteit, dat onttrekt zich aan elke wetenschappelijke kwalificatie. Daar moet direct worden bij gezegd, dat deze 'wonderen' zeldzame uitzondering zijn, en niet at random en frequent voorkomen. We behoeven er bij ons wetenschappelijk vakwerk dan ook niet mee te rekenen.

    Het Bijbelse geloof (creationisme zoals U wilt) behoeft dus de oorsprong van alles niet te verzinnen, maar kan terugvallen op een geschreven verslag. Geheel anders dan de seculiere wetenschap, die zich thans baseert op de hypothese van de Big Bang, die echter barst van de problemen. Behalve die, genoemd op de volgende pagina, noemen we bijv. het feit, dat een expanderende wolk van deeltjes en/of atomen, nooit voldoende zwaartekracht ontwikkelt, om tot de vorming van hemellichamen te komen. Veel van de verschijnselen die zouden moeten wijzen op sterrenevolutie, wijze precies de andere kant uit, n.l. naar verval. Allerlei bekende 'nevels' trekken zich niet samen, maar verspreiden zich juist verder (Adelaarsnevel, Orion-nevels). Alle theorieën over de vorming van ons zonnestelsel worden dag aan dag weerlegd door alweer nieuwe feiten die niet in te passen zijn, en met behulp van massa's hulphypothesen de bestaande theorieën moeten stutten. Etcetera.

3. Wetenschap werkt met theorieën, die bevestigd of gefalsificeerd kunnen worden.

    Punt 3. Wetenschap wordt gezien als een rationele discipline. De opponenten kunnen dat heel goed uitleggen, objectief en rationeel. Wetenschap is een zelfreinigende discipline: alles wat geen stand kan houden, verdwijnt daaruit vanzelf. Ja, in het ideale geval zou dat zo moeten zijn, zo wil het de theorie. Maar de praktijk is toch wel heel anders. Daar heerst vaak wat Michael Denton noemt "the priority of the paradigm", oftewel:

    Artikel 1: evolutie is waar;

    Artikel 2: mocht dat eventueel niet waar schijnen te zijn, dan treedt onmiddellijk artikel 1 in werking.

Het lijkt erop dat alle berichten over 'bestrafte' dissidenten buiten het gezichtsveld van wetenschappers gehouden worden. Laten we het maar houden op een zekere kleurenblindheid in dit opzicht.

    Maar is dat zo? Zijn de opvattingen die tegenwoordig vrijwel monolithisch gehuldigd worden, gebaseerd op verifieerbare feiten? Is waargenomen dat de hypothetische eerste cel zich diversifieerde in allerlei levensvormen? Is waargenomen dat reptielachtigen zich ontwikkelden tot vogelachtigen? Nee, dat is een kwestie van geloof. En van een groter geloof ook nog dan dat, wat creationisten verweten wordt. Zijn er geaccepteerde en moeilijk weerlegbare bewijzen dat mensen op enigerlei wijze zijn voortgekomen uit aapachtige voorouders? Nee, die zijn er niet. Simpelweg. Er wordt heel wat gemystificeerd over DNA-overeenkomsten etcetera, maar dat die een bewijs zouden zijn voor de evolutietheorie, vindt alweer slechts zijn grond in de voor waar aangenomen hypothese van de evolutie. Het barst hier dus van de cirkelredeneringen. Er is domweg geen enkel spoor van een bewijs van de door velen als feit beschouwde (verticale) evolutie.

4. Evolutie en evolutie

    Ik kan het niet helpen, maar bij dit punt heb ik sterk het gevoel, dat er bewust met woorden wordt gegoocheld, om te 'bewijzen' dat evolutie echt bestaat en zich voor onze ogen voltrekt. Kijk, er is echt geen enkele creationist die ontkent dat er horizontale variatie bestaat, zodat soorten zich kunnen aanpassen aan veranderende omstandigheden, gestuurd door natuurlijke selectie. Sterker, creationisten beweren zelfs, dat er zich in de periode na de zondvloed een werkelijk adembenemende uitbarsting van nieuwe soorten heeft voorgedaan, die zonder precedent is. Maar . .  in het horizontale vlak. En dat gaat heel breed. Honden, vossen, wolven, jakhalzen en andere 'soorten' stammen volgens hun opvatting af van één 'oersoort'. In de evolutionaire stambomen kun je die lijnen ook goed volgen. Laten we dit 'micro-evolutie' noemen, of liever 'variatie' om misverstanden te vermijden. Dit is waarneembaar, goed gedocumenteerd, en Darwin zelf was hiervan uitstekend op de hoogte, hij kweekte immers zelf duiven en andere kleine huisdieren, en was daarin een erkende autoriteit. Charles Darwin geloofde echt niet in de onveranderlijkheid van de soorten, zodat hij op de Galapagos-eilanden tot inkeer moest komen: iemand anders wees hem later op de 'Darwin'-vinken! Wat moest hij voor zijn 'theorie' anders doen dan de variatie opblazen tot een opklimmende evolutie? Want daarmee is het gezegd.

     In de afstammingsdiagrammen, worden de rechte lijnen (feiten) op een bepaald niveau stippellijnen (veronderstellingen). Voor die stippellijnen, die de afstammingsverwantschap tussen de verschillende levensvormen aangeven, bestaan geen bewijzen. Geen enkele fossiele vondst geeft zo'n mogelijke afstamming aan. Daarom verklaarde indertijd Stephen Jay Gould, dat het ontbreken van enige 'overgangsvorm' in de fossielenwereld het beroepsgeheim van de paleontologen was. Waarom moest dat een geheim zijn? Dat bovendien een geheim zou zijn gebleven, als hij niet door creationisten tot die uitspraak zou zijn bewogen.

    Om eerlijk te discussiëren hier mijn voorstel: 'Evolutie' is de hypothetische, nooit waargenomen en niet op feiten gebaseerde hypothese van de verticale ontwikkeling van de ene levensvorm uit de andere, mijnentwege noem je het ook 'macro-evolutie'. 'Variatie' is dat, wat ik hierboven al noemde: vorming van nieuwe soorten in het horizontale vlak, voor mijn part 'micro-evolutie' genoemd, als je dat woord toch wilt gebruiken.

5. Evolutie ook voor evolutionisten kennelijk steeds moeilijker

    Dan is er een nieuwe trend in de discussie. Populair worden de evolutionaire opvattingen beschouwd als een proces van 'Big Bang' tot mens, gedreven door toevallige gebeurtenissen en mutaties. Maar dat mag nu niet meer. Evolutie is nu gedefinieerd als de ontwikkeling van de eerste cel tot en met de mens. Het ontstaan van de eerste cel wordt nu buiten de definitie 'evolutie' gehouden en heet nu 'abiogenese'. Zo heette dat altijd al, maar dan als onderdeel van de evolutiehypothese. Nee, evolutie is heel ingewikkeld geworden, creationisten begrijpen dat nog steeds niet goed. Maar vele anderen kennelijk ook niet, zelfs niet na decennia van evolutionaire indoctrinatie op scholen en via de media. Richard Dawkins verzucht dat het menselijk brein wel speciaal ontworpen schijnt te zijn om evolutie verkeerd te begrijpen. (Wel, misschien is dat wel een verstandige opmerking!) En in België heeft prof. Braeckman van de Gentse universiteit een zak geld gekregen om de evolutietheorie in België opnieuw te gaan uitleggen. Kennelijk begrijpen ze het daar ook nog niet!

    En als in 1986 aan de Universiteit van Oxford na een debat tussen creationisten en evolutionisten 37% van de toehoorders (studenten aan die Universiteit) kiest voor het creationistische standpunt, geeft dat al niet aan dat het evolutionaire standpunt moeilijk logisch te verdedigen is? Bovendien, er was afgesproken dat alleen wetenschappelijke argumenten zouden worden gebruikt, en dat Bijbelse, christelijke, religieuze of geloofsargumenten niet mochten worden genoemd. De enigen die zich aan deze afspraak hielden, waren de creationisten, hun opponenten haalden regelmatig de verboden onderwerpen er bij. Het was zelfs zo erg, dat vóór de stemming Richard Dawkins het woord vroeg en meldde, dat iedere stem vóór het creationisme een schandvlek voor de universiteit zou zijn. 37% schandvlekken dus. Wat een gebrek aan vertrouwen in de eigen uitgangspunten. Sindsdien debatteert Dawkins niet meer met creationisten . . ., mede op advies van wijlen Stephen Jay Gould.

6. Geloof en wetenschap zijn complementair

    Het is een populair geloof in wetenschappelijke kringen, dat iemands geschiktheid voor wetenschap stijgt naarmate hij meer atheïst is, en duidelijk achteruit gaat, naarmate iemand 'een gelovige' is, in de praktijk betreft dat natuurlijk meestal christenen. Het beruchte plaatje van de 'god of the gaps' is kennelijk nog springlevend. Alsof de menselijke geest een pakhuis is met een beperkt aantal stellingen. Naar mate meer vakken gevuld zijn met 'geloof', blijven er minder over voor 'wetenschap'. Het ergst zijn de 'diep-gelovigen', die moeten wel een zielig uithoekje van hun pakhuis nog beschikbaar hebben voor 'wetenschap'. Totaal ongeschikt voor het echte denkwerk dus. Zie alweer Fair Science. De praktijk is echter dat wereldwijd de christelijke scholen de meest onafhankelijke denkers opleveren, en dat hun leerlingen worden begeerd door de meest gerenommeerde universiteiten.

Voorlopig laat ik het hier maar even bij.

Up Geloof Wetenschap Natuurwetenschap Problemen Nieuwe kosmologie IJstijd Zondvloed/Geologie Radioact. datering