Rinus Kiel over Bijbel, cultuur en wetenschap

Reageren? Zie home-page                                                                                

======================================================

Home
Site-map
Updates
Deze site + mijzelf
Bijbel en theologie
Israel - volk en land
Filosofische items
Denken en cultuur
Wetenschap
Actualiteiten
Klimaat
Presentaties
Boeken
Weblinks

(Denken en wetenschap in onze cultuur / Wortels vh westerse denken)

Up Joodse denken Griekse denken Plato Plato's Ideeen Aristoteles

Het Griekse denken

Nieuw 14/03/2002

Zoek op deze website

Samenvatting: Het beroemde Griekse denken is - anders dan het Joodse - een grootse poging om de wereld al denkend te bevatten en onder de knie te krijgen. Het was niet in de eerste plaats de bedoeling om daarmee veel praktisch uit te richten. In de logica waren de Grieken meesters. Wij hebben veel van hen geleerd.

    Aan de grote denkreuzen: Plato en Aristoteles, gaat in de Griekse cultuur een hele schare andere denkers vooraf, die wij niet zullen bespreken. Maar om enig begrip te hebben van de voorgeschiedenis het volgende:

   De Griekse cultuur (en dat feit delen zij met alle heidense culturen) had niet het grote voordeel van openbaring. Dat betekende, dat zij al tastende moesten zoeken naar de grondslagen van een rechtvaardige en welvarende menselijke samenleving. En op die weg ontmoetten zij onvermijdelijk ook de basisvragen omtrent de structuur van de wereld, het wezen van de mens, en de kenbaarheid van de dingen. Men kan nu eenmaal niet om deze 'items' heen, als men al denkende streeft naar een rechtvaardige samenleving. Dat geheel nu is een moeizame en tijdrovende speurtocht gebleken, waarin vele doodlopende wegen zijn ingeslagen. En men mag best enigszins – of wat meer, dat kan geen kwaad – onder de indruk komen van wat een man als Plato al denkend heeft tot stand gebracht. Om eerlijk te zijn moet men dan natuurlijk rekening houden met de plaats waar hij in de mensengeschiedenis staat.

Paulus zegt over dat zoeken van de heidense volken het volgende:

a)       Hij [God] heeft in het verleden alle volken hun eigen weg laten gaan, maar heeft toch blijk gegeven van zijn goedheid: vanuit de hemel heeft hij u regen geschonken en vruchtbare seizoenen, hij heeft u overvloedig te eten gegeven en u zodoende vreugde gebracht (Handelingen 14:16-17, tegen de mannen van Lystra, die hem en zijn reisgenoten voor goden aanzagen en offers wilden brengen).

b)      “. . . voor elk volk heeft hij een tijdperk vastgesteld en hij heeft de grenzen van hun woongebied bepaald. Het was Gods bedoeling dat ze hem zouden zoeken en hem al tastend zouden kunnen vinden, aangezien hij van niemand van ons ver weg is (Handelingen 17:26b-27, tegen de Atheense filosofen).

c)       God slaat echter geen acht op de tijd waarin men hem niet kende, maar roept nu overal de mensen op om een nieuw leven te beginnen;” (Handelingen 17:30, ook in Athene).

    Dus, God liet de volken zoeken en tasten, maar voorzag hen toch van al het nodige om te leven. Maar zoeken en tasten is niet het ideaal van de Bijbel en van Paulus, want hij noemt die periode, de tijd waarin men hem [God] niet kende. Er is uitzicht op iets beters…

           

   Terug naar de Griekse filosofie: aan Plato vooraf ging Socrates, die de toenmalige samenleving te zelfgenoegzaam vond. Men leefde tevreden in zijn stadstaten en had het vrij goed met zichzelf getroffen. Daartegen keerde zich Socrates, omdat hij zag, dat de wezenlijke dingen van het leven in zo’n levenshouding niet tot zijn recht kwamen. Daarom stelde hij indringende vragen over de toenmalige vanzelfsprekendheden. Die brachten de mensen aan het denken en dus aan het twijfelen. Want bij nader inzien was hun leven eigenlijk bijzonder zwak gefundeerd. En dat gaf onrust. Voor de Atheense overheid was dat aanleiding om tegen hem op te treden omdat hij de jeugd bedierf met zijn eeuwige gevraag. Socrates toonde zich een gehoorzaam burger en dronk de hem toegedachte gifbeker leeg.

   Vóór Socrates hadden een aantal denkers (sinds ongeveer 600 v.Chr.) zich met de oorsprong en het wezen van de dingen beziggehouden. Sommigen neigden naar het denkbeeld van een schepper, anderen huldigden opvattingen die je evolutionistisch zou kunnen noemen. Deze laatsten vonden doorgaans, dat een eventuele schepper maar erg slecht zijn best had gedaan: de wereld zag er niet zo rooskleurig uit. Daaruit ontstond het idee van de demiurg, een soort lagere godheid die de materie al ter beschikking had om daaruit zo goed en zo kwaad als dat ging de wereld te maken. Maar er waren ook wijzen, die overtuigd waren van een boven alles staande godheid, die dan de basis-elementen zou hebben geschapen. Zo’n godheid kende men volmaakte eigenschappen toe. Verdere informatie over hem hadden ze niet.

Up Joodse denken Griekse denken Plato Plato's Ideeen Aristoteles

free web hit counter