Rinus Kiel over Bijbel, cultuur en wetenschap

Reageren? Zie home-page                                                                                

======================================================

Home
Site-map
Updates
Deze site + mijzelf
Bijbel en theologie
Israel - volk en land
Filosofische items
Denken en cultuur
Wetenschap
Actualiteiten
Klimaat
Presentaties
Boeken
Weblinks

(Denken en wetenschap in onze cultuur / De 18e/19e eeuw)

Up Overgangstijd Cuvier Malthus Histor. wetenschappen Franse revolutie Comte en positivisme Tegenbewegingen Evolutionisme Nietzsche

De 'historische' wetenschappen

Nieuw 14/03/2002

Zoek op deze website

Samenvatting: Uit al het voorgaande volgt, dat nu ook de geschiedenis moet worden losgemaakt van de Bijbel. De historie moet gaan passen in de tijdsschema's zoals die al door Lyell zijn aangegeven. Ook de Bijbel, als onmiskenbaar boek van de historie, wordt op dit Procrustusbed gelegd. Dit alles vergt een revolutie, die alweer in alle stilte en vrijwel ongestoord plaats vindt. Kunnen christenen alleen snurken?

Tot nog toe spraken we in hoofdzaak over de natuurwetenschap en de daarmee verbonden techniek, als we wetenschap zeiden. Maar wetenschap houdt zich ook met andere dingen bezig. We proberen terug te kijken en vragen ons af: hoe is dat alles zo geworden? Zolang we de Bijbel als richtsnoer hanteren, hebben we een maatlat, om wat we in en van dat verleden vinden, te beoordelen en ons daarvan een beeld te vormen, en een stramien, een rasterwerk, om de gevonden zaken een plaats te kunnen geven. Oude geschriften geven ons informatie over die oude tijden, zij werden over het algemeen beschouwd als serieuze informatiebronnen. Men probeerde die teksten te doorgronden, en hield daarbij rekening met de kennis die men van cultuur, sociale en economische leefomstandigheden had. Binnen dat kader werden die teksten als nuttige informatie geaccepteerd, dienstig om het reeds bestaande kennisveld uit te breiden.

Text Box:  
Figuur 18: Methode van historische kritiek

   Maar dat veranderde. Meer en meer begon men alleen die informatie als reëel te beschouwen, die paste binnen het kader van wat Kant reine Vernunft noemde: eigenlijk, kennis zonder relatie met openbaring. Alleen dat, wat paste binnen het steeds vernauwende beeld, dat men van de werkelijkheid had, werd als informatie over de (toenmalige) realiteit beschouwd. Wat daarbuiten viel, werd beschouwd als vrucht van een mythische denk- en leefwijze, waarschijnlijk vol van voor ons onbekende (en dus primitieve!) godsdienstige begrippen en gebruiken. Dat is niet alleen maar een eigenwijze en pedante manier van doen (dat is het ook!), maar het volgt ook direct uit het materialistische wereldbeeld, dat zo armzalig is dat deze dingen er buiten vallen. Zie schema Hoe werkt dialectiek in de praktijk. Zo ontstond het beeld van volken uit het verleden, die een voor ons onkenbare, andere manier van denken zouden hebben gehad. Mythisch, niet logisch, etcetera.

   En deze beperkte kijk begon men nu ook op de Bijbel toe te passen. Dat was immers ook zo’n oud boek. Dus viel dat ook onder deze zgn. historische kritiek. Zo ontstond de historisch-kritische methode van bijbelonderzoek. Gezien in vrijwel alle theologische opleidingen deze methode de algemeen gangbare is geworden, is het geen wonder dat de theologie heden ten dage weinig bijdraagt aan het verstaan van de Bijbel. Vanuit de theologie is weinig of geen weerstand geboden tegen deze ontwikkeling. De theologen waren immers ook opgegroeid en opgevoed in de westerse denkwereld. Twee voorbeelden van deze manier van redeneren: aangezien wetenschappelijk gezien het bestaan van een God niet valt aan te tonen, en niet uitgesloten kan worden dat dat een denkconstructie is van priesters e.d., kan ook door Hem geďnspireerde profetie niet serieus worden genomen. Waar de Bijbel dat toch beweert, moet er sprake zijn van een of andere vorm van vroom bedrog. Of de talloze malen, dat in de boeken van Mozes wordt gezegd: De Heer (of God) sprak tot Mozes. De historisch-kritische methodiek veegt dat van tafel als zou dat een realiteit zijn. Want dat kan niet!! Niemand ervaart dat immers heden ten dage (denkt men). En als er wel van die getuigenissen zijn, wel, dan zijn dat waarschijnlijk hallucinaties, o.i.d. Want een niet-wetenschappelijk bewijsbare God spreekt tot niemand, ook niet tot Mozes. Dus moeten dat wel vrome wensen zijn, geprojecteerd in de geschiedenis van Mozes. In de theologentaal klinkt het wat plechtstatiger, dan zoals het hier staat, maar de boodschap is dezelfde. De Bijbel wordt dus een boek van de benedenverdieping. Dan verdwijnt natuurlijk ook alle hoop, die het evangelie biedt. En dat is eigenlijk onacceptabel. Dus worden die woorden van hoop wel gebruikt, maar ze zijn inhoudsloos geworden. Ze corresponderen niet meer op een werkelijk bestaande – of bestaand hebbende – realiteit. Alleen de klank ervan moet alles goed maken. Ze zijn als het ware naar de bovenverdieping afgeschoten, waar ze onbereikbaar zijn voor het gewone leven en voor elke serieuze kritiek. Zo worden thans (vele van) onze predikanten opgeleid. De negatieve invloed daarvan op de prediking is moeilijk te overschatten.

   Een ander gebied waar deze mentaliteit begint door te dringen, is dat van de kosmologie. De Bijbel was als informatiebron over vroegere tijden en het ontstaan van de wereld vakkundig de mond gesnoerd. Een nieuw criterium werd bedacht: alle processen die we nu nog waarnemen, hebben zich zonder onderbreking en met dezelfde snelheid ook in het verleden voorgedaan. Natuurlijk wist men dat niet, maar dat werd gewoon zo gesteld. Deze denkgewoonte heet het uniformitarisme. Vanuit de Bijbel en vele andere bronnen weten we over een wereldwijde, vernietigende vloed, die de aarde ooit heeft getroffen; het toont aan op welke wankele grond die uniforme opvatting staat. Dat uniformitarisme werd nu gebruikt om uit te rekenen, hoe oud de aarde was. Verschillende processen (bepaalde stoffen in het zeewater bijv., hoeveelheid helium in de atmosfeer) geven verschillende ouderdommen op, van enkele duizenden tot enkele honderdduizenden jaren, waarbij de uitkomsten acceptabeler werden, naarmate ze zich verder verwijderden van de ouderdom, die de Bijbel suggereert. Want er moest nog een probleem worden opgelost: het ontstaan van het leven. En daarvoor was veel tijd nodig. Maar tijd is niet zomaar een verhandelbare grootheid. Zij is met de schepping gegeven!

   Dus ook de biologie ontkwam niet aan deze denkprocessen. De gedachte begon steeds aantrekkelijker te worden, dat die ketting van wezens van materie naar god, 'the great chain of being' misschien wel eens een ontwikkeling van lager naar hoger zou kunnen inhouden. Zodat alles zich vanuit de dode stof, via eencelligen en zo, zou ontwikkeld hebben tot het hoogste wat we nu kennen: de mens. Men veronderstelde dat daarvoor veel tijd nodig was en vanaf het begin van de 19e eeuw zie je een proces op gang komen waarbij steeds grotere ouderdommen voor het heelal en de aarde worden genoemd. De bovengrens is ergens rond de 20 miljard jaar voor het heelal en 4,5 miljard jaar voor de aarde, als ik het goed heb. Hoewel, de Hubble telescoop heeft deze cijfers alweer achterhaald, melden de kranten.

   Al deze veranderingen zijn er dus niet gekomen, doordat men nieuwe gegevens en bewijzen vond, maar alleen en uitsluitend, omdat men een andere filosofie (denkgewoonte) is gaan volgen. De Bijbel werd ingeruild tegen de filosofie van het Humanisme. Gods wereld werd onze wereld. En de kerk? Die sliep.

Up Overgangstijd Cuvier Malthus Histor. wetenschappen Franse revolutie Comte en positivisme Tegenbewegingen Evolutionisme Nietzsche

free web hit counter