Rinus Kiel over Bijbel, cultuur en wetenschap

Reageren? Zie home-page                                                                                

======================================================

Home
Site-map
Updates
Deze site + mijzelf
Bijbel en theologie
Israel - volk en land
Filosofische items
Denken en cultuur
Wetenschap
Actualiteiten
Klimaat
Presentaties
Boeken
Weblinks

(Bijbel en theologie / Wie is Jezus?)

Up Is Jezus God? Verzoening Jezus Oude Testament Jezus en de Torah

Is Jezus alleen maar een 'after-thought' bij het oude testament?

Nieuw 05/06/2000

Zoek op deze website

Samenvatting: Duikt de persoon die we in Jezus van Nazaret ontmoeten, plotseling uit het niets op in het Nieuwe Testament? Of is er toch meer continuïteit dan de spraakmakers vermogen te bevatten? Heeft hij misschien ook iets met dat oude volk Israël van doen?

    Eén van de opmerkingen die prof. Kuitert in zijn boek Jezus, nalatenschap van het christendom maakt is, dat Jezus een “after-thought”, een achteraf toegevoegde idee is aan het Jodendom, en dat de Joodse mensen in de periode van het Oude Testament – en ook nu – zonder Jezus de Vader konden benaderen. En, zo zegt Kuitert, waarom kunnen wij dat dan ook niet? Zijn oplossing is, dat Jezus de toegang tot de Joodse God is speciaal voor de heidenen. Zoals wij in Joodse ogen zijn. Deze redenering heeft sommige christenen tot nadenken gestemd. Is dat zo? Heeft 2000 jaar christendom volledig mis geschoten? En moeten wij alles herzien? Met deze vraag willen we ons hier bezighouden. En ik doe dat aan de hand van een geschrift van de Haagse gereformeerde predikant drs. Roelof Strijker met als titel Jeshuah in de Hebreeuwse Bijbel - over de voorgeschiedenis van Jezus van Nazaret.

Is Jezus een verschijning uit het jaar nul...?

    Wie is eigenlijk die Persoon, die wij als mens kennen in de dorpsaannemer van Nazaret, zo’n 2000 jaar geleden en die, vanaf dat Hij een rondreizende rabbi werd, zulke ongehoorde uitspraken deed en zulke ongeziene daden stelde? Wie is die man die velen versteld deed staan van wat Hij leerde, die zo'n onontkoombaar en moeilijk aanvechtbaar gezag uitstraalde en wiens liefde tot mensen zo opvallend was? Wie is die mens, die zijn leerlingen in ontzetting deed vragen: “Wie is toch deze?”. We zullen proberen om op die vraag een antwoord te vinden. Door sommigen wordt gezegd dat het Nieuwe Testament slechts de verklarende aantekeningen zijn bij het Oude. Wat inhoudt, dat in het Oude Testament in principe alles al gegeven is. Dat geloof ik ook, maar die verklarende aantekeningen zijn toch wel onmisbaar gebleken voor het juiste verstaan van dat Oude Testament, zeker ook waar het ons onderwerp betreft. Johannes zegt in zijn Evangelie:

Niemand heeft ooit God gezien, maar de enige Zoon, die zelf God is, die aan het hart van de Vader rust, heeft hem doen kennen. (Joh. 1:18).

In de tijd van het Oude Testament was er een wijdverbreide opvatting, dat wie God gezien had, sterven moest. De schrijver van de Hebreeënbrief zegt:

“Onze God is een verterend vuur” (Hebr. 12:29),

en hij citeert dat uit het Oude Testament. De Israëlieten die God vanaf de Horeb uit de verte hoorden spreken, waren zo onder de indruk dat ze tegen Mozes zeiden: Ga jij maar met God spreken want als dit doorgaat, zullen we nog allemaal sterven. Als Mozes aan God vraagt:

“Laat mij toch uw majesteit zien”, zegt God: ...mijn gezicht zul je niet kunnen zien, want geen mens kan mij zien en in leven blijven.(Exodus 33:18 e.v.).

Niemand heeft ooit God gezien. En Mozes dan? En Abraham? En die vele profeten?

...of heeft Hij oudere papieren?

In Johannes’ evangelie lezen we, dat het Woord (Christus) in den beginne bij God was. Johannes de Doper zegt over Jezus:

Na mij komt iemand die meer is dan ik, want hij was er vóór mij (Joh. 1:30).

Maar Johannes was rond een half jaar ouder dan Jezus. In een discussie met de Joodse leiders over zijn identiteit zegt Hij o.a.

Abraham, uw vader, verheugde zich op mijn komst, en toen hij die meemaakte was hij blij.’ De Joden zeiden: ‘U bent nog geen vijftig en u zou Abraham gezien hebben?’ ‘Waarachtig, ik verzeker u,’ antwoordde Jezus, ‘van voordat Abraham er was, ben ik er.’ (Joh. 8:56-58).

"Ben Ik” zegt Jezus. Niet “was Ik”. Hij gebruikt de Naam van God om zijn eigen identiteit aan te duiden. Op de berg (der verheerlijking) spreekt Jezus met Mozes en Elia, en zij schijnen Hem te kennen! Hoe? Mozes sprak met God op de Horeb (een Engel zeggen Paulus en Stefanus), Elia sprak met God op de Horeb. De persoon die wij kennen als Jezus was dus kennelijk daar aanwezig. Het wordt tijd om in het diepe te duiken. Ik volg Drs. Strijker:

Vier 'levenslijnen' van Jezus in het Oude Testament 

Er zijn in het Oude Testament vier lijnen aan te duiden die we 'levenslijnen' van Jezus Christus kunnen noemen.

          De eerste is die van 'de Engel des Heren' (of: de Engel Gods, [malakh adonaj] komt 56 maal voor in het Oude Testament).

          De tweede lijn is die van de 'Man', een gewone menselijke gestalte waarin de Heer zich openbaart.

          De derde lijn is die van de 'Naam', waarmee God zich openbaart (Ik ben).

          De vierde lijn zouden we de 'scheppingslijn' kunnen noemen.

Op die eerste twee lijnen gaan we wat dieper in, de andere komen terloops ter sprake.

'De Engel des Heren' of 'de Engel Gods'

    Deze komt 56 maal in het Oude Testament voor. Engel = boodschapper. Er zijn verschillende engel-verschijningen in het OT, die soms met name worden genoemd (Gabriël, Michaël) maar deze wordt altijd genoemd 'de Engel des Heren' of 'de Engel Gods'. Hij is een bijzondere afgezant van God met een speciale volmacht, Hij spreekt direct namens God en noemt nooit zijn opdrachtgever. Hij spreekt in zijn eigen Naam en op eigen gezag.

Zijn eerste optreden is – wonderlijk genoeg – ten opzichte van Hagar, en wel tweemaal als zij vlucht voor Sara, eerst als zwangere vrouw, later als moeder van Ismaël. Hij belooft haar grote dingen voor haar zoon! (Genesis 16:7-12 en 21:15-18)

Daarna verhindert Hij Abraham om zijn zoon Isaak te offeren, en het is zonneklaar dat hier God-zelf spreekt, Hij belooft Abraham te zegenen en tot een groot volk te maken (Genesis 22:9-12).

Als Jacob door Laban onrechtvaardig behandeld wordt, verschijnt hem ook deze Engel en zegt:

Ik ben de God van Betel...” (Genesis 31:11-13).

Diezelfde Engel verschijnt Mozes in de braamstruik bij Horeb. Wij lezen:

"Daar verscheen de engel van de HEER aan hem in een vuur dat uit een doornstruik opvlamde." (Exodus 3:2).

En even verder:

“Maar toen de Heer zag dat Mozes dat ging doen [die braamstruik van dichtbij bekijken], riep hij [Hebr. Elohim = God] hem vanuit de struik [o.a.]: ‘Ik ben de God van je vader, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob’” (Exodus 3:4,6).

Engel van de heer, Heer, God, allemaal aanduidingen van diezelfde Persoon die hier met Mozes spreekt. Deze Engel is de God van Abraham, Isaak en Jakob. Hij openbaart zich aan Mozes met de naam: “IK BEN”.

In Exodus 14:19 lezen we dat de Engel van God zijn plaats vooraan het leger van de Israëlieten verlaat en achter hen aansluit om scheiding te maken tussen hen en de Egyptenaren, als ze de zee doorgaan. Later zegt Paulus dat er een Rots met Israël meetrok door de woestijn en die Rots was de Christus! (1 Korintiërs 10:4). We komen er op terug.

Daarna houdt de Engel van de Heer zich uitgebreid bezig met Bileam, de tovenaar die Israël moest vervloeken. Hij waarschuwt hem, alleen die woorden te spreken die Hij hem geeft te spreken, en hij vermaant hem voor de mishandeling van zijn ezel (Numeri 22:22-35).

In Rechters 2:1-5 lezen we van het verwijt dat de Engel van de Heer Israël maakt omdat ze geen ernst gemaakt hebben met het land in bezit te nemen, daarom zullen de inwoners voor hen tot een last worden.

Dan vinden we de Engel bij Gideon die geroepen wordt om Israël te verlossen van de Midjanieten. Afwisselend wordt gesproken van: de Engel van de Heer, de Engel van God en de Heer. Steeds is het dezelfde Persoon. Gideon komt tot de conclusie dat hij God heeft gezien en dus zal moeten sterven (Rechters 6:11-24).

Daarna verschijnt hij aan Simsons ouders en kondigt Simsons geboorte aan, en ook zij denken te moeten sterven. Zij waren overtuigd, God gezien te hebben! (Rechters 13:1-21)

Als straf op Davids volkstelling stuurt God een verderfengel, zegt 1 Samuël 24, maar in 1 Kronieken 21 lezen we dat het de Engel van de Heer is die het strafgericht uitoefent.

In de profetieën van Zacharia treedt ook de Engel van de Heer op; zijn identiteit is daar niet te scheiden van de “Heer van de hemelse machten”.

Dr. Bavinck zegt hiervan: “De vleeswording van het Woord bereikt haar afsluiting en einde pas in de persoon van Christus maar deze menswording nam al direct na de val haar aanvang”.

Dr. J.J. Ridderbos zegt: “Deze Engel kennen wij uit de hele Schrift als de tweede Persoon van de Heilige Drieëenheid”.

2   De 'Man', een gewone menselijke gestalte waarin de Heer zich openbaart

   Enkele malen is er in het OT sprake van een 'Man' die duidelijk een openbaring van God is.

De eerste keer is dat als er drie mannen bij Abraham langskomen (Genesis 18). Al snel wordt duidelijk dat het geen gewone mannen zijn. Trouwens, het hoofdstuk begint met te zeggen:

De HEER verscheen opnieuw aan Abraham, bij de eiken van Mamre. Op het heetst van de dag zat Abraham in de ingang van zijn tent”.

De ene man belooft Abraham en Sara dat hun zoon binnen een jaar geboren zal worden. Abraham herkent in Hem de Here. Hij bepleit de zaak van Sodom en Gomorra bij Hem en is niet bang om te sterven. Over de twee andere mannen wordt in het volgende hoofdstuk gesproken als “de twee engelen” als ze Sodom binnengaan.

Jacob worstelt met een Man. Jacob is sterk, hij dreigt te winnen als de man hem met een gerichte klap zijn heup ontwricht. Nu moet Jacob opgeven. De Man verzoekt Jacob, Hem te laten gaan. Maar Jacob zegt:

“Ik laat U niet gaan, tenzij u mij zegent”.

Jacob begrijpt Wie hij hier ontmoette. De Man zegent hem met een nieuwe naam: Israël.

Jakob noemde die plaats Peniël, ‘want,’ zei hij, ‘ik heb oog in oog gestaan met God en ben toch in leven gebleven.”  (Genesis 32:23-33).

Jozua ontmoet een Man die hem met een getrokken zwaard tegemoet komt. Hij vraagt Hem: “Hoor je bij ons of bij de vijand?” Jozua denkt in deze categorieën. De Man identificeert zichzelf als 'de aanvoerder van het leger van de Heer' (wie denkt dan niet direct aan Jezus, die de Heer der engelen is?). Jozua moet zijn schoenen uitdoen omdat hij nu op heilige grond staat. Vanaf dat moment wordt over de Man gesproken als 'de Heer'. Hij geeft Jozua opdracht, hoe hij Jericho moet veroveren. (Jozua 5:13-6:5).

Daniël ontvangt zijn uitgebreide overzicht over de geschiedenis van zijn volk (Daniël 10-12) uit de mond van een Man, waarover hij zegt:

“...ik...zag een man, gekleed in linnen, met om zijn lendenen een gordel gemaakt van goud uit Ufaz. Zijn lichaam was als turkoois, zijn gezicht leek een bliksem en zijn ogen waren als fakkels van vuur. Zijn armen en voeten glansden als gepolijst koper en zijn stemgeluid leek door een mensenmenigte te worden voortgebracht.

Deze verschijning lijkt sprekend op die van Jezus aan Johannes op Patmos. We kunnen zeggen dat het dezelfde Persoon is die hier aan Daniël verschijnt.

Drs. Strijker ziet ook Melchizedek als een verschijning van de Man, maar die opvatting kan ik niet volgen. Salem (Salim) was een stad die (oostelijk van de Jordaan) op de route lag tussen de plek waar Abram de koningen uit het oosten na het verslaan najaagde (Damascus) en de stad Sodom. Ik zie in Melchizedek niet meer dan het OT over hem zegt, maar dat is al zeer veel, nl. een nog oorspronkelijke leider, waarin priester en volksleider (koning) nog verenigd waren. In die zin was hij Abrams meerdere, en die erkent dat ook direct.

In de Joodse traditie zijn er een aantal dingen die al voor of van het begin van de schepping aanwezig waren, nl. het Lam, dat in Isaaks plaats werd geofferd op de berg Moria, en later via het dagelijks lamoffer en het jaarlijks Paaslam in gedachtenis bleef. Het tweede is de Rots, die als eerste oprees uit de oerwateren van de schepping, en die met Israël meetrok door de woestijn, de Rots die water gaf, en die later de hoeksteen van de tempelberg werd (zo zegt een legende het). Maar ook Paulus spreekt van een Rots die met Israël meetrok door de woestijn, een geestelijke Rots wel te verstaan, en die Rots was de Christus! Hij die verscheen als de timmerman uit Nazaret, verklaard werd Gods Zoon te zijn, Hij reisde met Israël mee als de brenger van water, van manna, als beschermer in wolk en vuur. Ik ben het manna, Ik ben het water, zegt Jezus. Is dat niet opmerkelijk?

Tenslotte:

1   We constateren dat veel van wat als nieuw theologisch inzicht wordt gepresenteerd, van een ongelooflijke armoede is, in hoofdzaak het gevolg van onnauwkeurig, oppervlakkig en vooral bevooroordeeld lezen, met de instelling dat met ons verschijnen op deze wereld de wijsheid is uitgebroken.

2   Dat wij zo gemakkelijk van onze stoel worden geblazen door deze publicaties heeft dan ook m.i. te maken met een gebrek aan echte, diepgewortelde, en in ons leven verweven Bijbelkennis. Het lijkt mij een eerste opdracht van onze plaatselijke kerken om op dit terrein activiteit te ontplooien.

3   Deze studie geeft wel aan, hoe misplaatst de opvatting is, dat Jezus een fenomeen uit de tijd van Nieuwe Testament is, dat als een geheel nieuw verschijnsel uit de lucht komt vallen, zonder wortels in het Oude Testament. Dit kan men alleen beweren, als alle verwijzingen daarnaar in beide testamenten als niet van toepassing worden verklaard om allerlei redenen.

4   Wat wij hier hebben geleerd kan ons alleen maar op de knieën brengen in diepe verwondering voor die God, die al zo lang en op zo veelkleurige wijze aan onze verlossing en die van zijn gehele schepping gewerkt heeft, nog werkt, en blijft werken. En in dit verlossingsplan neemt de Persoon die wij kennen als Jezus van Nazaret, de Zoon van God, de centrale plaats in.

Up Is Jezus God? Verzoening Jezus Oude Testament Jezus en de Torah

free web hit counter