Rinus Kiel over Bijbel, cultuur en wetenschap

Reageren? Zie home-page                                                                                

======================================================

Home
Site-map
Updates
Deze site + mijzelf
Bijbel en theologie
Israel - volk en land
Filosofische items
Denken en cultuur
Wetenschap
Actualiteiten
Klimaat
Presentaties
Boeken
Weblinks

(Boeken)

Up DaVinciCode KnielenOpBedViolen

Knielen op een bed violen - Jan Siebelink

Nieuw 9/6/2006

Zoek op deze website

Samenvatting: De worsteling van Hans Sievez in Jan Siebelinks boek deed bij mij vele belletjes rinkelen. Hoe geraakt iemand toch in het web van zulke vrome klaplopers? En dan nog wel zo'n fantastisch mens als deze Hans? Het hield me meer bezig dan ik wenste. Hier is mijn commentaar.

Evenals het  boek ‘De Da Vinci Code’ van Dan Brown heb ik ook dit redelijk omvangrijke boek achter elkaar uitgelezen. Jan Siebelink beschrijft op een invoelende en meeslepende wijze hoe de hoofdpersoon – Hans Sievez – verstrikt raakt in het web van een groep ‘zware broeders’ en tot en met zijn overlijden door hen steeds meer wordt vervreemd van zijn gezin en het gewone leven, dat hij toch zo liefheeft. Verder wil ik mij niet bezighouden met inhoud en kwaliteit – dat hebben anderen al veel beter gedaan – maar wil iets zeggen over het verschijnsel van de ‘zware broeders’ en de manier waarop iemand in hun web kan verstrikt geraken. Misschien ook iets over de manier waarop die ban kan worden gebroken. Dit in alle bescheidenheid, en zonder ook maar in enig opzicht de staf te breken over hen, die zich niet konden ontworstelen. Want de geestelijke en morele dwang – misschien mag ik wel spreken van terreur – van dit soort groepen is veel groter dan velen van ons beseffen.

De leer van de ‘zware broeders’

De opvattingen van deze mensen steunen in hoofdzaak op twee pijlers:

1.      het Platonisme, en

2.      de ‘uitverkiezingsleer’

1.      het Platonisme

De vroege kerk heeft al heel snel het gedachtengoed van Plato als impliciete filosofische omgeving geadopteerd. Daarover is meer te lezen op webpagina Nieuwe norm. Op webpagina Plato is autoriteit staat een tabel die aangeeft hoe Bijbelse begrippen als het ware geruisloos omgeduid werden in platonische zin. In de Bijbel – en in aansluiting daaraan, in de hele Joodse gedachtenwereld – is het hele leven door God geschapen en goed. God is niet ver verwijderd van zijn schepping, maar daarin actief aanwezig. Mens en schepping zijn gevallen door de zonde, maar niet geminacht. Er komt een nieuwe hemel maar ook een nieuwe aarde. Niet alleen de ziel komt voor God te staan, maar ook het lichaam staat op uit de dood en leeft, zoals Jezus na zijn opstanding leeft.

Alles wat God geschapen heeft is goed. Niets hoeft te worden verworpen als het onder dank wordt aangenomen" zegt Paulus in 1 Timoteüs 4:4.

Het mooiste liefdeslied, dat niets met platonische liefde te maken heeft, maar zindert van een verrukkelijke erotiek, staat in de Bijbel. Hier worden de heerlijkheid van het lichaam van man en vrouw gevierd en uitgezongen. Margje, Hans’ vrouw in Siebelinks boek, had meer van dit evangelie begrepen dan alle ‘zware broeders’ bij elkaar.

De platonische verachting van het gewone leven komt bij de ‘zware broeders’ uit in het ontwijken van normale verantwoordelijkheid (ze leven op de zak van een ander), het gebrek aan verzorging van hun lichaam (ze stinken) en de zwarte kleding (kleur en versiering zijn verkeerd). Maar de verachting heeft nog een extra dimensie, die te maken heeft met hun uitverkiezingsleer. Waarover verder.

Door dit platonisme, dat een principiële tweedeling kent tussen het leven van de ziel, die gered moet worden, en de gewone, door God geschapen realiteit om ons heen, die van geen belang is, is er in de westerse kerk al heel lang een overtrokken aandacht voor de redding van juist die ‘ziel’. In de R.K. kerk wordt die ziel gered door het onderhouden van de ‘genademiddelen’ van de kerk. De protestantse variant (tot uiting komend in de opvattingen van de ‘zware broeders’) zoekt de zekerheid van het heil in bepaalde ervaringen in de menselijke geest, waarvan verder gevorderden dan moeten keuren of die van de juiste hoedanigheid zijn. Bovendien is er in deze opvatting de noodzaak van een opvolgende reeks ervaringen, waarvan geen enkele mag worden overgeslagen. De ‘weg des heils’ is er één met vele voetangels en klemmen. Het valt niet mee voor de ziel om uit dit ‘aardse’ te ontsnappen. Zie maar de angstaanjagende procedures rond het sterven van Hans Sievez.

Gelukkig geeft de theologie van de Reformatie ook heel wat tegenwicht. Daar sluit men zich dicht aan bij de Bijbel en de leer van Jezus en de apostelen. Zie bijv. mijn webpagina over de verzoening. Lees de totaal andere geest die daaruit spreekt.

 2.     de ‘uitverkiezingsleer’

Deze leer heeft altijd wel supporters gehad, o.a. Augustinus, maar stamt in zijn extreme vorm uit de 17e eeuw. Zij is vastgelegd in een belijdenisgeschrift, dat behoort tot de zgn. ‘Drie Formulieren van Enigheid’, die door alle protestantse kerken in Nederland worden geaccepteerd. Iedere ouderling en diaken moet deze formulieren ondertekenen als blijk van instemming (hoewel weinigen van hen de teksten daarvan zullen kennen). Een van deze geschriften draagt de naam: Vijf Artikelen tegen de Remonstranten, aangenomen op de Synode van Dordrecht in 1618/1619, beter bekend onder de naam ‘Dordtse Leerregels’. Ik citeer een stukje van mijn webpagina Israël en de kerk.  In hst. I, art. 1 van dit geschrift lezen wij:

"Alle mensen hebben in Adam gezondigd en verdienen Gods vloek en de eeuwige dood. Daarom zou God niemand onrecht gedaan hebben, als Hij besloten had het hele menselijke geslacht aan zonde en vervloeking over te laten en vanwege de zonde te veroordelen".

Duidelijke taal, en m.i. volop Bijbels. Alleen: enigszins hypothetisch, want God heeft iets gedaan, en hoe!! In de vervolgartikelen wordt dan gesproken over de blijde boodschap die verkondigd wordt, en door sommigen wordt verworpen en door anderen aanvaard. Ook dat vinden we in de Bijbel terug. Maar achter dat aanvaarden zit een valkuil, want in art. 6 lezen we:

"God schenkt in dit leven aan sommigen het geloof, terwijl Hij het aan anderen onthoudt. Dit vloeit voort uit zijn eeuwig besluit".

En artikel 7 begint zo:

"Deze uitverkiezing is een onveranderlijk voornemen van God, waardoor Hij voor de grondlegging van de wereld uit het hele menselijke geslacht – dat door eigen schuld de oorspronkelijke gerechtigheid verloren en zich in zonde en ondergang gestort heeft – een vast en groot aantal mensen in Christus tot het heil heeft uitgekozen".

Je kunt bepaalde teksten in de Bijbel met de nodige goede wil wel in isolatie in deze zin interpreteren, maar in het geheel van de Bijbelse opvattingen is het een onhoudbare stelling, die in flagrante tegenspraak is met Gods uitgesproken wil om allen te behouden. Van verborgen raadsbesluiten waarin God besloten heeft om zeg 99% van de mensheid niet te redden, kent de Bijbel niets. Volgens Calvijn zou slechts 1% van de mensheid 'zalig' worden. Dat is zeker geen groot getal meer, en de ‘zware broeders’ zijn van mening dat het er nog veel minder zijn. God wordt op deze manier  ingeklemd als een factor in een ééndimensionale redeneertrein; Hij kan niet anders zijn en doen dan wat Zijn plaats in deze trein Hem toelaat te doen. Hopelijk onnodig te zeggen dat dit niets zegt over de levende God, die in de Bijbel ons aanspreekt.

 De schizofrenie van deze leer

In het hele boek van Siebelink komt uit, dat het voor Hans vrijwel onmogelijk is om voluit te leven en van het leven te genieten. Hij houdt van zijn tuinderij, de bomen, bloemen en planten, maar het staat volgens de ‘zware broeders’ onder het oordeel van God. Je mag er niet van genieten, je mag je er niet aan hechten. En hij houdt van zijn lieve vrouw, zijn Margje, met alle vezels van zijn bestaan. Maar omdat zij geen ‘ervaringen’ kent, de opvattingen van de ‘zware broeders’ veracht en meent dat haar man er onder lijdt, moet zij wel een verworpene zijn. Zij behoort niet tot de ‘uitverkorenen’ die zalig worden, en dus moet hij het contact met haar tot het noodzakelijke beperken. Dan komt daarbij dat hij veel van zijn schaarse inkomen aan zijn bedrijf en gezin moet onthouden (dat zijn maar aardse zaken) en die besteden aan het kopen van vele boeken van slechte kwaliteit, die allerlei teksten bevatten van ‘oudvaders’ (Nederlandse protestantse predikers uit de 18e eeuw, die de stroming van de zgn. ‘nadere reformatie’ waren toegedaan). Hij moet deze teksten lezen en zich inprenten, want die houden hem op het ‘rechte pad’. Nu wordt in dat soort teksten zeker de Bijbel veelvuldig geciteerd. Maar het gebeurt binnen een bepaalde vooronderstellingenreeks, die als een verklaringsweb over de Bijbelse teksten wordt heengelegd. Zodat die Bijbelse teksten telkens weer bevestigen wat de boeken beweren.

Francis Schaeffer zei dat, wat een mens ook over de wereld, zichzelf en het leven mag geloven, hij toch alleen maar kan leven in deze wereld, die door God geschapen is, en waaraan Hij vreugde beleeft. Deze wereld wordt door de ‘zware broeders’ veracht. Dat is niet Bijbels, dat is zuiver platonisch. Aan de spanning tussen deze twee ‘werelden’ bezwijkt Hans Sievez bijkans.

 Hoe kun je je aan de dodelijke omarming van deze leer onttrekken?

Ik wil hier voorzichtig zijn, uit piëteit voor de schrijver en de mensen die hij beschrijft en die hij heeft liefgehad. Uit eigen ervaring weet ik dat het niet gemakkelijk is. Toch wil ik er iets van zeggen.

1.      Je moet stoppen met het lezen van hun lectuur. Verbrand die desnoods of geef het mee met het huisvuil. Dat geeft een schuldgevoel ten opzichte van de leveranciers, en het veroorzaakt ontwenningsverschijnselen, want je hebt geleerd dat deze lectuur de weg naar de zaligheid bevat, en je hebt ontwend (of was niet opgevoed) om de Bijbel te lezen zonder dit verklaringsraster. Er is je geleerd dat je zonder deze kennis verloren gaat. Je loopt tegen een grote angst en onzekerheid op. En een groot schuldgevoel ten opzichte van God. Dit alles is buitengewoon moeilijk.

2.      Dan moet je breken met de ‘zware broeders’. Dat is zo mogelijk nog moeilijker, want je hebt toch bepaalde relaties met deze mensen opgebouwd. Bovendien zitten er onder hen lieve en oprechte mensen, echt begaan met je ‘zieleheil’. Een zekere vriendschap is wellicht opgebouwd. Toch is het absoluut noodzakelijk. Hans Sievez in het boek had het op een gegeven moment gedaan. Maar hij kon niet op tegen de brutaliteit, het gebrek aan zelfs maar een rudiment van beschaving en de onbeschoftheid van zijn ‘vrienden’, die steeds met zalvende woorden werd gemaskeerd; hij streek uit een zekere loyaliteit zijn hand over zijn hart en . . . was weer ingevangen.

3.      Tenslotte moet je leren om op de Bijbel alleen te vertrouwen. En ook dit is erg moeilijk, want je hebt geleerd om de Bijbel door het web van de opvattingen van de ‘zware broeders’ te zien. Al de goede dingen die het lezen van de Bijbel je geeft, worden vlot gepareerd door allerlei uitspraken en uitleggingen uit de kring van de ‘zware broeders’. En die zitten stevig in je hoofd en je hart getimmerd. Het zal heel erg moeilijk zijn om al deze dingen te doen zonder de hulp en de steun van iemand die je vertrouwt, liefst een kring van gelovige christenen die met je en voor je willen bidden. Bij de 'zware broeders' moet je alles zelf doen, al beweren zij bij hoog en bij laag, dat God alles moet doen. In de werkelijkheid van het christelijk leven doet God door zijn Heilige Geest meer dan we vaak opmerken.

4.   Een waarschuwing: voorkomen is stukken beter dan genezen. Het allerbeste is, om zulke mensen en groepen te mijden als een besmettelijke ziekte. Helaas zijn zulke waarschuwingen meestal te laat, maar wie weet . . .

Up DaVinciCode KnielenOpBedViolen