Rinus Kiel over Bijbel, cultuur en wetenschap

Reageren? Zie home-page                                                                                

======================================================

Home
Site-map
Updates
Deze site + mijzelf
Bijbel en theologie
Israel - volk en land
Filosofische items
Denken en cultuur
Wetenschap
Actualiteiten
Klimaat
Presentaties
Boeken
Weblinks

(Denken en wetenschap in onze cultuur / Moderne wetenschap)

Up Aristoteles' model Kritiek op Aristoteles Bijbelse grondslag Copernicus Kosmologie Francis Bacon Galileo Galilei Michael Denton Toepassingen

Wetenschappelijke kritiek op Aristoteles

Nieuw 14/03/2002 – laatste wijziging 14/05/2002

Zoek op deze website

Samenvatting: Britse monniken zien de zwakte van de koppeling van Bijbel en Aristoteles en openen (voorzichtig) de aanval op de prioriteit van het denken bij Aristoteles. Daarmee openen zij de weg voor de mogelijkheid tot waarachtige wetenschapsbeoefening. In feite is hier de moderne wetenschap geboren.

In de tijd, dat in Europa het spook van Aristoteles’ gedachtenspinsels rondwaarde en Thomas van Aquino zon op middelen, om het gevaar te bezweren, werkte er op de Britse eilanden aan de universiteit van Oxford een geleerde, Robert Grosseteste (1175-1253). Samen met zijn collega Roger Bacon (1214-1294), een Franciscaner monnik, had deze Robert eens scherp naar Aristoteles’ filosofie gekeken en vastgesteld, dat daaraan nogal wat serieuze problemen kleefden. De meest serieuze van alle was, dat het een heidens systeem was, dat de God van Israël, de God van de Bijbel, de Schepper, niet kende. Daarom had Aristoteles ook – volgens Grosseteste en Bacon – een nogal verkeerde kijk op de realiteit.

    In die heidense filosofieën nam men aan dat de kosmos (al het geschapene, de hele realiteit) een organisme was, waarvan de goden deel uitmaakten. Terwijl de God van de Bijbel buiten en boven zijn schepping staat. Er is een grens tussen God en zijn schepping, Hij maakt er geen deel van uit. En die grens wordt bepaald door de wetten, de regels, de inzettingen, die God aan die schepping heeft gesteld. Dat is essentieel in een bijbelse wereldbeschouwing. Daarin bestaat een duidelijke grens tussen God de Schepper en al het geschapene. Dat betekent dat we in ons kosmologisch model allerlei wijzigingen kunnen aanbrengen, zonder dat dat invloed uitoefent op wie God is. Een verandering in zo’n kosmologisch model betekent nooit een wijziging in de wereldbeschouwing. Dat komt omdat God geen deel uitmaakt van dat kosmologisch model. Bij heidense systemen is dat altijd wel het geval. Daar zijn godsbeeld en kosmologisch model innig met elkaar verbonden. Veranderingen in het model betekenen een aantasting van de wereld van de goden. Vandaar de starheid van zulke constructies.

    Een tweede serieus probleem was het blijkbaar onbegrensde vertrouwen dat die heidense wijsgeren in het menselijk denken en zijn conclusies stelden. De Bijbel maakt duidelijk dat ook ons denken niet meer zijn oorspronkelijke helderheid heeft, dat het aan de vruchteloosheid is onderworpen, en dat het van huis uit tegenover God bevooroordeeld is. Daarom hebben onze denkconstructies toetsing nodig aan de geschapen realiteit. Die toetsing ontbrak grotendeels in het heidense denken.

free web hit counter