Rinus Kiel over Bijbel, cultuur en wetenschap

Reageren? Zie home-page                                                                                

======================================================

Home
Site-map
Updates
Deze site + mijzelf
Bijbel en theologie
Israel - volk en land
Filosofische items
Denken en cultuur
Wetenschap
Actualiteiten
Klimaat
Presentaties
Boeken
Weblinks

(Denken en wetenschap in onze cultuur / Moderne wetenschap)

Up Aristoteles' model Kritiek op Aristoteles Bijbelse grondslag Copernicus Kosmologie Francis Bacon Galileo Galilei Michael Denton Toepassingen

Michael Denton, of: vechten tegen de bierkaai

Nieuw 14/02/2003

Zoek op deze website

Samenvatting: Deze erudiete microbioloog is historisch wel een beetje 'out of place', maar wat lijkt dit verhaal toch op dat van Galileï. Alleen loopt het anders af. Hoe komt dat?

Recentelijk maakte ik zelf een geschiedenis mee, die vele raakpunten heeft met die van Galileï, hoewel er ook belangrijke verschilpunten zijn. De geschiedenis herhaalt zich nooit exact. Even over die bierkaai: je kon nog zo gelijk hebben, als je dat gelijk moest verdedigen tegen de mannen die op de bierkaai werkten en die sterk als een beer waren vanwege hun gesjouw met vaten bier, dan kon je maar beter inbinden en ‘ja meneer’ spelen tegen die gasten. Vechten tegen de bierkaai is dus een van tevoren al verloren strijd.

    Goed, nu eerst de overeenkomsten en de verschillen.

Overeenkomsten:

1.      is er, evenals toen, een oppermachtig heersende monolitische opvatting in het wetenschappelijk establishment, nl. de in de praktijk onaantastbare filosofie van het op het materialisme gebaseerde evolutionisme.

2.      is er een eerlijke wetenschapper, wiens wetenschappelijke uitkomsten zich niet verdragen met de heersende filosofie, en die publiekelijk daaraan uiting geeft.

3.      wordt er vanuit het wetenschappelijk establishment meedogenloos teruggeslagen.

Verschillen:

1.      was het wetenschappelijk establishment, tenminste in naam, in Galileï’s tijd, in zekere zin nog Bijbels geörienteerd, terwijl het onderscheidende kenmerk in onze tijd juist zijn totale afkeer van God en Bijbel is.

2.      heeft de wetenschapper, over wie wij het hier hebben, een ambivalente houding ten opzichte van het heersende model: hij vecht het aan, en tegelijkertijd heeft hij geen alternatief.

3.      op dit punt zijn er geen verschillen.

4.      laat de betreffende moderne wetenschapper zich – in tegenstelling tot Galileï – door het establishment inpakken, op een wel heel navrante manier.

We bespreken deze geschiedenis punt voor punt.

1. Huidig wetenschappelijk model met bijbehorend establishment

    Het huidige model dat in alle wetenschappen oppermachtig heerst, is het evolutie-model. Ook in de theologie is impliciet of expliciet het adagium: we moeten wetenschap bedrijven ‘alsof God niet bestaat’. Ik ga daar hier niet op in, er is op deze website al in alle toonaarden over geschreven. Op de pagina Evolutionisme vat ik het samen in deze zin: “De evolutietheorie is het sluitstuk in de overname van de wetenschap door het humanistisch denken”. Werd in de tijd van Galileï de filosoof Aristoteles als absolute autoriteit vereerd, in onze tijd valt die eer te beurt aan Charles Darwin, de vader van het evolutionisme.

2. De kritiek van Michael Denton

    De microbioloog Michael Denton, werkzaam in het Prince of Wales ziekenhuis in New South Wales, Australië, opent in 1985 een frontale aanval op het Darwinisme met het boek ‘Evolution, a theory in crisis’. Hij besluit de inleiding van zijn boek als volgt:

“In dit boek heb ik de radicale aanpak gevolgd. Door het presenteren van een systematische kritiek van het huidige Darwinistische model, vanaf paleontologie tot moleculaire biologie, heb ik geprobeerd om aan te tonen waarom ik geloof dat de problemen té ernstig en té onafwendbaar zijn om ook maar enige hoop op een oplossing te bieden in termen van het orthodoxe Darwiniaanse kader, en dat dientengevolge de conservatieve [d.i. de heden  door allen geaccepteerde] opvatting niet langer houdbaar is”.

Dit is niet niks, om met een (niet meer zo) recente politica (de helaas te vroeg gestorven VVD-politica Haya van Someren-Downer) te spreken. Let wel, hij zegt niet dat de evolutietheorie niet geldig kan zijn, maar dat de huidige opvatting van de manier waarop de evolutie heeft plaatsgevonden, niet deugt. Dus, alhoewel het niet niks is, het is ook niet alles. Zijn kritiek lijkt minder fundamenteel dan die van Galileï. Maar zij is even existentieel. De resultaten van zijn werk brengen hem in gewetensnood. Wat hij als feiten voor zijn ogen ziet gebeuren, is in flagrante tegenspraak met het dogma. En Denton heeft het goed te pakken!

    Hoofdstukken in zijn boek dragen namen als: The Enigma of Life’s Origin / Beyond the Reach of Chance. In deze hoofdstukken komt hij steeds meer tot de conclusie dat het toeval als verklaring voor het leven ontoereikend is, en dat de opvatting dat de levensvormen uit elkaar ontstaan zijn, in toenemende mate door de bevindingen uit zijn vakgebied wordt ondergraven. In het hoofdstuk A Biochemical Echo of Typology vertelt hij ons over zijn teleurstelling dat de resultaten op zijn veld van onderzoek (de microbiologie) steeds meer gaan afwijken van de Darwinistische dogma’s. Zij wijzen in tegenstelling daarmee op een apart van elkaar ontstaan zijn van de verschillende levensvormen. In het hoofdstuk The Puzzle of Perfection komt Denton goed onder stoom. Op een bijna lyrische manier bezingt hij het wonder van het leven zoals zich dat in de wonderbaarlijke complexiteit en ingenieuze precisie in de structuur en de processen van de menselijke cel openbaart. Hij komt tot uitspraken als: “Het is niet alleen de complexiteit van de levende systemen die ons in onze opvattingen uitdaagt, daar is ook de ongelooflijke genialiteit in het ontwerp dat er zo uitspringt”. Het hele hoofdstuk wemelt van uitdrukkingen als extreme perfection, brilliance of design, ingenuity, fascinating, cleverness, highly organized, purposeful, perfectly regulated and controlled, genius of biological design and the perfection of the goals achieved. Als dit door een creationist zou zijn geschreven, zou ik de neiging hebben om te roepen: ho, ho, ho, is dit niet een beetje veel van het goede! Maar Denton is zo gefascineerd door wat hij waarneemt, dat hij dat nog even verder moet uitzingen. En ook verderop in zijn boek gebruikt hij allerlei argumenten, die steeds door creationisten zijn gebruikt om de onzinnigheid van het evolutiedogma aan te tonen.

    De locomotief van Denton’s gedachtentrein raast voort over de rails van een verrukkelijke logica. Je verwacht elk ogenblik na het omslaan van weer een bladzijde, dat hij uitbarst in een heerlijk loflied op de Schepper van dit alles. Maar hier kom je bedrogen uit. Op het cruciale moment hangt Denton met heel zijn gewicht aan de noodrem. Nee, hij is geen creationist, kom nou!! Iemand als hij, die zo vooraan staat in de moderne wetenschap, zou terugvallen in oude en achterhaalde scheppingsmythen??? Ingrijpen van een godheid in de natuurwetten? Kom nou, daar is geen sprake van. Ook al heeft hij geen enkel argument meer, hij blijft in evolutie geloven. Omdat er geen keus is. Voor hem althans. Maar ook in het laatste hoofdstuk The Priority of the Paradigm betoogt hij opnieuw:

Het concept van de continuïteit in de natuur [dat ten grondslag ligt aan elke evolutionaire opvatting MPK] heeft altijd alleen maar bestaan in de gedachten van mensen, nooit in de feiten van de natuur. Daarom heeft de verdediging van de doctrine van de continuïteit altijd met zich meegebracht een afstand nemen van het pure vertrouwen op onderzoek. En in tegenstelling met wat vandaag de dag door evolutie-biologen algemeen wordt aangenomen, zijn het altijd de anti-evolutionisten en niet de evolutionisten in de wetenschappelijke wereld geweest, die zich strikt aan de feiten hebben gehouden.

Toch blijft Michael Denton evolutionist. Andere wegen zijn voor hem afgesloten. God is een ontmaskerd concept. Een onlogische en moeilijk begrijpelijke houding voor iemand die op zo’n indringende manier is geconfronteerd met de onmacht van zijn levensfilosofie, die hem op dat gebied van zijn leven waarin hij het meest van zichzelf leggen kan, de microbiologie, volledig in de kou laat staan. Maar de macht van het atheïsme op Denton’s ziel is kennelijk groot. Wat hij aarzelend ontmaskert: the priority of the paradigm, de prioriteit van het paradigma (basis-vooronderstellingen), geldt nolens volens ook voor hemzelf. Hij ziet de onoverkomenlijke problemen, maar is niet in staat, er afscheid van te nemen. Dat brengt hem tot moeilijk navolgbare reacties (zie 4. Dentons antwoord).

3. De reactie van het wetenschappelijk establishment

    Op zo’n frontale aanval moest natuurlijk reactie volgen. Want al had Denton steeds maar weer betoogd dat hij het evolutionisme niet aanviel maar alleen de als dogma geaccepteerde mechanismen daarvan, het wetenschappelijk establishment keek gemakkelijk door Denton’s kunstmatige onderscheiding heen. Want als het mechanisme, dat de filosofie draagt, is vernietigd, is daarmee ook de filosofie zelf aangetast. En dan is ook de enorme greep, die het evolutiedogma op onze maatschappij heeft, onder druk komen te staan. En dat is ONAANVAARDBAAR! Dus werd de tegenaanval ingezet. De heftigheid daarvan werd nog versterkt door een extra gevoel van kwetsbaarheid, aangejaagd door het opnieuw ontluikende creationisme. In 1961 hadden Whitcomb en Morris hun lijvige boekwerk The Genesis Flood, het licht doen zien. Aansluitend laaide de discussie over het evolutionisme, die decennia lang had gesluimerd, weer op. Julian Huxley mocht dan in 1959 nog beweerd hebben, dat aan de verstandelijke vermogens van ieder die niet in evolutie gelooft, redelijk mag worden getwijfeld, na 1961 vernemen we niet meer zulke triomfantelijke taal.

    Hoe was nu die reactie. Allereerst een ijzig stilzwijgen. Ten tweede, een stringente boycot van alles wat met Denton te maken had. Deze boycot werd ik gewaar, toen ik een brief geschreven had aan Michael Denton naar aanleiding van zijn onlogische conclusies (hoewel evolutie onmogelijk is, blijf ik er toch in geloven). Ik belde zijn uitgever om zijn adres te vernemen. De secretaresse, die mij te woord stond zei, dat zij niet meer voor Denton uitgaven en zij gaf mij het adres van de (vermeende) volgende uitgever. Daar hoorde ik hetzelfde verhaal. En zo belde ik uitgever nummer drie. Idem dito. Ik vroeg de secretaresse wat dit voor gekte was, en wat er werkelijk aan de hand was. Het antwoord was: “Dat mag ik niet zeggen. En zelfs dat mag ik niet zeggen”. Zij gaf mij een telefoonnummer op dat ik ’s avonds moest bellen. Hetgeen ik deed. Het was haar privénummer. Zij bezwoer mij dat ik dat aan niemand zou prijsgeven. Wat ik uiteraard beloofde. Ook haar naam moest geheim blijven om ontslag te voorkomen. Toen kwam het verhaal: Als de wetenschappelijke wereld er achter kwam dat iemand zaken deed met Michael Denton, dan werden alle contacten met dat bedrijf of persoon acuut verbroken. Geen enkele uitgever durfde meer werk van Denton uit te geven. Deed je dat, dan was je alle Engelse universiteiten als klant kwijt. Zo zat dat. Zij gaf mij het adres van zijn advocaat in Londen. Via hen stuurde ik mijn brief naar Denton. Hij heeft er nooit op geantwoord, wat tamelijk ongebruikelijk is. De meeste schrijvers zijn blij met reacties, maar Denton hield zich gedeisd.

4. Denton’s antwoord

    Geruime tijd vernam ik niets meer van Michael Denton. Wat was er van hem geworden? Totdat ik onlangs via een zoektocht op Internet ene Dr. M. Denton, microbioloog, op het spoor kwam, senior research fellow aan de afdeling Biochemie van de Nieuw-Zeelandse Universiteit van Otago, en hoofd van een onderzoeksgroep naar de genetische oorzaken van de oogziekte ‘retinitis pigmentosa’, die een verslechtering van het zien in het donker en een zekere blikveldvernauwing veroorzaakt. Hij publiceert samen met anderen over aspecten van de menselijke genetica. Dus het zou hem kunnen zijn.

    In 1998 – 13 jaar na ‘Evolution a theory in crisis’ van Michael Denton – verscheen van de hand van deze Dr. M. Denton een boek ‘Nature’s Destiny – how the laws of biology reveal purpose in the universe'. Het heeft mij enige tijd gekost om me ervan te vergewissen dat dit inderdaad dezelfde Michael Denton was als die ik kende van zijn eerste boek. Want in dit nieuwe boek blijkt hij alles te geloven wat hij in dat vroegere boek met indringende bewoordingen heeft afgewezen. Navraag leerde mij dat die personen inderdaad identiek zijn. Ik kon mijn ogen niet geloven! Ik geef hier de Nederlandse vertaling van de samenvatting die de Nederlandse bioloog Gert Korthof ervan maakte, en die op zijn website (http://home.planet.nl/~gkorthof) is te vinden:

Korthof schrijft: ‘Nature’s Destiny’ is één lange verdediging van de idee van de biocentrische Fijnafstemming van het Heelal [daarmee wordt bedoeld dat allerlei ‘constanten’ in de natuurkunde heel precies zó zijn ‘afgeregeld’ dat het bestaan van leven en de mens mogelijk kon worden, bv. de temperatuur van de zon, de zgn. kosmologische constante, etc.]. In dat opzicht is het een sterk uitgebreide versie van het hoofdstuk The Puzzle of Perfection in zijn eerste boek. Echter, het fijnafstemmings-argument impliceert niet alleen de kosmologische evolutie [het ontstaan van het heelal] maar ook de biologische evolutie [het ontstaan en de ontwikkeling van alle levensvormen, inclusief de mens]. En dat is nu precies wat zijn eerste boek op de grondigst denkbare manier aanviel. En biologische evolutie – dat is de gemeenschappelijke afstamming van alle leven [van molecuul tot mens] – is precies wat hij nu verdedigt in ‘Nature’s Destiny’. Niet een beperkte versie van die evolutie, nee, een complete naturalistische evolutie vanaf anorganisch  materiaal via de eerste cel tot en met de mens.

Denton geeft zelf zijn totale bekering tot het onvermengde naturalisme aan in wat je wel een geloofsbelijdenis kunt noemen. Niemand hoeft er nu meer aan te twijfelen dat hij echt bij de club hoort. Hij zegt:

Het is belangrijk om hier aan het begin al aan te geven dat de in dit boek gepresenteerde argumentatie geheel en totaal consistent is met de principiële naturalistische aannames van de moderne wetenschap, nl. dat de kosmos een naadloze eenheid is, die uiteindelijk in zijn totaliteit geheel kan worden begrepen door de menselijke ratio [rede] en waarin alle verschijnselen, inclusief leven en evolutie en ontstaan van de mens uiteindelijk geheel te verklaren zijn in termen van natuurlijke processen.

    Dit is een aanname die totaal tegengesteld is aan die van de zogenaamde ‘school van de speciale schepping’. Volgens de speciale schepping zijn levende organismen geen natuurlijke vormen, wier ontstaan en ontwerp al vanaf het begin in de natuurwetten waren ingebouwd, maar veeleer contingente [onvoorspelbare en ongerelateerde] vormen die in wezen analoog zijn aan menselijke werktuigen, en het gevolg van een aantal bovennatuurlijke ingrepen, inhoudende de opschorting [of: tijdelijke uitschakeling] van de natuurwetten.

    In tegenstelling tot deze positie van de creationisten is de hele argumentatie hier kritisch afhankelijk van de ongebroken continuïteit van de organische wereld, d.i. van de realiteit van de organische evolutie en van de vooronderstelling dat alle levende organismen hier op aarde natuurlijke vormen zijn in de meest letterlijke zin van dat woord, niet minder natuurlijk dan zoutkristallen, atomen, watervallen of sterrenstelsels (pag. xvii-xviii).

[Even terzijde: van schepping begrijpt Denton kennelijk niet zo veel.]

 

Een buitengewoon en ongebruikelijk dogmatisch statement. Denton zweert hier in heftige en niet mis te verstane bewoordingen alles af wat hij als onafwendbare consequentie in zijn eerdere boek heeft voorgesteld. Toen heette het dat alleen al de kennis van wat een menselijke cel inhoudt, het argument van de biologische evolutie ten enen male uitsluit. De menselijke ratio sluit dus evolutie uit. Denton liep toen tegen een muur op, waar hij niet overheen kon springen. Maar om zijn intellectuele eerlijkheid te behouden, schreef hij wat hij moest schrijven. En hij riep zijn vakbroeders op, hem in die eerlijkheid te volgen. Hij schreef een helder en verfrissend boek, vol eerlijke verwondering en bezorgdheid.

   Maar Denton is kennelijk door het wetenschappelijk establishment ingehaald. Hij is geboycot en monddood gemaakt. En alleen een hartelijke en ondubbelzinnige afzwering van zijn vroegere dwalingen en een even hartelijk en openlijk omhelzen van het repressieve dogma van de moderne wetenschap heeft kunnen leiden tot zijn opnieuw in genade aangenomen worden. In zijn laatste boek doet Denton erg zijn best om zijn bekering met allerlei bewijzen te staven. In dat licht moeten we m.i. ook zijn hierboven aangehaalde geloofsbelijdenis zien. Maar hij heeft dat alleen kunnen bereiken door zijn intellectuele eerlijkheid in te ruilen. Zijn nieuwe boek mist de helderheid van het eerste. Dat kan ook niet anders. Lees nog eens wat hij eerder schreef, nl. Het concept van de continuïteit in de natuur [dat ten grondslag ligt aan elke evolutionaire opvatting MPK] heeft altijd alleen maar bestaan in de gedachten van mensen, nooit in de feiten van de natuur. Daarom heeft de verdediging van de doctrine van de continuïteit altijd met zich meegebracht een afstand nemen van het pure vertrouwen op onderzoek. En in tegenstelling met wat vandaag de dag door evolutie-biologen algemeen wordt aangenomen, zijn het altijd de anti-evolutionisten en niet de evolutionisten in de wetenschappelijke wereld geweest, die zich strikt aan de feiten hebben gehouden”.

    Het is die doctrine van de continuïteit, die hij nu hartgrondig verdedigt, en daarmee heeft Michael Denton zich dus in de rijen geschaard van hen die zich niet (meer) strikt aan de feiten houden. Hij negeert daarmee ook het toenemend aantal wetenschappers dat zegt met Paul Davies (Brits astronoom):

“There is for me powerful evidence that there is something going on behind it all.... It seems as though somebody has fine-tuned nature’s numbers to make the Universe.... The impression of design is overwhelming”.

Maar Denton wil dat niet meer zien, zijn bekering heeft weliswaar zijn wetenschappelijke isolatie opgeheven, maar zijn helderheid van denken aangetast. Ik kan het niet helpen dat hier de woorden van Paulus me in gedachten komen als hij zegt:

". . . En vanuit de hemel openbaart Gods toorn zich over al het kwaad en onrecht van hen die met hun onrechtvaardigheid de waarheid geweld aandoen. Want wat een mens over God kan weten is hun bekend omdat God het aan hen kenbaar heeft gemaakt. Zijn onzichtbare eigenschappen zijn vanaf de schepping van de wereld zichtbaar in zijn werken, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid zijn voor het verstand waarneembaar [dat zien we in Denton’s lofzang op de wonderen van de menselijke cel]. Er is niets waardoor zij te verontschuldigen zijn [als zij desondanks aan hun ontkenning van God vasthouden], want hoewel ze God kennen, hebben ze hem niet de eer en dank gebracht die hem toekomt. Hun overpeinzingen zijn volkomen zinloos en hun onverstandig hart is verduisterd [Schaeffer tekent hierbij aan dat die duisternis ook het heldere, logische denken heeft aangetast, hetgeen we bij Denton dan ook waarnemen]."  (Romeinen 1:18-21).

Conclusie

Als we Galileï vergelijken met Denton, komt de eerste er m.i. aanzienlijk positiever af. Immers, hoewel hem is verboden om zijn nieuwlichterij uit te dragen, heeft hij daar altijd aan vast gehouden. Hoewel hij door de inquisitie is gedwongen, openlijk afstand te doen van zijn opvattingen, is hij die in zijn hart steeds trouw gebleven. Immers hij had het zelf gezien! Toch? Nu dan. Nooit heeft Galileï iets gepubliceerd, dat inging tegen zijn eerdere opvattingen. Dat Denton wel om de bocht ging, komt m.i. omdat zijn onrust, die hij in zijn eerste boek verwoordde, niet werd gesteund door de keuze van zijn hart. Hij kon Darwin wel afzweren maar niet het naturalisme. En zo zat hij in de tang. Galileï had dat probleem niet. Omdat hij een christen was, die ervan overtuigd was dat God niet een spelletje met ons speelt.

    Francis Schaeffer zegt het zo duidelijk in zijn 'De God die leeft': Iemand kan beweren te geloven wat hij wil, maar kan niet anders leven dan in de door God geschapen werkelijkheid. De structuur van die werkelijkheid dringt zich elk moment van zijn bestaan aan hem op. Maar zijn eigen uitgangspunten weerspreken die realiteit op vele punten. Tegen dat 'bombardement' van de realiteit moet hij zich wel wapenen met allerlei - bij nader inzien kromme - argumenten. Die vormen als het ware het dak boven zijn hoofd om zich te beschermen tegen de onafwendbare realiteit. Ook Michael Denton is niet aan deze situatie ontkomen.

Naschrift

Het boek over Michael Denton is nog niet gesloten. In een dvd van (het creationistische) Creation ministries International (CMI) figureert hij als goed argumenterend criticus tegen de theorie van de macro-evolutie. Het kan niet, zo zegt hij. En als enig alternatief noemt hij 'de Schepper-God uit de Hebreeuwse Schriften'. Denton maakt kennelijk een ontwikkeling door. En ik ben benieuwd waar die zal eindigen!

Up Aristoteles' model Kritiek op Aristoteles Bijbelse grondslag Copernicus Kosmologie Francis Bacon Galileo Galilei Michael Denton Toepassingen