Rinus Kiel over Bijbel, cultuur en wetenschap

Reageren? Zie home-page                                                                                

======================================================

Home
Site-map
Updates
Deze site + mijzelf
Bijbel en theologie
Israel - volk en land
Filosofische items
Denken en cultuur
Wetenschap
Actualiteiten
Klimaat
Presentaties
Boeken
Weblinks

(Wetenschappelijke onderwerpen / Een nieuw kosmologisch model)

Up Wie is Setterfield Snelheid van licht Vacuum en ZPE Roodverschuiving Plasmatheorie Nieuw model kosmos

Een nieuw model voor de kosmos

Nieuw 14/09/2004 - volledig omgewerkt 01/01/2017

Zoek op deze website

Samenvatting: Al het voorgaande leidt tot een moeilijk te ontkomen conclusie: de kosmos is jong! Hoe passen al deze onderzoeksresultaten in elkaar, om alle te wijzen in dezelfde richting: 13,8 miljard jaar schrompelen ineen tot ± 8.000 jaar. Wat is de verbindende schakel? Een zuiver wetenschappelijke conclusie, zonder kunstgrepen. Maar waarschijnlijk vooralsnog onaanvaardbaar.

Wat de wetenschap vooruit brengt [1]

    Op het gebied van de kosmologie zijn de laatste decennia verschillende tot nu onbekende zaken ontdekt, maar ook zijn al wel bekende dingen veel beter begrepen. Er is momenteel veel discussie – die hoofdzakelijk op het Internet wordt gevoerd – over de betekenis van deze ontdekkingen en hun samenhang. Velen vermoeden dat een kosmologische revolutie voor de deur staat. De SRI fysicus Lambert T. Dolphin zei het als volgt:

“Iedereen vergeet gemakkelijk dat veel van de hedendaagse wetenschappelijke ‘orthodoxie’ voortkwam uit de impopulaire ketterijen van gisteren. Een van de kenmerken van een goede wetenschapper is, om niet bang te zijn om datgene ter discussie te stellen wat door anderen voor waar werd aangenomen (misschien al decennia lang of langer)" [2].

Een ander citaat:

“Het is geen goede wetenschap om onverwachte gegevens te veronachtzamen of om een conclusie te negeren vanwege bepaalde vooronderstellingen. Sir Henry Dale, indertijd president van de Londense Royal Society, haalde het volgende aan in zijn afscheidsrede: “De wetenschap moet niet toestaan dat er wordt ingeleverd op nauwgezetheid, of dat onregelmatigheden en uitzonderingen worden genegeerd, maar moet altijd bescheiden maar moedig het antwoord geven dat de Natuur haar oplevert”. Als je dit doet, kan het zijn dat je niet in de hoofdstroom van de moderne wetenschap staat, maar tenminste zoeken we dan naar de waarheid en boeken voortgang, inplaats van de wetenschappelijke status quo te handhaven” [3].

In dit artikel proberen we de onderwerpen die in vorige artikelen aan de orde zijn geweest, te combineren, en zullen aantonen dat deze mogelijkerwijs aanleiding geven tot een nieuw kosmologisch model.

 Zero Point Energie (ZPE) en andere kosmologische grootheden

    Wat betekenen nu al deze nieuwe gegevens voor ons verstaan van het universum? Wanneer we de resultaten van al deze nieuwe onderzoeken combineren, dan lijkt één conclusie voor de hand te liggen, nl. dat allerlei grootheden in de kosmos direct afhankelijk zijn van één entiteit, nl. de sterkte van het Zero Point Field (ZPF; zie de figuur hieronder):

1.  De vastgestelde gekwantiseerde roodverschuiving moet het gevolg zijn van de lagere energietoestand van het ZPF in het verleden. Want de materie die zich in een minder krachtig ZPF bevindt, straalt elektromagnetische straling met een lager energieniveau uit, zoals we al eerder concludeerden. En lager energieniveau beduidt: roder. De straling is naar het rode deel van het spectrum verschoven. We zagen al, dat materie niet geleidelijk, maar met ‘sprongetjes’ overgaat naar een ander energieniveau. Het zijn die sprongetjes, die de gekwantiseerde roodverschuiving veroorzaken. De conclusie is dat het ZPF een lager energieniveau had in het verleden, en wel des te lager, naarmate we verder het verleden induiken. Vandaar dat roodverschuiving wel met afstand, maar niet met snelheid heeft te maken. Ook kunnen we vaststellen dat roodverschuiving te maken heeft met tijd. Hoe langer geleden, hoe roder.

2.  Het ZPF is echter ook drager van de elektromagnetische straling, waaronder ook het licht valt. Als dat ZPF minder energie bezit, d.w.z. als er minder deeltjes per cm3 zijn, en als consequentie minder virtuele deeltjesparen die per cm3 in en uit bestaan flitsen, dan moet elektromagnetische straling minder interacties ondergaan met deze virtuele deeltjesparen uit het ZPF, en gaat dus sneller. Ongeveer zoals een hordenloper sneller vooruitkomt als er minder horden zijn of, om een moderner beeld te gebruiken: hoe meer drempels in een straat, des te meer wordt het verkeer afgeremd, ook als tussen de drempels in snel wordt gereden (zie voor verduidelijking de figuur hieronder).

    In een eerder artikel over de lichtsnelheid is al aangegeven, dat Barry Setterfield de eerste was die een serieus en consequent onderzoek naar het verloop van de lichtsnelheid heeft gedaan, onder gebruikmaking van alle gegevens die daarover in de loop der tijd

waren verzameld. Ook wees hij op de consequenties daarvan voor een aantal grootheden, die tot dan toe als ‘constanten’ waren beschouwd. Die bleken ook variabel te zijn, en ofwel evenredig ofwel omgekeerd evenredig met de lichtsnelheid te variëren.

    Hij stelde dat de initiële lichtsnelheid, voor zover wij dat kunnen waarnemen een waarde moet hebben gehad van om en nabij 4 x 1011 maal groter dan de huidige waarde. Ook de onderzoeker Victor S. Troitskii kwam tot overeenkomstige waarden (± 1010 x). 

    Twee citaten. Het eerste: in 1983 stelde Tom Van Flandern van het US Naval Observatory in Washington: “Neem aan dat het universum constante lineaire afmetingen zou hebben [d.w.z. niet gekromd is, of andere niet-intuïtieve eigenschappen vertoont] zowel in dynamische als atomaire eenheden, dan zou het toenemen van de roodverschuiving met de afstand (of ook: met de tijd waarin we terug kijken) ook een toename van ‘c’ [lichtsnelheid] in het verleden betekenen ofwel een afname van ‘c’ in voorwaartse richting” [4].

    Nog een tweede citaat: de al eerder genoemde Victor Troitskii die in 1987 een statische (= niet uitdijende of inkrimpende) kosmos voorstelde, schreef daarbij dat die stabiliteit er was omdat “...overeenstemming met de fundamentele natuurkundige wetten is bereikt door het introduceren van de verandering van een aantal andere fundamentele constanten synchroon met de variatie in de lichtsnelheid”. Die ‘constanten’ wijzigen synchroon met de lichtsnelheid, omdat ‘c’ voorkomt in de vergelijkingen waarin deze constanten optreden. Ook Setterfield in zijn eerste (1983) en tweede rapport (1987) gaf deze consequentie al aan, en verwees naar metingen die deze conclusie onderbouwden. Enkele van deze constanten zijn bijv. de rustmassa van het elektron en de constante van Planck (h). Zowel Troitskii als Van Flandern gingen uit van een driedimensionaal heelal.

3.    Maar ook de vervalsnelheid van radioactieve elementen is gekoppeld aan de sterkte van het ZPF. Wiskundig is het gekoppeld aan de lichtsnelheid. Maar de fysieke oorzaak is het ZPF (zie diagram hieronder). Een minder energiek ZPF laat een veel sneller radioactief verval zien. De ouderdom van de aarde wordt aan de hand van het verval van radioactief uranium in lood gesteld op 4,5 miljard jaar.  Opgemerkt moet worden dat juist de intensiteit (de energie) van deze radioactieve straling evenredig minder is, zodat het netto effect niet verschilt van de achtergrondstraling in onze dagen. Als we nu al deze gegevens bijeenbrengen, zonder de afleidingen te geven, dan komen we op een kosmos die rond de 8.000 jaar oud is.

 Als alle gegevens samenkomen

    We kunnen nog veel meer citaten aanhalen en naar artikelen verwijzen, maar we hebben nu alle gegevens bij elkaar om te concluderen tot welk kosmologisch model zij aanleiding geven. Laten we eerst nog eens rustig kijken naar de grafiek hieronder, die een wat opgepoetste kopie is van die in Setterfields documenten [5], waar ook de afleiding gegeven wordt.

    Op de x-as (onderste) zien we de afstand afgezet, waarbij de waarde 0 (nul) is onze omgeving, de waarde 1 de grens van het thans waarneembare heelal. Op de rechter y-as is de roodverschuiving aangegeven, die in de grafiek maximaal 1,4 is, maar in werkelijkheid groter kan zijn. Om praktische redenen (de curve gaat een heel eind steil omhoog, nadert de y-as en voegt weinig informatie toe) stoppen we bij 1,4. Er is te zien, dat op grotere afstanden de curve steiler gaat lopen. Dit is een algemeen bekend en geaccepteerd verschijnsel. De oorspronkelijke, lineaire wet van Hubble bleek rond 1960 niet meer te handhaven en is vervangen door een wat ingewikkelder vergelijking (z = {[1+(v/c)] / √[1-(v2/c2)} - 1).

    Hierboven zagen we dat de (gekwantiseerde) roodverschuiving wordt veroorzaakt doordat licht van zeer veraf staande stelsels, dat ons nu bereikt, is uitgezonden op een tijdstip in het verleden toen het ZPF een veel lager energieniveau had. De consequentie is, dat toen ook de lichtsnelheid evenredig hoger was.

    Dezelfde curve kan dus nu dienen om het verband aan te geven tussen de dynamische tijd (dat is de ‘gewone’ tijd die wij dagelijks gebruiken en waarmee we historische gebeurtenissen dateren), die aangegeven wordt op de bovenste x-as, en de lichtsnelheid, die langs de linkse y-as is afgezet. Het is opmerkelijk dat deze curve, die ontstaan is uit onderzoekingen naar de roodverschuiving, verrassend goed past op de curve voor de afnemende lichtsnelheid, die Setterfield in zijn publicatie van 1987 had gevonden. Hier komen dus twee totaal onafhankelijke onderzoeken samen in hun resultaten!

    Maar omdat de snelheid van nucleaire vervalprocessen evenredig is met de lichtsnelheid, geeft deze curve ook de verhouding weer tussen dynamische tijd en atoomtijd (dat is de tijd die we meten als we uitgaan van de nucleaire vervalprocessen). Consequentie: In atoomtijd is het heelal rond 15 miljard jaar oud, in dynamische tijd rond 8.000 jaar.

    Het zal misschien wat moeite kosten om deze grafiek met al zijn consequenties te verwerken, het is allemaal nogal compact. Het is opvallend, hoe al deze dingen in elkaar grijpen. Deze combinatie van elkaar versterkende en ondersteunende gegevens maken het model zeer robuust. Je zou kunnen zeggen dat Setterfields onderzoek naar de lichtsnelheid hierdoor overbodig is geworden. Vanuit de kennis en het inzicht dat we nu hebben, is dat ook wel zo, maar het is de vraag of we zonder dat onderzoek op dit punt zouden zijn aangeland. Het is meer dan opvallend, dat zijn resultaten zo treffend overeenkomen met wat gebleken is uit de onderzoeken naar het Zero Point Field en de roodverschuiving. Een verbluffende coïncidentie?

 Een nieuw kosmologisch model

    Hier volg ik Setterfield, omdat hij bij mijn weten de enige is, die de volle consequenties van dit alles heeft getrokken en gepubliceerd. Hoe stelt hij zich nu het ontstaan van het heelal voor, gegeven al deze, door iedere wetenschapper te verifiëren gegevens?

    Het allereerste begin van de kosmos is door ons niet te vatten. Dat is een gebeurtenis die op Gods woord werd geïnitieerd. De ‘Big Bang’ theorie gaat uit van een begin van het universum, waarin een onvoorstelbaar grote energie was samengebald in een bijna puntvormige ruimte, die op eigen kracht expandeerde en het heelal voortbracht. Setterfield gaat uit van een begin, de schepping van energie en materie op Gods machtswoord. Het vervolg is echter niet een explosie die op eigen kracht het heelal creëert, maar Gods handelen, dat in één machtige beweging die initiële schepping als het ware ‘oprekt’ tot de afmetingen van het huidige heelal [6]. Sindsdien heeft het die afmeting, het is dus nu statisch. In Setterfields inschatting duurt die expansie niet langer dan enkele dagen. Dan is het heelal op de huidige grootte. Die opspanbeweging laadt de heelalstructuur op met een onvoorstelbare energie, ongeveer zoals je een ballon opblaast. De ballon komt onder een enorme spanning te staan.

    Dit prille heelal is niet leeg, maar gevuld met een immense hoeveelheid deeltjes, die we Planck-deeltjes noemen, eigenlijk ‘Planck Particle Pairs’, omdat ze bestaan uit deeltjes en anti-deeltjes, die in een onvoorstelbare frequentie in en uit bestaan flitsen: ze ontstaan, elimineren elkaar, verdwijnen en ontstaan opnieuw, etc. We zagen al eerder dat deze deeltjes de kleinste afmeting hebben die er theoretisch mogelijk is. Maar al direct – ten gevolge van het vrijkomen van die in de heelal-structuur opgeslagen energie – recombineren die deeltjes tot grotere deeltjes waarmee de vorming van het ZPF een aanvang neemt. In dit initiële heelal is de lichtsnelheid buitengewoon hoog, omdat de fotonen (de licht-deeltjes) op hun weg maar heel weinig virtuele deeltjesparen ontmoeten waarmee ze moeten interacteren. Die opbouw van dat ZPF gaat in het begin razendsnel (zie figuur hierbij). Ook de radioactieve vervalsnelheid in dit prille heelal is buitengewoon hoog. Een groot deel van het radioactieve verval van uranium naar lood, vindt in deze eerste dagen al plaats.

    Maar er gebeurt nog iets: tijdens die machtige expansie worden in de heelal-structuur de sterren-stelsels met hun sterren, planeten en andere objecten geschapen. Hoe? Daarover gaat het artikel over de Plasmatheorie.

    Een bepaald type sterren, type II genoemd, die vooral in de kernen van sterrenstelsels te vinden zijn, lichten op die eerste dag op [7] en zijn na enkele dagen al een groot deel van hun energie kwijt. Wij zien ze nu nog hoofdzakelijk als quasars. Dan, na 3-3½ dag, beginnen de type I sterren die nu genoeg energie verzameld hebben, licht te geven. Tot die klasse behoort ook onze zon. En het is natuurlijk niet toevallig, dat als God op de eerste dag het licht roept, dat er vanaf die eerste dag al sprake is van dag en nacht (wat een afwisseling van licht en donker veronderstelt, avond en morgen), en dat pas op de vierde dag de zon, de maan (die zonlicht vangt) en de sterren (die in grote meerderheid tot dit type I behoren) in het ‘uitspansel’ (de atmosfeer?) zichtbaar worden. Velen hebben afgehaakt van een normale grammaticale lezing van het scheppingsbericht, juist om deze reden, nl. dat het licht er was op de eerste dag en de zon pas op de vierde, met de redenering: iedereen weet toch dat ons licht komt van de zon. Waar kwam het licht die eerste dagen dan vandaan? Setterfield in zijn model-opbouw geeft een zinnig antwoord op die vraag. Maar de plasmatheorie geeft m.i. nog een veel duidelijker antwoord.

    In recente decennia zijn slechts minimale afwijkingen in de lichtsnelheid gevonden. Dat werd al aangegeven door de oorspronkelijke afname-curve, die in onze tijd ongeveer horizontaal is gaan lopen, met een kleine ‘rimpel’ erop. Dat duidt er ook op, dat nagenoeg alle Planck-deeltjes in het heelal nu zijn omgezet naar de ZPE. Recente waarnemingen bevestigen dit vermoeden. Omdat de ZPE het energieverlies in het atoom tengevolge van de omwentelingen van de elektronen, aanvult, blijft nog de vraag onbeantwoord, wat dan NU het ZPF op sterkte houdt. Het antwoord is dat het onderhoud van de materie slechts een verdwijnend deel van de totale energie van het ZPF vergt, en dat er in eventueel miljarden (echte, planetaire) jaren slechts een onderdeel van een procent van deze energie voor dit doel wordt verbruikt. De Schepper is niet zuinig geweest met energie!!

Wat betekent dit alles nu?

    Ja, wat betekent dit alles nu? Heeft Setterfield nu de ultieme waarheid over de kosmos ontrafeld? ‘Klopt’ de Bijbel nu met de wetenschappelijke kosmologie? Nee, zo werkt het in de wetenschap niet. Voor christenen heeft de Bijbel – die wij erkennen als Gods gezaghebbende bericht aan ons, mensen – de absolute prioriteit over alles wat we (menen te) weten. Er is in de kosmologie veel meer gebaseerd op door ieder aangenomen vooronderstellingen, dan wij denken. John Byl, in zijn boek “God and Cosmos"[8] geeft een opsomming van deze aannames. Ook Setterfield neemt in zijn onderzoekswerk veel van deze zaken als ‘waar’ aan. Mochten deze en andere aannames gefalsificeerd worden, dan kunnen we in de kosmologie weer bij ‘af’ beginnen, ook Setterfield. Voor christenen ligt de betekenis van Setterfields werk daarin, dat hij met gebruikmaking van de in de huidige wetenschap geaccepteerde methoden tot conclusies komt die met de Bijbel niet op gespannen voet staan. Dat kan dus. De gebruikelijke conclusies zijn kennelijk niet zo dwingend als wij vaak denken. We behoeven geen exotische standpunten in te nemen als christenen in dit opzicht. Maar al te vaak is ons verstaan van de Bijbel aangepast aan de kosmologische en biologische mode van de tijd. Ik denk dat mede door Setterfield is aangetoond, hoezeer vooronderstellingen en onbewezen aannames bijdragen aan de conclusies in de wetenschap. Dat is de blijvende waarde van zijn werk.

 Consequenties voor andere wetenschappen

    Als dit kosmologisch model juist is, is de kosmos niet miljarden jaren oud, maar slechts enkele duizenden. Dat heeft dan uiteraard consequenties voor alle takken van wetenschap, die een lange tijdsspanne nodig hebben. Die is in dit model namelijk niet voorhanden. Dat heeft grote gevolgen voor o.a. de biologie, de paleontologie, de archeologie, de zoektochten naar evolutionaire tussenvormen en menselijke ‘voorouders’. Maar ook de geschiedeniswetenschappen zullen zich opnieuw moeten oriënteren. Voorwaar een gigantische opdracht...

 Ter afsluiting

    Het is voor christenen een gelukkige omstandigheid, dat er mensen zijn als Barry Setterfield, die de – zeker in het zo onzekere begin – reusachtige uitdaging aangenomen heeft, om een kosmologisch model op te zetten dat recht zou doen aan alle gegevens, die we daaromtrent in de Bijbel vinden, maar ook aan de gegevens die we met wetenschappelijke methoden vinden. In het allereerste begin was dit perspectief zeker nog niet in zicht. Maar het getuigt van een koppige trouw aan zijn uitgangspunten, dat hij toch deze omvangrijke en controversiële taak op zich heeft genomen, tegen de hoofdstroom van de heersende opvattingen in, en ook met de altijd aanwezige mogelijkheid, op een verkeerd paard gewed te hebben. Het onderwerp van zijn onderzoek was (en is nog steeds) zeker geen voorkeurs-object. Het is vaak een ontmoedigende bezigheid geweest. Wetenschappelijke tegenstanders maar helaas bovenal mede-christenen hebben hem het werken zwaar gemaakt. Maar Barry had enkele vrienden, die in zijn werk geloofden, en in zijn aanpak. Daaronder zijn de Amerikaanse Helen Fryman, die veel werk voor hem heeft gedaan, zijn antwoorden aan opponenten en vragenstellers gereed maakte voor publicatie, en zijn contacten met de buitenwereld levend heeft gehouden. Zij gaat thans door het leven als Mrs. Helen Setterfield. Twee andere vrienden mogen niet worden vergeten: de Britse fysicus en civiel ingenieur Malcolm Bowden, die Barry’s werk heeft ondersteund en bekend gemaakt waar hij maar kon, en Lambert Dolphin, fysicus, verbonden aan het prestigieuze Stanford Research Institute, die van harte in zijn werk geloofde, zijn job ervoor op het spel heeft gezet, en die voor Barry een enorme steun is geweest, en nog is. Hij verschafte hem ruimte op zijn website om op Internet te publiceren, voordat hij daar zelf aan toe was.

    Iedere vakman die kennis neemt van wat Setterfield presteert, komt onder de indruk van de onbevooroordeelde wetenschappelijke kwaliteit van zijn werk.  

***********

    En hiermee wil ik deze artikelenserie besluiten. De wetenschap gaat voort met het ontdekken van nieuwe dingen. Daar is geen eind aan. Maar we hopen natuurlijk allemaal dat er steeds weer christen-wetenschappers zijn, die aan het front van de ontwikkelingen willen staan en deze vanuit hun Bijbelse achtergrond duiden. En die met grote bewondering en diep ontzag voor de wijsheid van onze Schepper hun werk willen doen.

    Je kunt nader kennismaken met Setterfields werk via zijn dubbel-dvd 'Anomalies', in het Nederlands ondertiteld en verkrijgbaar bij Johannes Multimedia: http://www.johannes-multimedia.nl/authors.php/author_id/2545 , voor $ 29,95. De tekst van de ondertitelingen is met vele illustraties en indexen samengevat in het begeleidende boekje (A5 formaat, apart bestellen). Hierin zet hij zijn werk op een begrijpelijke manier uiteen. Wil je er in duiken tot in de details, bestel dan zijn publicatie 'Cosmology and the Zero Point Field', uitgegeven bij de N(atural) P(hilosophy) A(lliance), bevat 465 pagina's, en is verkrijgbaar via de website van Barry Setterfield  http://www.setterfield.org/GSRdvds.html#Cosmology , onderaan de pagina; de prijs is $ 55,-- voor landen buiten de USA.

Up Wie is Setterfield Snelheid van licht Vacuum en ZPE Roodverschuiving Plasmatheorie Nieuw model kosmos

[1] In dit artikel maak ik in hoofdzaak gebruik van geschriften van de Australische fysicus Barry John Setterfield. Barry is een christen en steekt zijn overtuiging niet onder stoelen of banken. In zijn geschriften verwijst hij naar zeer vele onderzoekingen van verschillende onderzoekers, hedendaagse en vroegere. Ondanks intensieve naspeuringen op Internet heb ik niemand anders gevonden die de sprong aangedurfd heeft om alle nieuwe gegevens met elkaar te verbinden en te komen tot theorie- en modelvorming. Daaraan werkt zeker mee, dat hij een christen is, die de Bijbel volledig serieus neemt in alle opzichten. Dat creëert bij hem een open mind ten opzichte van alles wat er gepubliceerd wordt. Het citaat dat in het begin van dit artikel is aangehaald, is zeker op hemzelf van toepassing.

[2] Dolphin, Lambert T., in: Barry J. Setterfield, Trevor Norman, The Atomic Constants, Light, and Time (Foreword). Adelaide S.A., Flinders University, 1987 (http://www.setterfield.org/report/report.html).

[3] Setterfield, Barry J., Homepage van zijn website http://www.setterfield.org/ . De aanhaling is uit de afscheidsrede van Sir Henry Dale als directeur van het National Institute for Medical Research in Londen, in 1942.

[4] Van Flandern, Tom C., “Precision Measurements and Fundamental Constants II”, National Bureau of Standards Special Publication 617. 1984 (editors B.N. Taylor & W.D. Phillips).

[6] Setterfield wijst erop, hoe in de Bijbel vele malen wordt gezegd, dat God de hemelen uitspant als een tent, etc., wat een prachtig beeld is bij zijn veronderstelling. Overigens moet men met dit soort aanwijzigingen met de nodige voorzichtigheid omgaan.

[7] Ook hier wijst Setterfield naar Bijbelse noties. Bijv. waar God in Job 38:6,7 tegen Job over de aarde zegt: “Waarop zijn haar pijlers neergelaten, of wie heeft haar hoeksteen gelegd, terwijl de morgensterren tezamen juichten, en al de zonen Gods jubelden?”.

[8] Byl, John, God and Cosmos. Carlisle USA, The Banner of Truth Trust, 2001: 66-70.