Rinus Kiel over Bijbel, cultuur en wetenschap

Reageren? Zie home-page                                                                                

======================================================

Home
Site-map
Updates
Deze site + mijzelf
Bijbel en theologie
Israel - volk en land
Filosofische items
Denken en cultuur
Wetenschap
Actualiteiten
Klimaat
Presentaties
Boeken
Weblinks

(Denken en wetenschap in onze cultuur / Wortels vh westerse denken)

Up Joodse denken Griekse denken Plato Plato's Ideeen Aristoteles

Plato's 'IdeeŽn'

Nieuw 14/03/2002 - laatste wijziging 14/09/2004

Zoek op deze website

Samenvatting: Iets over de structuur van Plato's denken. Bij alle grote waardering: het niet kennen van de God van IsraŽl leidt ook bij deze reus onder de denkers tot vruchteloosheid. De reŽle wereld, waar geleefd en geleden wordt, geboren en gestorven, gestreefd en verloren, valt eigenlijk buiten Plato's aandacht.

    Hoe loste Plato nu dat belangrijke probleem op van de bron van ons kennen en handelen? Wel, hij nam aan, dat de hoogste God Ė die de de bron van goedheid en schoonheid moet zijn Ė in de hemelse sfeer volmaakte IdeeŽn had geschapen, modellen, ideale vormen, een soort voorbeelden van mensen en dingen hier op aarde. God is volmaakt en kan dus alleen maar volmaakte dingen scheppen. Ook geloofde hij dat de menselijke ziel stamde uit die wereld van de IdeeŽn, en daarvan nog rudimentaire kennis droeg. Door de geboorte was die ziel gekoppeld aan een sterfelijk en onvolmaakt lichaam. Plato gebruikte daarvoor de term Ďgekerkerdí. Van die hemelse vormen waren alle dingen hier slechts onvolmaakte kopieŽn, gefabriceerd door die demiurg, die gehandicapte schepper. Over deze kopieŽn kon men alleen maar persoonlijke meningen hebben en dus van mening verschillen. Over de hemelse IdeeŽn en over de volmaakte goedheid echter kon ons alleen de filosoof inlichten. In de hemelse sfeer waren dus de werkelijke en volmaakte dingen, in de aardse sfeer slechts onvolmaakte kopieŽn. Hoe kregen we nu echte kennis? Niet door onze zintuigen te gebruiken, want die leveren ons slechts meningen over de kopieŽn op en daarover kon men eeuwig blijven redetwisten. Nee, echte, ware kennis ontstaat door het denken, want dat kan zich zonder de hulp (en de misleiding) van de zintuigen richten op die hogere IdeeŽn. De ziel Ė zo geloofde hij Ė was immers Ďthuisí in die IdeeŽn-wereld en kon zich door concentratie en contemplatie al filosoferende daarover echte kennis en echt inzicht verwerven. Voor de gewone man was deze hersengymnastiek te hoog gegrepen, die was dus voorbehouden aan de filosofen. Plato geloofde, dat alle filosofen Ė als zij maar eerlijk en hard werkten en nadachten Ė het met hem eens zouden worden. Voor Plato verhinderden dus het lichaam met zijn zintuigen, lusten en ziekten het bereiken van ware kennis in dit leven; die echte, volle kennis zou dan ook pas na de dood Ďs mensen deel worden. En die kennis, dat inzicht werd gewonnen in de ziel, het 'hogere' deel van het menselijk bestaan. Plato, en ook Socrates, geloofden dus in een leven na de dood, en wel een leven waar de ware filosofen in het gezelschap van de goden zouden verkeren en het gewone volk (armen, slaven en vrouwen) het met heel wat minder moest doen. Zie schema.

Deze opvatting, dat de ziel het 'hogere' is, het denkend deel van de mens, dat het contact met de hogere werkelijkheid onderhoudt en ware kennis opdoet, en het lichaam met zijn zintuigen en behoeften het 'lagere', de 'kerker der ziel', dat die ziel eigenlijk verhindert tot ware kennis en ontplooiing te komen, noemen we 'platonisch'. Die opvatting is tegengesteld aan de Bijbelse, waar het hele leven met al zijn aspecten ofwel valt onder de toorn van God, ofwel geheel geheiligd wordt door het aannemen van zijn genade. Platonisme en christelijk geloof hebben dus weinig of niets gemeenschappelijks. Toch heeft dit Platonisme een grote invloed uitgeoefend op de opvattingen van leidende christenen: kerkvaders en reformatoren.

   Plato loste het probleem dus op door een waterdichte tweedeling in te voeren. Hij zegt: eigenlijk bestaat het probleem niet, zolang je mijn opvattingen deelt. Er is dan eenheid van kennis omdat kennis betrekking heeft op de volmaakte IdeeŽn en de volmaakte goedheid. De reŽle wereld Ė waar alleen maar meningen bestaan Ė valt eigenlijk buiten het bestek van deze opvattingen. Dit is dus het eerste aspect van de tweedeling: IdeeŽn tegenover realiteit.

   Mijn inzichten Ė zegt Plato Ė zijn alleen toegankelijk voor filosofen met voldoende vrije tijd en liefde voor wijsheid. En zo hoort het ook. Het gewone volk valt hier buiten, dat behoort de omstandigheden te scheppen, die het de filosoof mogelijk maken, zo te leven. En dit is het tweede aspect van de tweedeling: een tweedeling tussen mensen. Aan de ene kant de bevoorrechte, van werken vrijgestelde klasse der filosofen, aan de andere kant het gewone volk.

    Aan het gewone leven, de echte bloedwarme realiteit, de mens met al zijn falen, schuld en miserie, komt Plato eigenlijk niet toe. Dat tastbare, geschapen leven bleef bij hem in de kou staan. Hoe anders is dan Jezus, voor wie de gewone mensen waren als een kudde zonder herder, wier lot Hij zich aantrok en voor wier zonden Hij zijn leven gaf. Voor Hem waren deze armen van geest de a.s. heersers in het Koninkrijk van zijn Vader.

Up Joodse denken Griekse denken Plato Plato's Ideeen Aristoteles