Rinus Kiel over Bijbel, cultuur en wetenschap

Reageren? Zie home-page                                                                                

======================================================

Home
Site-map
Updates
Deze site + mijzelf
Bijbel en theologie
Israel - volk en land
Filosofische items
Denken en cultuur
Wetenschap
Actualiteiten
Klimaat
Presentaties
Boeken
Weblinks

(Bijbel en theologie / Toekomst)

Up Verkondiging Natuurverschijnselen Afname moraal Grote afval Terugkeer Israel Thuishalen gemeente Anti-christ Terugkeer Jezus Binding satan Opstanding martelaren Vrederijk Eindoordeel Nieuwe hemel en aarde

(e) de terugkeer van IsraŽl naar zijn land, als voorwaarde voor verdere gebeurtenissen

Nieuw 14/01/2001 - laatste wijziging 14/03/2001

Zoek op deze website

    De hele profetie in het Oude Testament cirkelt om de komst van het vrederijk onder leiding van Gods grote afgezant, mashiach (Messias of Christus op z'n Grieks) genoemd. Deze Messias, Christus, zal regeren vanuit Jeruzalem. De engel GabriŽl zei tegen Jezus' moeder, Maria:

"...en God, de Heer, zal hem de troon van zijn vader David geven. Tot in eeuwigheid zal hij koning zijn over het volk van Jakob, en aan zijn koningschap zal geen einde komen" (Lucas 1:32b-33).

De hele aarde zal Hem onderdanig zijn en onder zijn heerschappij zal eindelijk waar worden wat de engelen in de Kerstnacht zongen: "Vrede op aarde". Het volk IsraŽl zal aan het hoofd staan van de volken. In het boek van DaniŽl lezen we:

"...dat er met de wolken van de hemel iemand kwam die eruitzag als een mens [Mensenzoon in vele vertalingen] Hij naderde de oude wijze en werd voor hem geleid. Hem werden macht, eer en het koningschap verleend, en alle volken en naties, welke taal zij ook spraken, dienden hem. Zijn heerschappij was een eeuwige heerschappij die nooit ten einde zou komen, zijn koningschap zou nooit te gronde gaan" (DaniŽl 7:13b-14).

Dit gaat dus over de Messias, Jezus noemde zichzelf - in overeenstemming met dit gedeelte in DaniŽl - de Mensenzoon. Maar verderop lezen we:

"Het koningschap, de heerschappij en de grootheid van alle koninkrijken onder de hemel zullen gegeven worden aan het volk van de heiligen van de hoogste God [dat is IsraŽl]. Zijn koningschap is een eeuwig koningschap en alle machten zullen hem dienen en gehoorzamen" (DaniŽl 7:27, ook de vs 18 en 22 spreken hiervan).

Het volk en zijn Messias zijn hier onverbrekelijk met elkaar verbonden. Maar de onderwerping van de volken is niet over de volle linie van harte, zoals psalm 66 zegt: "uw vijanden kruipen voor u, zo groot is uw macht"  (Psalm 66:3). Alle volken zullen jaarlijks naar Jeruzalem komen om het Loofhuttenfeest te vieren (Zacharia 14:16-19). Dat betekent dat er in het land waar Jeruzalem de hoofdstad van is, weer een volk IsraŽl moet zijn. Vele profetieŽn gaan over deze terugkeer. Op vorige pagina's is daarover gesproken. De media hebben er de laatste ruim 50 jaar herhaaldelijk over bericht. IsraŽl is een niet meer weg te redeneren feit. Er is wel gezegd, dat IsraŽl de meest atheÔstische natie ter wereld is. Zou dat zo zijn? Dan is het toch treffend dat op Grote Verzoendag de overgrote meerderheid van het Joodse volk naar de synagoge gaat, gekleed in alledaagse kleren en op slippers, zich niet mooier voordoende dan ze zijn, en God smeken om verzoening voor hun zonden, die van het volk en die van de hele wereld. Vreemd gedrag voor een atheÔstisch volk. We lezen in de Bijbel dat God zelf het hart van deze mensen zal veranderen, weliswaar door zware gerichten heen. Enkele citaten:

"Maar dit is het verbond dat ik in de toekomst met IsraŽl zal sluiten Ė spreekt de HEER: Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en hem in hun hart schrijven. Dan zal ik hun God zijn en zij mijn volk" (Jeremia 31:33) / "Het huis van David en de inwoners van Jeruzalem echter zal ik vervullen met een geest van mededogen en inkeer. Ze zullen zich weer naar mij wenden, en over degene die ze hebben doorstoken, zullen ze weeklagen als bij de rouw om een enig kind; hun verdriet zal zo bitter zijn als het verdriet om een oudste zoon" (Zacharia 12:10),

EzechiŽl ziet (hst. 37:10) hoe er in het opgestane IsraŽl geest komt. Hij zegt in hst. 39:29:

"Ik zal mijn geest over het volk van IsraŽl uitgieten en mijn gelaat niet meer voor hen verbergen Ė zo spreekt God, de HEER".