Rinus Kiel over Bijbel, cultuur en wetenschap

Reageren? Zie home-page                                                                                

======================================================

Home
Site-map
Updates
Deze site + mijzelf
Bijbel en theologie
Israel - volk en land
Filosofische items
Denken en cultuur
Wetenschap
Actualiteiten
Klimaat
Presentaties
Boeken
Weblinks

(Bijbel en theologie)

Up Over de Bijbel Septuagint Masoreten Bijbel wetenschap Vrijzinnige uitleg Ontstaan Genesis Wie is Jezus? Uittocht, intocht Toekomst Noach, Zondvloed

Uittocht uit Egypte, intocht in Kanašn en verovering van het land

Nieuw 22/02/2000 - laatste wijziging 14/01/2001

Zoek op deze website

Samenvatting: Er zijn allerlei opvattingen over de gebeurtenissen voor en na de uittocht van de IsraŽlieten uit Egypte en de intocht in Kanašn. Maar die doen doorgaans geen recht aan de gehele Bijbeltekst. De exodus van IsraŽl uit Egypte, de doortocht door de zee, de tocht door en het verblijf in de woestijn en de entree in het beloofde land, Kanašn, is vol onduidelijkheden, tegenstrijdigheden en problemen. Wanneer, waar, hoe, hoeveel? Dit hoofdstuk verkent nieuwe antwoorden en veelbelovende mogelijkheden.

Wie was Mozes Aantal IsraŽlieten Kaart van woestijn Schelfzee Sinai/Horeb Verovering Kanaan Richterentijd

Voor het schema over de context van Jacob tot Mozes en de intocht, zie het schema van de context

    Op deze en de volgende pagina's houden we ons bezig met het onderwerp van de plaatsing van IsraŽls onderdrukking in Egypte, de exodus, IsraŽls 40-jarige tocht door de woestijn na de uittocht uit Egypte en de intocht in  en verovering van Kanašn, binnen wat we weten van de geschiedenis van voornamelijk Egypte en van de archeologie. De lijst hierboven bevat de sub-onderwerpen. 

De gebruikelijke voorstelling - die ik ook zo geleerd heb - is de volgende:

1    De IsraŽlieten trokken uit Egypte onder farao Ramses II of zo, als een volk van vele millioenen (2 ŗ 3 miljoen), ze kruisten de Golf van Suez ergens aan de noordpunt, waarschijnlijk door een moerassig gebied, dat droogwaaide. Daarna trokken ze zuidwaarts op het Sinai schiereiland tot ze stopten bij de berg Sinai op de zuidpunt van dit schiereiland, waar ze de Wet van God ontvingen.

2    Daarna in noordelijke richting tot de grens met Kanaan, waar ze 12 verspieders uitstuurden, wier rapport hen de moed in de schoenen deed zinken. Daardoor waren ze gedwongen, nog zo'n 38 jaar in de woestijn te leven, het grootste deel waarvan ze doorbrachten in de grote oase Kades-Barnea op de grens van Negev en Sinai. Daarna trokken ze rond Edom en Moab en over de rivier de Jordaan Kanaan binnen.

3. Vervolgens veroverden ze het hele land, verdreven de inwoners en gingen er wonen.

Maar dit beeld behoeft toch wel een grondige bijstelling!

 

De volgende onderwerpen komen op deze pagina aan bod. Hierboven is te zien, welke zaken nog meer 'geraakt' worden.

Bronnen voor de (Bijbelonderzoekende) historicus

Absolute chronologie

Synchronismen

Datum van exodus en intocht

Bronnen voor de (Bijbelonderzoekende) historicus

    De eerste vraag is natuurlijk: hoe komen we aan onze gegevens voor een sluitende chronologie, zodat we de beschreven gebeurtenissen ergens in de geschiedenis kunnen 'plaatsen'. Om te beginnen, wil ik duidelijk stellen dat de primaire bronnen voor de historicus Ė ik kan het niet genoeg benadrukken Ė de geschreven bronnen zijn. Die moeten altijd eerst worden bestudeerd en blijven voorrang behouden boven alle andere: archeologische en antropologische, omdat deze laatste over het algemeen zeer fragmentarisch voorhanden zijn en bovendien multi-interpretabel; ze spreken als het ware met dubbele tong. Hoe vaak moeten archeologische dateringen niet worden herzien! Bovendien blijkt regelmatig dat archeologische sites verkeerd zijn gelokaliseerd. Voorzichtigheid is hier geboden.

    De geschreven bronnen moeten aan enkele voorwaarden voldoen. De belangrijkste is: er moet interne consistentie zijn, en bij eventuele werkelijke of schijnbare tegenstrijdigheden zal eerst geprobeerd moeten worden of die binnen de tekst oplosbaar zijn, met andere woorden, we moeten schrift met schrift vergelijken. Dit is in de orthodoxe theologie ťťn van de belangrijkste uitgangspunten. Ik voeg daar aan toe: we moeten de consistentie van onze geschreven bronnen grondig geregeld hebben voordat we ons wenden naar de secundaire bronnen en ons daardoor, helaas vaak negatief, laten beÔnvloeden.

    Een andere voorwaarde is, dat beschreven gebeurtenissen zo mogelijk ook via de secundaire bronnen moeten kunnen worden bevestigd, c.q. niet door die bronnen moeten worden tegengesproken.

    In dit geval is de Bijbel onze belangrijkste geschreven bron. Voor de Bijbel geldt bovendien, dat we hier te maken hebben met het Woord van God, dat met gezag spreekt over alles waarover het zich uitlaat. Of, zoals Francis Schaeffer het zegt: ďThe Bible is the authoritative book about history and the cosmosĒ. Ik merk op dat hij dit in gesprekken en discussies met welhaast alles wat er over de hele breedte binnen en buiten het christendom denkt en spreekt, volledig rechtop heeft kunnen houden. Vaak tot zijn eigen verrassing. Hoe de Bijbel functioneert met betrekking tot de wetenschap, heb ik wat uitvoeriger beschreven in Bijbel en wetenschap.

    Als aanvulling wellicht ten overvloede geldt, dat deze kwalificaties gelden voor de oorspronkelijke tekst, de zgn. autografen. Dit is niet een puur theoretische zaak, maar van groot praktisch belang, omdat ze ons ervoor behoedt, te snel de moed op te geven als er schijnbare tegenstrijdigheden opduiken. Zij is de motor en de motivator achter de tekstkritiek. 

Absolute chronologie

    Een van de belangrijkste bedoelingen van het historisch onderzoek is het verkrijgen van een absolute chronologie, wat wil zeggen dat we een gebeurtenis moeten kunnen dateren in een bepaald jaar, uitgedrukt in voor of na Christus, (v.C. of A.D.), of in moderne a-christelijke terminologie: Before Current Era (BCE) of Current Era (CE).

    Nu is dat voor de Bijbel niet te bereiken met alleen de Bijbelse gegevens, om diverse redenen. De belangrijkste is, dat na de terugkeer uit de ballingschap de doorgaande chronologie, zoals die in de tijd van de koningen werd bijgehouden, ontbreekt. Deze gaf weliswaar aanleiding tot schijnbaar onoverkomelijke problemen, maar sinds E.R. Thiele zijn oplossing van dit raadsel publiceerde in íThe mysterious numbers of the Hebrew kingsí, (Grand Rapids, 1977, ISBN 0-8254-3825-x), is er een helder inzicht in de chronologie vanaf David tot en met Zedekia. In Thieleís werk blijkt weer, dat het koppig vasthouden aan de juistheid van de Bijbelse tekst leidt tot geweldige resultaten. Maar dat vereist een rotsvast vertrouwen in de juistheid van die tekst, en het afkappen van elke afleidende gedachte. Nu is Thieleís resultaat natuurlijk prachtig, maar waar ergens in de geschiedenis plaatsen we deze, nu nog zwevende, deel-chronologie?

    En alhoewel de Bijbel ons een doorlopende chronologie geeft vanaf de schepping tot en met de intocht in Kanašn en de dood van Jozua Ė waarbij Masoreten en Septuagint (LXX) verschillende lengten van diverse perioden geven Ė hebben we voor de periode vanaf Jozua tot aan de regering van David geen duidelijke Bijbelse chronologie. De regeertijd van Saul is niet helemaal duidelijk en de lengte van de richterentijd is niet exact bekend, afgezien van een opmerking van de richter Jefta dat IsraŽl al 300 jaar in die gebieden woonde.

Daarom zijn we voor het samenstellen van een betrouwbare Bijbelse chronologie afhankelijk van zogenaamde Ďsynchronismení.

Synchronismen

    We hebben het geluk dat verschillende gebeurtenissen uit de Bijbelse koningstijd ook voorkomen in de Assyrische en Babylonische geschiedenis. Van deze geschiedenissen hebben we, naar algemeen gevoelen, nu een absolute chronologie. We noemen die overeenkomsten synchronismen. Ook Thiele heeft daarvan gebruik gemaakt. Om een lang verhaal kort te sluiten: daardoor weten we dat koning Zedekia in 586 v.C. aan het eind kwam van zijn regering (en zijn leven) toen Juda in ballingschap werd gevoerd naar Babel. Zo kunnen we dus vanaf het jaar nul terug rekenen naar het begin van de regering van koning David. Deze chronologie is vrijwel kamerbreed geaccepteerd.

    Davids regering begon (in Hebron) in 1011 v.C. Salomo begint dan te regeren in 971 v.C. In zijn vierde regeringsjaar, dat is in 967 v.C., begint de bouw van de tempel. Nu vinden we in 1 Koningen 6:1 dat dit in het 480e jaar na de uittocht uit Egypte is, zodat je zou zeggen dat die exodus dan in het jaar 1447 v.C. moet hebben plaatsgevonden, dat is ergens halverwege de regering van de grote Egyptische krachtpatser en veroveraar Thoetmoses III (als we de zgn. Ďlage chronologieí volgen (zie verder)). De farao verdrinkt dan niet in de Schelfzee, maar overleeft dit avontuur nog 22 jaar. Ook volgt zijn oudste zoon hem op, die is dus niet in de 10e plaag omgekomen. Het is duidelijk: hier klopt iets niet. Maar er is een andere weg: we zullen straks zien dat de Griekse vertaling van het Oude Testament, de Septuagint (LXX) hier en op enkele andere plaatsen andere getallen geeft. In dit geval geeft de LXX in 1 Koningen 6:1 een aantal van 440 jaar in plaats van 480. Als we dit volgen komen we uit op 1407 v.C. als jaar van de exodus.

Datum van exodus en intocht

    Aangenomen dat de meeste periode-aanduidingen in de Bijbel die op een heel tiental eindigen, afgerond zijn, en eveneens aangenomen dat de Egyptische chronologie nog enkele jaren Ďluchtí kan hebben, zou farao Amenhotep II dan de farao van de uittocht kunnen zijn. Hij stierf in 1400 v.C., zijn tweede zoon volgt hem op, wat hem in een droom is voorzegd. We kunnen aannemen dat de oudste zoon dan in de 10e plaag is omgekomen. Ook in andere opzichten is deze farao een goede kandidaat, want de hele geschiedenis van Mozes past vrijwel naadloos in die tijd. Zie de pagina Wie was Mozes.

    Als de datum voor de exodus op 1400 v.C. is vastgesteld, dan valt de intochtdatum 40 jaar later, dus in 1360 v.C, halverwege de 14e eeuw v.C. Dat is in archeologische termen het Laat Brons IIA, volgens de breed aanvaarde indeling van M. Bietak.

We hebben nu de datum van uittocht en intocht, nu moeten de andere gegevens en medespelers in kaart worden gebracht. Dat gebeurt op de volgende paginaís:

Wie was Mozes Aantal IsraŽlieten Kaart van woestijn Schelfzee Sinai/Horeb Verovering Kanaan Richterentijd