|
Rinus Kiel over Bijbel, cultuur en wetenschap Reageren? Zie home-page
====================================================== |
|
(Wetenschappelijke onderwerpen / Een nieuw kosmologisch model) Het vacuum en de nulpuntsenergie (ZPE) Nieuw 14/09/2004 - Laatste wijziging 20/04/2010
Wat is het vacuüm? In de loop der tijden zijn er verschillende opvattingen geweest over de wereldruimte, waarbinnen zich de astronomische objecten (sterren sterrenstelsels, quasars, etc.) bevinden. Vroeger dacht men zich deze ruimte als een totale leegte, maar bepaalde Griekse denkers zagen deze ruimte gevuld met kleine deeltjes ‘atomen’ genoemd, die daar rondzwierven en bij botsing zich verenigden tot allerlei voorwerpen. In de kosmologie van Aristoteles/Ptolemaeus was de wereldruimte gevuld met een stof die men ether noemde. Maar in de Newtonse kosmologie was de wereldruimte leeg, een volstrekt vacuüm (zie afbeelding hieronder). Toen in de 19e eeuw de kennis van elektromagnetische straling zich uitbreidde, was er ook weer behoefte aan een medium waarin die straling zich zou moeten voortplanten. De oude term ‘ether’ werd hiervoor weer van stal gehaald. Men had bepaalde opvattingen over de eigenschappen van die ether. De experimenten van Michelson en Morley in 1887 poogden het bestaan van die ether vast te stellen en ook of het de beoogde eigenschappen had. De uitkomsten waren teleurstellend, en men besloot dat de ether vergeten moest worden. Toch heeft Einstein nog tot in 1929 geloofd aan het bestaan van dat medium voor de elektromagnetische straling, want hij noemde het nog in een toespraak in dat jaar. De verdere ontwikkeling, gestuurd door relativiteit en kwantummechanica, kon kennelijk ook zonder de aanname van dit medium voor de elektromagnetische straling. Toch bleven er vragen. En langs een heel andere weg dook het probleem van de aard van het vacuüm weer op. Zero Point Energy (ZPE) en het vacuüm[1]
In 1916 ging Walther Nernst (Walther Hermann Nernst, 1864-1941, een bekend Duits chemicus) uit van de gegevens van Planck en Einstein en concludeerde dat het hele universum gevuld moest zijn met dit soort nulpuntsenergie. (Nog even herhalen: energie (straling) is gekoppeld aan deeltjes, die zich terzelfder tijd ook als ‘golven’ manifesteren). Nu was het tot dan toe nog een zuiver theoretische aangelegenheid. Dat veranderde toen de Amerikaanse chemicus Robert Mulliken (Robert Sanderson Mulliken, 1896-1986, befaamd Amerikaans chemicus) in 1925 afwijkingen in bepaalde spectraallijnen vond, die alleen toe te schrijven waren aan de ZPE. Ook later werden door andere onderzoekers deze resultaten bevestigd.
De Philips-ingenieur Hendrik Casimir definieerde in 1948 het naar hem genoemde
Casimir-effect: twee vlakke metalen platen, dicht bij elkaar gebracht in een
vacuüm, ondervinden een kracht die ze naar elkaar duwt. De verklaring is, dat
alleen virtuele deeltjes met afnemende golflengte tussen de platen kunnen
blijven, terwijl daarbuiten virtuele deeltjes van alle golflengten aanwezig
zijn. Deze onbalans tussen de binnen- en de buitenkant zorgt ervoor dat de
platen naar elkaar geduwd worden. Omdat die krachten zo klein zijn, duurde het
nog tot 1996, voordat er apparatuur Kosmologie op de tweesprong En toen, midden in de twintiger jaren
van de 20e eeuw, stond de natuurkunde voor een belangrijke
beslissing. Op het gebied van relativiteit en kwantummechanica waren vele
ontdekkingen gedaan. De vraag kwam toen op: wat is nu de oorsprong van deze ZPE?
Het hele universum is er mee gevuld, maar wat is het nu? Planck had al
aangegeven dat de ZPE een intrinsiek bestanddeel is van het universum, maar de
heersende ideeën tendeerden in de richting van de opvatting dat de ZPE eigenlijk
alleen maar bestaat ten gevolge van het onzekerheidsprincipe van Heisenberg. Een
soort theoretische noodzakelijkheid zonder fysieke tegenhanger. En in die
richting ging ook de verdere ontwikkeling. Het voor mij
nog steeds vreemde is, dat aan de beroemde conferenties op het landgoed van de
Belgische industrieel Solvay, vanaf 1911-1927 ook Planck deelnam, en dat hij
eigenlijk geen enkele rol speelde in het sturen van de ontwikkeling in de
richting van een reëel ZPF. Waarschijnlijk besefte hij niet de reikwijdte van
zijn ontdekking van de ZPE. In de discussies op die Solvay-conferenties speelde de ZPE eigenlijk
alleen een rol in de formules en vergelijkingen van de kwantummechanica. Dat
had ongetwijfeld ook te maken met het hoge abstractieniveau van deze
wetenschapstak. Deze benaderingswijze kreeg de naam van Kwantum Elektrodynamica
(QED) en wordt beschouwd als de standaard methode. Tot zelfs in 1989 werd nog
beweerd dat “de som van de bewegingen van alle deeltjes doorheen het hele
universum genereert de Zero Point Fields”, en: “de Zero Point Fields
stu De realiteit keert terug Maar dit veranderde. In 1962 publiceert Louis de Broglie (Louis Victor Pierre Raymond, duc de Broglie, 1892-1987, vermaard Frans fysicus) een boek[4]) waarin hij constateert dat serieuze overweging van Plancks verbeterde formulering van 1911, omvattende de klassieke natuurkunde (Newtons formules) plus een intrinsiek kosmologische (= echt bestaande) ZPE, meer voorkomt dan wel wordt aangenomen. Vervolgens publiceert Edward Nelson van de Princeton University in 1966 een document, waarvan de samenvatting het volgende vermeldt: “We zullen in dit document proberen aan te tonen dat het radicale afscheid van de klassieke natuurkunde, veroorzaakt door de introductie van de kwantummechanica 40 jaar geleden, onnodig was. Ik geef hier een complete klassieke afleiding van de vergelijking van Schrödinger, gevolgd door een redenering die een natuurlijke ontwikkeling is van de redenering, gebruikt in de statistische mechanica en in de theorie van de Brown’se beweging” [5]). Met zoveel woorden zegt Ed Nelson hier, dat de esoterische richting in de QED onnodig was en dat dezelfde resultaten kunnen worden bereikt met behulp van een wis- en natuurkunde, die door mensen met een goede middelbare schoolopleiding is te volgen. Men zegt dan in die kringen, dat een ‘intuïtieve’ benadering van de natuurkunde weer mogelijk is, m.a.w. je kunt het ook nog begrijpen! De relatie met de te onderzoeken realiteit is er weer! Allerlei onderzoekingen die gedaan zijn door Brown, Heisenberg, Schrödinger en vele anderen, maar ook Einsteins vergelijkingen, blijken nu ook in te passen in deze nieuwe benadering, die ligt in de lijn van de reeds langer bekende SED-methode. Er is nog een belangrijke constatering. Planck had in 1911 al aangegeven (zie vorig hoofdstuk) dat in zijn meer precieze benadering een restenergie overbleef (gedefineerd als de Zero Point Energie ZPE), in de berekening waarvan ook de ‘constante van Planck’ (h) voorkwam. In de afleiding voor die constante komt echter ook de lichtsnelheid (c) voor. En dat leidt tot een verrassende conclusie, nl. dat als de lichtsnelheid varieert, ook deze ‘constante’ varieert en wel omgekeerd evenredig met de lichtsnelheid. Dat wil zeggen, dat een grotere lichtsnelheid betekent dat de constante van Planck kleiner is, waarmee je gelijk ook zegt dat dan de sterkte van het Zero Point Field (ZPF) kleiner is. We komen daar later op terug. Wat is dan nu dat Zero Point Field? Wat is dan nu eigenlijk dit Zero Point Field, dat de drager is van de Zero Point Energie? Zoals al bekend, is alle elektromagnetische energie-straling in het universum voorstelbaar als deeltjes, die tevens een golf-karakter hebben. Ook dat wat wij ‘materie’ noemen, bestaat uit deeltjes. Het elektron dat rond de atoomkern cirkelt, is een deeltje. Men beschouwt dat tegenwoordig als een ‘elementair’ deeltje, d.w.z. het kan niet meer verder worden afgebroken in nog kleinere deeltjes. De protonen en neutronen die de atoomkern uitmaken, zijn deeltjes, maar die zijn weer samengesteld uit kleinere, elementaire deeltjes, zoals quarks. Genoeg hierover. Deeltjes hebben een afmeting en een golflengte. Planck heeft vastgesteld dat er een kleinste theoretisch mogelijke deeltjes-afmeting bestaat, Planck-lengte genoemd, met de onvoorstelbare waarde van 1,616 x 10-33 cm. Het Zero Point Field nu vult het hele universum met een energie, bestaande uit elektromagnetische golven van alle golflengten. Het ZPF is in geweldige beweging. Als door een of andere omstandigheid die energie een drempel overschrijdt, dan wordt zij op die plek omgezet in twee deeltjes, één positief en één negatief geladen. Maar die annihileren elkaar vrijwel direct daarna en keren weer terug als energie. Vanwege het 'spookachtige' verschijnen en verdwijnen van die deeltjes heten ze 'virtuele deeltjes'. In de QED erkent men alleen die virtuele deeltjes die snel verschijnen en weer verdwijnen en schrijft dit toe aan zgn. 'kwantum onzekerheid'. Er bestaat geen fysieke oorzaak voor, en over het algemeen schrijft men dit toe aan 'kwantum wetten'. Voor Einstein en vele andere onderzoekers was en is deze verklaring echter te schamel. De energie in het ZPF is enorm. Er bestaan sterke vermoedens, dat de energie die de elektronen rond de atoomkern doet cirkelen, wordt ontleend aan het ZPF. Het ZPF is dan dus de kracht die de materie in stand houdt! Als de energie in het ZPF belangrijk toeneemt, dan zullen alle atomen in het universum de energie van hun elektronenbeweging moeten aanpassen. Dit gaat echter niet op een gelijkmatige manier, maar – zoals al door Planck gedefinieerd – met schokjes, oftewel: in kwanta. En omdat het ZPF universeel is, gebeurt dat in heel het universum op hetzelfde moment. Deze nieuwe opvatting over het vacuüm wordt aangeduid met de term: fysiek vacuüm (zie afbeelding hierboven). We zagen al dat het nulpuntsveld verantwoordelijk is voor de energie van de atomen. Bij een lage energie in het nulpuntsveld hebben ook de atomen een lage energie, de verschillende elektronenbanen liggen dicht bij elkaar, en een elektron dat van baan wisselt levert dan ook fotonen met een lage energie op, dat wil zeggen dat het uitgestraalde licht dan roder is. De toename van de energie in het nulpuntsveld gaat geleidelijk. Maar atomen kunnen hun energie niet geleidelijk aanpassen. Zij moeten wachten tot er een ‘kwantum’ van energie is opgebouwd. Zodra dat het geval is, passen alle atomen in het heelal hun energieniveau in één sprong aan. Vanaf dat moment zijn de elektronenbanen verder van elkaar verwijderd. Als er nu een elektron uit een hogere, energieke baan naar een lagere, minder energieke baan springt, wordt er door het verschil in energie een foton van hogere energie uitgezonden (zie de figuur). Het licht wordt dus blauwer. Wat zien wij dus als we verder het heelal in kijken, dus naar een verder verleden? Licht dat steeds roder wordt, en wel in sprongetjes, ‘kwanta’. Zie verder het ertikel Roodverschuiving.
Waar komt nu dat ZPF vandaan? We zagen al in het vorige hoofdstuk, dat de SED-benadering het antwoord geeft, dat de ZPE een kosmologische oorsprong heeft en te maken heeft met ontstaan van het heelal. We hebben met deze gegevens omtrent het Zero Point Field een belangrijke bouwsteen in handen van de nieuwe kosmologie, die zich voor onze ogen schijnt te ontvouwen. Laten we nu gaan kijken naar de tweede bouwsteen: nieuwe ontdekkingen betreffende de roodverschuiving.
[1] Setterfield, Barry J., “Exploring the Vacuum”, Journal of Theoretics, Vol. 5-1, febr./mrt 2003 (http://www.journaloftheoretics.com/Links/Papers/Setterfield.pdf) [2] Max Planck, in Verhandlungen der Deutschen Physikalische Gesellschaft 13, 1911: 138 [3] Science Editor, New Scientist. 2-12-1989: 14. [4] Broglie, Louis de, New Perspectives in Physics. New York, Basic Books Publishing Co, 1962. [5] Nelson, Edward, “Derivation of the Schrödinger Equation from Newtonian Mechanics”, Physical Review 150. 1966: 1079-1085. ( Ook: id, Dynamical Theories of Brownian Motion. Princeton University Press, 1967 |