Rinus Kiel over Bijbel, cultuur en wetenschap

Reageren? Zie home-page                                                                                

======================================================

Home
Site-map
Updates
Deze site + mijzelf
Bijbel en theologie
Israel - volk en land
Filosofische items
Denken en cultuur
Wetenschap
Actualiteiten
Klimaat
Presentaties
Boeken
Weblinks

(Filosofische items)

Up Iets over filosofie Vooronderstellingen Twee verdiepingen Communicatie Geloof en verstand

Vooronderstellingen en hun rol in de wetenschap

Nieuw 28/02/2000 - laatste wijziging 10/07/2008

Zoek op deze website

Samenvatting: Waarom je niet met jan en alleman over van alles en nog wat kunt debatteren en discussiëren, zonder je (vaak onbewuste) vooronderstellingen te kennen en die van je opponent. De talloze spraakverwarringen in de media zijn vaak hierop terug te voeren.

Wat zijn vooronderstellingen?

    Als smaakmaker vooraf: geen enkele kennis is objectief, absoluut of 'bewezen'. Alles, tot zelfs de wiskunde, is afhankelijk van opvattingen die zijn aangenomen (bewust of onbewust), alvorens het denk-, analyse-  en onderzoekwerk ook maar begint. Dus de bewering dat iets 'door de wetenschap is bewezen' is niet het eind van alle tegenspraak (ook al gaan vele schoolboeken daarvan uit), maar hoogstens het begin van nieuw onderzoek.

    Onder 'vooronderstellingen' verstaan we: basisuitgangspunten die je zonder discussie voor waar aanneemt, en van waaruit je verder denkt, redeneert. Bijvoorbeeld een axioma uit de Euclidische wiskunde: "tussen twee punten kan men slechts één rechte lijn trekken". Axioma's worden niet bewezen, maar wel voor waar aangenomen, en vandaar vertrekt de hele wiskundige redeneertrein. Voor de wiskunde is het mogelijk gebleken andere axioma's dan die van Euclides aan te nemen, en zo hebben we dan ook niet-Euclidische wiskundes. Zinvolle discussies kunnen alleen gevoerd worden als aan één van twee voorwaarden is voldaan:

a.    beide partijen hebben dezelfde vooronderstellingen (die niet bewust behoeven te zijn), of

b.    beide partijen zijn zich van hun eigen en anderer vooronderstellingen bewust en houden daar in de discussie rekening mee (erg moeilijk, trouwens).

    Als in een cultuur een bepaalde set van vooronderstellingen door ieder onderschreven wordt, kan men op basis daarvan zinvol discussiëren, zonder dat men zich van die vooronderstellingen bewust behoeft te zijn. Dat ieder het met die vooronderstellingen eens is, wil niet zeggen dat ze daardoor ook overeenstemmen met de realiteit. Discussies over de aard van het materiaal van de hemelse sferen waaraan de planeten bevestigd heetten te zijn, leken zinvol in de Middeleeuwen, toen de kosmologie van Aristoteles/Ptolemaeus door nagenoeg ieder werd aanvaard; in onze tijd is zo'n discussie ondenkbaar, omdat wij menen te weten dat planeten niet aan hemelbollen bevestigd zijn.

    Het kan ook voorkomen, dat men zich van zijn vooronderstellingen bewust is, maar meent dat die wetenschappelijk bewezen zijn, en dus absolute bewijskracht bezitten. Vaak blijkt dan, dat in die bewijsvoering die vooronderstellingen al als waar werden aangenomen. We hebben dan te doen met een cirkelredenering. We zien dat vaak in onze tijd in discussies over de datering van gebeurtenissen.

Vooronderstellingen op verschillende niveaus

    Vooronderstellingen fungeren op verschillende niveaus. Op het alledaagse niveau kan het voorkomen, dat je met iemand van mening verschilt over een bepaald onderwerp, omdat de één meent dat het over geval a gaat, terwijl de ander er stilzwijgend van uitgaat dat geval b besproken wordt. Als zo'n misverstand wordt ontdekt en opgelost, ligt daar verder niemand van wakker.

    Van grotere reikwijdte zijn de vooronderstellingen in praktisch wetenschappelijk werk. Een veel gebruikt voorbeeld is dat van de phlogiston-theorie. In de 18e eeuw zocht men naar een verklaring van het verschijnsel 'verbranding'. Men redeneerde: als iets verbrandt, wordt het lichter. Er ontsnapt dus iets, iedereen kan dat zien, en dat iets noemde men 'phlogiston'. Maar er moesten steeds vreemder aannames worden gedaan om die theorie overeind te houden. Toen dan ook ontdekt werd, dat verbranding is het zich verbinden van een stof met zuurstof, en dat het totaal aan originele stof plus de verbrandingsprodukten zwaarder weegt dan het origineel, was voor vrijwel iedereen duidelijk, dat van de phlogiston-theorie afscheid moest worden genomen. Zo niet voor één der knapste 18e-eeuwse chemici, Joseph Priestley. Hij bleef in de theorie geloven en kwam met de opmerkelijke 'oplossing' dat phlogiston dus een negatief gewicht moest hebben, zodat ontsnapping daarvan de stof zwaarder maakte! Tot zijn dood toe hield hij vast aan een onhoudbare opvatting. Zozeer was die theorie met zijn hele persoon verbonden.

    Nog serieuzer wordt het als de vooronderstellingen zijn verbonden met onze diepste persoonlijke keuzes. We noemen ze hier 'basis-vooronderstellingen'. Zij hebben dan een religieuze lading. Tegelijkertijd zijn zij ook de meestomvattende vooronderstellingen. Zij dragen immers alle aspecten van het leven. In onze cultuur is lange tijd een opvatting dominant geweest die elementen van het christendom en het Platonisme trachtte te verbinden. Later is deze, wegens gebleken onhoudbaarheid, vervangen door een mix van christelijke en Aristotelische elementen. Iemand die serieus kennis had genomen van Aristoteles' 'Ethica' zei mij: "Wat spreekt dit boek mij aan. Wat herken ik veel hiervan in mijzelf en in onze cultuur". Zo sterk is deze invloed ook nu nog in onze samenleving. Nog weer later zijn alle christelijke en religieuze elementen er uit verdwenen en spreken we over de vooronderstellingen van de 'Verlichting'. Tegenover deze alle staan dan de Bijbelse vooronderstellingen.

Basis-vooronderstellingen in onze cultuur

    Ik ga hier voorbij aan vooronderstellingen die een rol spelen in de Islam en het Hindoeisme/Boeddhisme. Niet omdat ze onbelangrijk zijn, maar omdat ze in pure vorm vandaag de dag (nog) nauwelijks een rol spelen in onze cultuur. We spraken hierboven al van twee sets vooronderstellingen die tot ver na de middeleeuwen onze cultuur beheersten en waarvan elementen ook heden ten dage nog zeer herkenbaar zijn. Maar nu wil ik het hebben over twee andere, nog meer fundamentele.

    De eerste is wat ik noem de humanistische wereldbeschouwing, die van de 'Verlichting'. Daarmee bedoel ik de opvatting die aanneemt, dat alles vanzelf is ontstaan en die er van uitgaat dat  ...alles wat is, kan verklaard worden zonder rekening te houden met enig aspect buiten het direct zichtbare, dus alles wat bestaat is te herleiden tot materie en energie. In zo'n opvatting is er veel tijd nodig, om die hele reeks van veranderingen te kunnen omvatten. Wij nemen in een periode van vele eeuwen, ja van diverse millennia, die veranderingen nauwelijks waar, dus moeten ze wel een enorme tijd hebben gevergd. En, er schijnt een geweldige bevestiging van die opvatting te zijn: de datering van gesteenten met behulp van radioactieve methoden wijst onmiskenbaar naar een enorme ouderdom van aarde en heelal: vele miljarden jaren. Dus: de wetenschap - m.b.v. die radioactieve datering - bewijst dat de vooronderstellingen juist zijn. Dat lijkt een bijzonder sterke positie. Zo sterk dat ook vele christenen ofwel het zwijgen ertoe doen ofwel deze opvatting als praktisch uitgangspunt gebruiken voor hun leven en dus ook hun eventueel wetenschappelijk werk. Over de herkomst en de opkomst van deze opvatting wordt wellicht in de wat verdere toekomst nog op deze website gepubliceerd (dat is per 14-3-2002 gebeurd. Zie Updates). Voorlopig houd ik mij bezig met de praktische implicaties daarvan.

    De tweede is de Bijbelse opvatting. Op de pagina Over de Bijbel heb ik aangegeven wat ik daaronder versta. Deze opvatting gaat ervan uit, dat God heelal, aarde, ruimte en tijd, mens en leven schiep in zes dagen. En omdat de Bijbel handelt over de geschiedenis van de mens in de tijd op deze aarde, is de Bijbelse opvatting over de historische chronologie mede maatgevend. Een Duitse geoloog die tot geloof kwam zei: "Ik kon niet anders dan mijn geloof in de miljarden jaren durende geologische geschiedenis overboord gooien, en mij opnieuw oriënteren op de Bijbelse tijdrekening". Dat was een zeer pijnlijk proces voor hem, maar het leverde opmerkelijke resultaten op. Hetzelfde geldt van de Australische astronoom Barry Setterfield (zie de paginas over een nieuwe kosmologie). Ook hij wist zich gebonden aan de Bijbelse tijdrekening, en ook dit leidde tot opmerkelijke conclusies. In het hoofdstuk Wetenschap geef ik een aantal voorbeelden van researchwerk van wetenschappers die deze tijdrekening maatgevend achten voor hun wetenschappelijk werk.

    De grote vraag is natuurlijk, of de door ons aangenomen vooronderstellingen antwoord geven op de grote vragen van het leven. Klopt het door ons daarop gebaseerde wereldbeeld op de ons omringende werkelijkheid? Is die echt uit zichzelf ontstaan en automatisch verder geëvolueerd, of zit het toch anders? Verklaart ons wereldbeeld de mens met al zijn grootsheid en vreeswekkendheid? Geeft het antwoord op de tegenstrijdigheden van de ons omringende werkelijkheid? Welke antwoorden geeft ons denksysteem? En kunnen we met die antwoorden voluit leven? Kunnen we daarmee op een ontspannen manier de werkelijkheid tegemoet treden? Of lijden we met deze antwoorden aan wat tegenwoordig wordt genoemd: cognitieve dissonantie? In de sectie over de Twee Verdiepingen gaan we dat van dichterbij bekijken.

Vooronderstellingen in het wetenschappelijk handwerk

    We zagen al dat zelfs in een zo exacte wetenschap als de wiskunde vooronderstellingen in de vorm van axioma's een bepalende rol spelen. Nu zijn dit geen basis-vooronderstellingen waarbij religieuze motieven een rol spelen. Een heel andere zaak zijn de historische wetenschappen die zich met gebeurtenissen en processen uit het verleden bezighouden. Hieronder vallen o.a. de geschiedeniswetenschappen, kosmologie, archeologie, antropologie, geologie en biologie. Deze wetenschappen bestuderen teksten, structuur van de materie, aardlagen, natuurlijke restanten uit het verleden en de relatie tussen hedendaagse en vroegere levensvormen. Men probeert zich van daaruit een beeld te vormen over de processen en gebeurtenissen die tot die teksten, materiestructuur, lagen, restanten en levensvormen hebben geleid. Bij deze wetenschappen is het over het algemeen onmogelijk de veronderstelde geschiedkundige, kosmologische en natuurkundige processen die tot de huidige realiteit hebben geleid, te herhalen of te reproduceren. En hier kunnen iemands aangenomen vooronderstellingen zich naar hartelust uitleven.

    De Harvard-paleontoloog Stephen J. Gould (†) zei het volgende over wetenschap: "Wetenschap is geen objectieve, op waarheid gerichte machine, maar een wezenlijk menselijke activiteit, die beïnvloed wordt door hartstochten, verwachtingen en culturele vooroordelen. Culturele denktradities hebben een sterke invloed op wetenschappelijke theorieën, geven vaak richting aan speculatiemethoden, vooral wanneer er vrijwel geen gegevens zijn om hetzij de verbeelding, hetzij de vooringenomenheid te beteugelen". Van zichzelf zei hij, dat zijn Marxistische opvoeding sterk bepalend is geweest voor de manier waarop hij wetenschap bedrijft. Voor wie zijn werk kent, is dat duidelijk.

a.  Feiten

   Het verzamelen van feiten kan gehinderd worden door de aangenomen vooronderstellingen. Ik hoorde een voorbeeld van een geoloog, die veldwerk deed. Daarbij ontmoette hij een groep studenten die op nabijgelegen objecten onderzoek pleegde, objecten die al eerder ook voorwerp van onderzoek van de betreffende geoloog waren geweest. Omdat zij in hetzelfde hotel logeerden, ontspon zich ‘s avonds een gesprek. De studenten bleken belangrijke informatie uit de te onderzoeken objecten over het hoofd te hebben gezien. De volgende dag wees de geoloog hen op de betreffende verschijnselen. Het kostte de studenten enige moeite om in te zien, dat in hun onderzoek de voorgegeven interpretatie vanuit het intuïtief gehanteerde wereldbeeld hen had verhinderd, te zien wat er te zien was.

    Er is een tweede manier waarop feiten aan de aandacht kunnen ontsnappen. Ook onderzoeksresultaten zijn feiten. Als een bepaald onderzoek – bijv. naar de vorming van steenkool – niet wordt gedaan, omdat we door onze vooronderstellingen al “weten” dat dat vele mensenlevens lang gaat duren, dan zal de uitkomst – nl. dat dat proces oneindig veel sneller gaat dan we dachten – niet in ons wetenschappelijk wereldbeeld een plaats vinden.

b.  Interpretatie

    Veel “feiten” zijn niet zo eenduidig. En in de puzzel van ons wereldbeeld ontbreken de meeste stukjes nog steeds. Hier komt interpretatie om de hoek kijken. Hoe worden de feiten of waarschijnlijkheden geduid? En ook hier weer spelen onze vooronderstellingen een voorname rol, en wel des te voornamer naarmate we er ons minder van bewust zijn. Wat nogal eens voorkomt. Een voorbeeld. De tussenvormen tussen de verschillende levensvormen die in de evolutiefilosofie worden verondersteld, zijn in de geologische lagen niet als fossielen te vinden. Een logische conclusie is dan ook, dat ze daarom niet hebben bestaan. Darwin zei al dat, als die tussenvormen niet in fossiele vorm te vinden zouden zijn, daarmee zijn theorie zou zijn gefalsificeerd. Maar Stephen J. Gould en Niles Eldredge van Harvard University maakten van die nood een deugd door te stellen dat die tussenvormen er wel geweest zijn, maar dat het logisch is dat we ze niet vinden omdat evolutie altijd heel snel gaat, dan wemelt het van de tussenvormen. Maar fossilisering gaat langzaam, de tussenvormen laten geen sporen na. Daarna blijven de nieuwe vormen weer miljoenen jaren ongewijzigd bestaan, etcetera. Deze theorie heet: 'punctuated equilibrium'. Bewijs? Omdat evolutie (de vooronderstelling) waar is, moet het wel ongeveer zo gegaan zijn. Tautologie. De slang die in zijn eigen staart bijt. Het is een gedachtenkronkel die meer voorkomst, zie bijv. de problemen van Michael Denton, wiens conclusies het evolutiedogma onderuit halen, maar zelf zit hij er toch aan vastgeklonken.

c.  Model, conclusies, testen en bijstellen

   Het natuurhistorisch model dat we met dit alles opbouwen draagt dus onvermijdelijk het stempel van onze aangenomen vooronderstellingen. Het kan ook niet anders, want het is niet zo, dat we 'objectief' feiten verzamelen en dan later wel eens gaan zien, welk model we daarmee bouwen. Nee, de contouren van dat model zijn al gevormd, nog voordat we feiten gaan verzamelen. En natuurlijk doen we ons uiterste best om de gevonden gegevens in het model in te passen. Er is veel energie en denkwerk in dat model gestoken, we zijn van de bruikbaarheid ervan overtuigd, en 'moeilijke' feiten zijn er in alle wetenschappen en bij alle modellen. Dus we gooien het maar niet weg bij de eerste de beste moeilijkheid. Nee, we gaan proberen of het door aanpassen nog steeds bruikbaar is voor alles wat we weten. En ook in al dit bijstel- en aanpaswerk doen onze vooronderstellingen hun duit in het zakje.

d.  Model verwerpen

   Er kan een tijd komen, dat er zoveel model-'vijandige' informatie wordt gevonden, dat we moeten besluiten om afscheid van het model te nemen. Dat is een uiterst pijnlijke zaak. Daarvan zijn vele voorbeelden. Waarom is dat pijnlijk? Omdat een vaak gigantische hoeveelheid wetenschappelijke gegevens nu geen 'onderdak' meer hebben. En ook omdat een enorme hoeveelheid denkwerk in een bepaalde richting niet tot een bruikbaar resultaat heeft geleid. Vaak zijn er ook wetenschappelijke reputaties mee gemoeid. Mensen hebben hun naam, hun hele wetenschappelijke identiteit met zo’n model of theorie verbonden. Te erkennen dat het een doodlopende weg was, dat doet heel, heel veel pijn. Dat is gemakkelijk in te zien. In de praktijk is het dan ook meestal zo, dat van een oud model geen afscheid wordt genomen, alvorens een nieuw en beter model zich heeft aangediend, en ook zijn betere bruikbaarheid al minstens voor een deel heeft bewezen. En ook dan is de pijn niet veel geringer. Er zijn vaak menselijke drama’s mee verbonden. Dus het is logisch, dat eenmaal opgezette en een tijdlang bruikbare modellen of theorieën niet zo eenvoudig van tafel worden geveegd als er eens wat 'vijandige' informatie opduikt. En al wel heel erg moeilijk wordt het, als het onderhavige model de uitdrukking is van onze diepste overtuiging, het is dan geladen met religieuze betekenis. Afscheid nemen van zo'n model brengt niet minder dan een bekering met zich mee, naar de ene of naar de andere kant.

Up Iets over filosofie Vooronderstellingen Twee verdiepingen Communicatie Geloof en verstand

free web hit counter